Mens en Gedrag hoorcollege 5 – cognitieve ontwikkeling
Tieleman over cognitieve ontwikkeling:
- Onderscheid tussen schijn en werkelijkheid
- Behoefte aan fantaseren, maar weerstand tegen schijn
- Metacognities: inzicht in eigen leerstijl
- Denkoperaties (6-12 jaar)
o Tegenstellingsparen in handelingen (Vallen en opstaan, optellen en aftrekken, zitten
en staan etc.)
o Classificatie van objecten (een zwarte hond valt niet alleen onder ‘zwarte hond’,
maar ook onder ‘zwart dier’, ‘dier’, ‘hond’ etc. Een mens is zowel man, als vader, als
opa…)
o Wederkerigheid: logische gevolgtrekkingen beredeneren
o Generalisatie vermogen: de kennis en vaardigheden die je op school leert, kun je
thuis ook gebruiken..
Piaget: concreet operationele fase (7-12 jaar)
- Reversibel denken (ze kunnen wel gedachten, gebeurtenissen etc. terugspoelen)
- Klasse-inductie: objecten tegelijkertijd in twee of meer categorieën verdelen (een ketting
met houten kralen – 6 bruine en 6 witte -. “zijn er meer bruine of houten kralen?” Kinderen
kunnen na klasse-inductie deze vraag goed beantwoorden.)
- Seriatie: ordening aanbrengen op basis van eigenschappen (van klein naar groot etc.)
- Transitiviteit: twee relaties tot een logische conclusie verbinden.
Attributie
= verklaring voor gebeurtenissen.
- Interne attributie: de verklaring voor wat er gebeurd zoek je bij jezelf.
- Externe attributie: de verklaring voor wat er gebeurd zoek je bij je omgeving.
Positieve attributiestijl: alle pósitieve gebeurtenissen komen door jezelf, en de négatieve
gebeurtenissen komen door je omgeving.
Negatieve attributiestijl: alle négatieve gebeurtenissen komen door jezelf, en de pósitieve
gebeurtenissen komen door je omgeving.
Selffulfilling prophecy = je bent bang dat iets gebeurd, waardoor datgene ook gebeurd.
Selfdefeating prophecy = je bent bang dat iets gaat gebeuren, dus gaat er álles aan doen om te
zorgen dat dit niet gebeurd (en het gebeurd dan ook niet).
Motivatie – Van Parreren
- Intrinsieke motivatie = niemand hoeft jou aan te sturen tot aan een taak; je kunt jezelf er
voor motiveren. Er hangt hierbij ook niks vanaf (naar school gaan voor goede cijfers is niet
intrinsiek maar extrinsiek).
Tieleman over cognitieve ontwikkeling:
- Onderscheid tussen schijn en werkelijkheid
- Behoefte aan fantaseren, maar weerstand tegen schijn
- Metacognities: inzicht in eigen leerstijl
- Denkoperaties (6-12 jaar)
o Tegenstellingsparen in handelingen (Vallen en opstaan, optellen en aftrekken, zitten
en staan etc.)
o Classificatie van objecten (een zwarte hond valt niet alleen onder ‘zwarte hond’,
maar ook onder ‘zwart dier’, ‘dier’, ‘hond’ etc. Een mens is zowel man, als vader, als
opa…)
o Wederkerigheid: logische gevolgtrekkingen beredeneren
o Generalisatie vermogen: de kennis en vaardigheden die je op school leert, kun je
thuis ook gebruiken..
Piaget: concreet operationele fase (7-12 jaar)
- Reversibel denken (ze kunnen wel gedachten, gebeurtenissen etc. terugspoelen)
- Klasse-inductie: objecten tegelijkertijd in twee of meer categorieën verdelen (een ketting
met houten kralen – 6 bruine en 6 witte -. “zijn er meer bruine of houten kralen?” Kinderen
kunnen na klasse-inductie deze vraag goed beantwoorden.)
- Seriatie: ordening aanbrengen op basis van eigenschappen (van klein naar groot etc.)
- Transitiviteit: twee relaties tot een logische conclusie verbinden.
Attributie
= verklaring voor gebeurtenissen.
- Interne attributie: de verklaring voor wat er gebeurd zoek je bij jezelf.
- Externe attributie: de verklaring voor wat er gebeurd zoek je bij je omgeving.
Positieve attributiestijl: alle pósitieve gebeurtenissen komen door jezelf, en de négatieve
gebeurtenissen komen door je omgeving.
Negatieve attributiestijl: alle négatieve gebeurtenissen komen door jezelf, en de pósitieve
gebeurtenissen komen door je omgeving.
Selffulfilling prophecy = je bent bang dat iets gebeurd, waardoor datgene ook gebeurd.
Selfdefeating prophecy = je bent bang dat iets gaat gebeuren, dus gaat er álles aan doen om te
zorgen dat dit niet gebeurd (en het gebeurd dan ook niet).
Motivatie – Van Parreren
- Intrinsieke motivatie = niemand hoeft jou aan te sturen tot aan een taak; je kunt jezelf er
voor motiveren. Er hangt hierbij ook niks vanaf (naar school gaan voor goede cijfers is niet
intrinsiek maar extrinsiek).