2013
tijdvak 1
dinsdag 14 mei
13.30 - 16.30 uur
natuurkunde (pilot)
Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Gebruik het tabellenboekje.
Dit examen bestaat uit 25 vragen.
Voor dit examen zijn maximaal 79 punten te behalen.
Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een goed antwoord behaald
kunnen worden.
Als bij een vraag een verklaring, uitleg, berekening of afleiding gevraagd wordt,
worden aan het antwoord meestal geen punten toegekend als deze verklaring,
uitleg, berekening of afleiding ontbreekt.
Geef niet meer antwoorden (redenen, voorbeelden e.d.) dan er worden gevraagd.
Als er bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd en je geeft meer dan twee
redenen, dan worden alleen de eerste twee in de beoordeling meegeteld.
VW-1023-f-13-1-o
, Formuleblad
Formules die bij het pilot-programma horen en die niet in Binas staan.
C Beweging en wisselwerking
Fw,l 12 cw Av 2
Echem rvV Echem rm m
pvoor pna
D Lading en veld
I GU
E Straling en materie
P
T 4 L 4R 2 T 4 v c
A
E
D H QD
m
VW-1023-f-13-1-o lees verder ►►►
,VW-1023-f-13-1-o lees verder ►►►
, Opgave 1 Sprint
Kimberley en Jenneke maken met behulp van een video-opname een
(s,t)-diagram van een sprint van Carl Lewis over 100 meter. Zie de figuren
1 en 2. Figuur 2 staat vergroot weergegeven op de uitwerkbijlage.
figuur 1 figuur 2
120
s (m)
100
80
60
40
20
0
0 2 4 6 8 10 12
t (s)
Over het deel van de race vanaf t = 4,0 s trekken Kimberley en Jenneke
de volgende conclusies:
Vanaf t = 4,0 s is de snelheid van Lewis constant.
Deze snelheid is gelijk aan 11,7 ms 1.
2p 1 Laat zien met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage dat beide
conclusies juist zijn.
Kimberley en Jenneke onderzoeken nu het begin van de race. Ze hebben
elk een hypothese over de eerste 4 seconde.
Kimberley Hypothese 1 “Lewis leverde in de eerste 4 s een constante kracht.”
Jenneke Hypothese 2 “Lewis leverde in de eerste 4 s een constant vermogen.”
In het (v,t)-diagram van figuur 3 staat figuur 3
gegeven hoe de snelheid zou verlopen als 12
-
v (ms )1
hypothese 1 van Kimberley klopt,
uitgaande van de snelheid op t = 4,0 s. 10
De massa van Carl Lewis bedraagt 80 kg.
8
3p 2 Bepaal de grootte van de kracht die
Kimberley in haar model heeft gebruikt. 6
Neem aan dat de wrijvingskrachten
4
verwaarloosd mogen worden.
2
3p 3 Laat zien dat figuur 3 en figuur 2 (zie
uitwerkbijlage) niet met elkaar in 0
overeenstemming zijn. 0 1 2 3 4
t (s)
VW-1023-f-13-1-o lees verder ►►►