Titelverklaring is makkelijk, het is de hoofdpersoon in het verhaal. Verder is er geen
ondertitel of motto te vinden in het verhaal.
Genre: het boek kan in 2 categorieën ingedeeld worden namelijk een ontwikkelingsroman
omdat de hoofdpersoon persoonlijke groei doormaakt, maar het kan ook gezien worden als
een middeleeuwse legende die een religieus verhaal verteld.
Opbouw: Beatrijs heeft een proloog en een epiloog. De proloog bevat een kortverhaal over
de oorsprong van de legende, terwijl de epiloog de lezer aanspoort om te bidden voor de ziel
van Beatrijs. Het verhaal is opgedeeld in elf hoofdstukken, die elk een specifieke gebeurtenis
in het leven van Beatrijs beschrijven. Er is geen opvallende structuur, maar het verhaal is
chronologisch verteld.
Stijl en vertelwijze: De schrijfstijl van Beatrijs is formeel en religieus. Het gebruik van
beeldspraak is beperkt, maar er wordt veel gebruik gemaakt van metaforen en symbolen,
zoals de witte lelie en de zeven vreugden van Maria. De verteller is alwetend en auctoriaal,
en heeft geen persoonlijke betrokkenheid bij het verhaal. Er is geen opvallende typografie of
spelling.
Personages: De belangrijkste personages in Beatrijs zijn Beatrijs en de ridder. Beiden zijn
ronde karakters met innerlijke conflicten en emoties. Beatrijs is een sympathiek personage,
die worstelt met haar verlangen naar de wereldse liefde en haar toewijding aan God. De
ridder is minder sympathiek en wordt afgeschilderd als een egoïstische man, die uiteindelijk
Beatrijs en hun kinderen in de steek laat.
Plaats en ruimte: De plaats en ruimte in Beatrijs zijn niet heel belangrijk. Het verhaal speelt
zich voornamelijk af in het klooster waar Beatrijs woont en de stad waar ze haar minnaar
ontmoet. Deze locaties dienen vooral als achtergrond voor het verhaal en hebben verder
weinig functie.