Samenvatting van de masterclass interviews en artikelen
Open Universiteit
Nederlands
Gemaakt door Saartje Koning
Inhoud
Interview 1: Interview met Jannes Eshuis...............................................................................................2
Artikel 1: Connor en autisme..................................................................................................................4
Artikel 2: Een nieuwe aanpak bij ADHD: mindfulness.............................................................................5
Artikel 3: Vastzitten in depressie.............................................................................................................6
Artikel 4: Wat antidepressiva met je doen..............................................................................................8
Artikel 5: De ziekte van Alzheimer bestaat niet......................................................................................9
Artikel 6: Meer thuisgevoel voor mensen met dementie.....................................................................10
Interview 2: Interview met Trudy Dehue..............................................................................................11
Artikel 7: Een psychiatrische stoornis is geen geïsoleerde ziekte..........................................................13
Overige:................................................................................................................................................14
,Interview 1: Interview met Jannes Eshuis
1. Wat is de rol van Jannes Eshuis?
Jannes Eshuis is een theoretisch psycholoog die zich focust op onderzoek binnen het vakgebied. Hij
heeft de focus op het interne proces van de wetenschap (hoe ideeën zich ontwikkelen en elkaar
opvolgen) én op de context van de wetenschap (de externe factoren die verantwoordelijk zijn voor
de ontwikkeling van deze ideeën).
Als theoretisch psycholoog plaatst hij zich boven de psycholoog en bestudeert hij hoe de psycholoog
zijn werk doet.
2. Wat is wetenschap volgens Jannes?
Wetenschap is mensenwerk en heeft als doel het op een systematische manier proberen te begrijpen
van de wereld met behulp van methodieken die zijn ontworpen om dit zo betrouwbaar en en geldig
mogelijk te kunnen doen.
3. Hoe komt een mens tot kennis over de wereld volgens Jannes?
De realiteit in de wetenschap staat ver van ons af, want de ervaring van een mens staat los van de
werkelijkheid van de wereld. Wat er bij de mens binnenkomt is een gefilterde versie van de realiteit
waar we als wetenschapper claims over doen.
Voorbeeld: we kunnen als mens veel zien met onze ogen en horen met onze oren, maar er zijn
bepaalde dingen die we niet kunnen zien of horen (infra rood bijvoorbeeld)
4. Wat zijn volgens Jannes vertekeningen die voor beperkingen in onze waarneming zorgen?
Jannes noemt 2 vertekeningen die voor een gefilterde versie van de realiteit kunnen zorgen:
1. Confirmatie neiging
= de neiging om te zoeken naar informatie wat onze overtuigingen bevestigd en de
neiging om informatie die onze overtuiging tegenspreekt te negeren
2. Fundamentele attributiefout
= de neiging om eigen succes aan onszelf toe te wijten en externe factoren de schuld te
geven van onze fouten. Als je naar anderen kijkt i.p.v. naar jezelf, werkt dit andersom
5. Wat is een theorie volgens Jannes?
Een theorie is onze overtuiging over hoe de wereld buiten ons werkt en dit geeft ons richtlijnen voor
ons handelen. Die overtuiging is een theorie; iemands verwachting over de wereld is de theorie
waarop zijn of haar handelen is gebaseerd. Een theorie is dus onvermijdelijk en altijd aanwezig.
6. Wat is het nut van een theorie volgens Jannes?
Het nut van een theorie voor:
De wetenschapper: het doel van de wetenschapper is om de overtuigingen van mensen
expliciet te maken. Zo kan er kritisch naar een theorie gekeken worden en kan er met
empirisch onderzoek worden bepaald of de theorie kloppend is of niet.
De cliënt: het heeft volgens Jannes geen nut, want de theorie leidt tot beperkingen in het
functioneren. Een cliënt heeft overtuigingen van wat er mis is, maar die overtuigingen leiden
tot onjuist handelen.
De hulpverlener: volgens Jannes is een theorie de leidende keuze voor een behandeling
7. Wat is het verschil tussen een wetenschapper en een hulpverlener in de klinische psychologie?
De hulpverlener heeft net als een wetenschapper ook een overtuiging over het probleem wat hij of
zij voor zich ziet. Een verschil is dat een wetenschapper zich vaak voor langdurige tijd aan een
bepaald onderwerp/onderzoek wijd en de tijd heeft om dit rustig uit te zoeken. Een hulpverlener
, heeft een cliënt voor zich en moet sneller schakelen. Een ander verschil is dat een hulpverlener ook
te maken heeft met een cliënt met zijn eigen overtuigingen over wat er met hem aan de hand is. De
cognitieve benadering is hierop (de correctie van foutieve/problematische overtuigingen van de
cliënt) gericht.
8. Waarom zijn er zoveel theorieën binnen de psychopathologie?
Er zijn evenveel theorieën als dat er mensen zijn en in de wetenschap proberen we, door middel van
systematisering, tot een consensus te komen over een beperkt aantal theorieën die betrekkelijk
effectief zijn.
9. Wat is Jannes zijn kijk op de klassieke psychoanalyse?
De verklaringskracht van de klassieke psychoanalyse van Freud kan in twijfel worden getrokken
vanwege de autoritaire aard van de therapeut. Jannes is van mening dat de psychoanalyse achteraf
met een mooie verklaring komt over hoe het gedrag tot stand is gekomen, maar geen handvaten
biedt om hier in de toekomst mee om te kunnen gaan.
Voorbeeld: verklaring voor hysterie vanuit Freud draait om seksuele frustratie in de vroege jeugd en
verdrongen herinneringen. Als je dit als verklaring voor het gedrag van een cliënt geeft, dan kan de
cliënt 2 dingen doen: het ermee eens zijn (Freud gelijk) of het er niet mee eens zijn (Freud zegt dat de
cliënt het verdrongen heeft en de therapeut heeft gelijk)
10. Wat is Jannes zijn kijk op de moderne psychoanalyse?
Er is een verschuiving geweest van verdrongen driften (driftpsychologie) naar het afweermechanisme
(egopsychologie) waarbij het accent nog steeds op seksuele driften en verdrongen herinneringen ligt.
De opvolgers van deze benadering zijn minder gericht op seks en driftmatig handelen en meer
gericht op een relationele kijk. Het accent is nog altijd op de vroege jeugdervaringen die bepalen hoe
de persoon in elkaar zit, maar nu gaat het meer over hoe kinderen vroegtijdige relaties vormen en
hoe dat zicht vormt naar de volwassenheid toe.
11. Maakt het volgens Jannes uit welke theorie je kiest om een probleem aan te duiden?
Ja, dat maakt uit. Geen enkele benadering biedt overal een verklaring voor. De verschillende
benaderingen hebben elk een beperkt toepassingsgebied, sluiten elkaar niet uit en zijn goed te
integreren.
12. Wat is Jannes zijn kijk op psychologen die hun eigen theoretische kader ontwerpen en hanteren?
Wetenschap moet in beweging blijven om mee te gaan met veranderingen in de tijd en huidige
maatschappelijke problemen. Daarom stimuleert Jannes studenten om met hun eigen theorieën te
komen, maar deze moeten wel empirisch getest worden om tot een gefundeerde aanpak te kunnen
komen. Hoewel hij er geen bezwaar tegen heeft, vind hij wel dat er kritisch naar gekeken moet
worden, want een theoretisch kader wat niet getoetst is kan voor hulpverleners gevaarlijk zijn.
13. Welke theorie is volgens Jannes het beste?
Er is volgens Jannes niet één juist perspectief, aangezien elke benadering een ander
toepassingsgebied heeft. Echter, als je kijkt naar het huidige wereldbeeld (mechanistisch en sterke
individualisatie) heeft de cognitieve gedragstherapie haar effectiviteit bewezen, omdat er gefocust
wordt op het denkkader van de cliënt. Daar sluit volgens hem een onderliggende neurobiologische
kijk goed bij aan.