Psychiker: ziekte als straf van God.
Somatiker: lichamelijk psychisch (basis voor eerste biologische psychiatrie).
Tweede biologische psychiatrie: stoornis als cognitieve/emotionele afwijkingen in hersenen.
Multifinaliteit: 1 kwetsbaarheid verschillende uitkomsten.
Equifinaliteit: 1 uitkomst door meerdere factoren.
ASS beperking sociaal & repetitieve interesses (2 symptomen), vóór leeftijd 3.
- Prevalentie 0,3 – 1%.
- Groter hersenvolume als kind (kan door meer serotonine).
- Minder oxytocine.
- Vaker morfologische afwijkingen (2e trimester).
- Meer lokale en minder lange afstand connectie.
- Minder actieve mPFC, amygdala en insula.
- Ventrale systeem (emotieherkenning) vs. dorsale (emotionele respons).
- Gezicht verwerkt in fusiforme gyrus & blikrichting in superieure temporale sulcus.
- ToM theorietheorie is domein-algemeen (leermechanisme) en modulaire theorie
is domein-specifiek (breingebieden).
- Empathie-systematiseren theorie (extreme mannenbrein).
- Executieve disfunctie in controle en gedragsregulatie.
- Zwakke centrale coherentie.
- Intense world theorie (veel emotionele empathie, weinig cognitieve).
- SOCIAL model: sociale competentie bepaald door EF, sociaal-affectieve functies en
mediators.
- Advanced ToM taken strange stories test (onware uitingen begrijpen), faux-pas
test (onhandige uitingen) & empathie quotiënt.
ADHD 6 symptomen (of 5 bij 17 jaar) van afleidbaar of impulsief, in meerdere situaties,
langer dan 6 maanden, vóór leeftijd 12.
- 5% bij kinderen en 2,5% bij volwassenen.
- Common disease common variant (en heel soms major rate variant).
- Kleiner brein, dunnere schors en trage rijping.
- Meer lokale en minder lange afstand communicatie.
- Dopamine tekort.
- Soms sluggish cognitive tempo.
- Cognitief energetisch model: vaak te veel of te weinig arousal (open voor input) of
activatie & meer moeite om dit bij te sturen via effort.
o Langzamer op go-trials, vooral bij langzame trials (lage arousal).
o Meer false alarms, vooral bij snelle trials.
- Unifying theorie: slechte respons-inhibitie (EF regulatieprobleem).
- Dual pathway model: inhibitie en/of delay aversie.
, Gilles te la Tourette 2 motorische en 1 vocale tic, langer dan 1 jaar, <18 jaar.
- 0,3 – 1% & vaker bij jongens. 20% verbetert niet.
- Grote genetische rol.
- Hyperactieve dopamine.
- Exposure + responspreventie heeft voorkeur bij meerdere tics.
Waanstoornis 1 maand 1 waan (en niet schizofrenie criterium A).
- 0,4%. Maar 14% waanideeën.
- Syndroom van Capgras: denken dat plaats/tijd/persoon vervangen is.
- Te veel dopamine op willekeurige momenten prediction error (discrepantie
tussen verwachting en werkelijkheid).
- 4 factoren neurocognitief model: dopamine (alert) verklaring zoeken
cognitieve biases gedrag.
- Verstoorde bron monitoring bij gedachtes/gedrag/emotie.
- Minder latente inhibitie (onbelangrijke signalen onderdrukken).
- Overdreven interne attributiestijl (grootheid) of extern (paranoïde).
- Data gathering bias: overhaaste conclusies.
- Liberal acceptance: overtuigd bij lager kans-niveau dan anderen.
- Covariatie bias: meer oorzakelijkheid zien dan werkelijk.
Schizofrenie 2 symptomen, waarvan 1 wanen/hallucinaties/gedesorganiseerde spraak, 6
maanden (minder = schizofreniforme stoornis).
- 0,8% & even vaak bij mannen en vrouwen. 8% psychotische ervaringen.
o Stemmen wel vaker bij vrouwen (en in rijke landen).
- Catatone stupor: mutisme en akinesie (niet bewegen).
- Genetisch (o.a. C4-gen).
- Grote ventrikels & kleiner brein (maar volgens college geen breinafwijking).
- Slechte NMDA-receptoren (leren door oefenen).
- Afwijkende GABA schakelneuronen.
- Verstoorde ToM, trauma (met dosis-effect), migratie (vooral 2e generatie).
- Ultra hoog risico profiel (UHR):
o Verval in sociaal-maatschappelijk functioneren, leeftijd 14-35, niet-
psychotische stoornis + hulpzoekend.
o Én 1 van deze schizo-typische PS, eerstegraadsfamilielid met schizofrenie,
psychotic like events, BLIP (psychose < 1 week).
- Perceptuele priming: verwachten iets te horen verlaagt dempel.
- Perceptietheorie: perceptie door info verwerking + cognitieve processen.
o Hallucinaties wellicht als top-down sterker is dan bottom-up.
- Geen rechter oor voordeel.
- Externe attributie van interne ervaring door slechte zelf-monitoring.
o Slechte efferency copy (signaal ter voorbereiding op actie van jezelf).