Hoofdstuk 2
Begrijpend lezen
Lezen
Lezen bestaat uit twee aspecten: technisch lezen (omzetten van geschreven in gesproken taal) en
begrijpend lezen.
Begrijpen van een tekst
- individuele woorden ontcijferen koppelen van geschreven woord, naar gesproken woord en
betekenis
- betekenis en informatie eenheden koppelen tot mentale representatie/ coherentie
- belangrijke woorden: verwijswoorden (dit), connectieven (omdat- oorzaak), inferenties (regels over
taal).
Leerstoornis = de ontwikkeling van de vaardigheid wijkt af van de (normale) ontwikkeling van de
overige vaardigheden.
Problemen kunnen voorkomen in:
- Problemen met deelvaardigheden
Dit zijn onderliggende vaardigheden die nodig zijn om begrijpend te kunnen lezen.
(technisch lezen, woordenschat en werkgeheugencapaciteit)
- Problemen met de constructie van een situatiemodel
Uit onderzoek bleek dat zwakke begrijpend lezers slechter waren in het maken van inferentie
en vooral als daarbij een verbinding gelegd moest worden tussen achtergrondkennis en
informatie in de tekst. Een reden hiervan zou zijn dat deze zwakke lezers eerder tevreden zijn
met de coherentie van de tekst. Daarnaast zijn zwakke lezers minder goed in het afstemmen
van hun leesstrategie op de tekst die gelezen moet worden. Normale lezers zullen een tekst
langzamer lezen als het doel is om de tekst te begrijpen. Ook hebben zwakke lezers minder
kennis van tesktstructuren en weten ze niet dat het handig is om de hoofdgedachte van de
tekst te achterhalen. Als laatste zijn zwakke lezers minder goed in het maken van inferenties,
omdat ze minder goed zijn in begripsmonitoring, het bewaken van hun begrip van de tekst >
inconsistentie.
Interventies voor begrijpend lezen
- Bevorderen van een coherent situatiemodel
Er zijn weinig interventies die gericht zijn op inferenties. Yuill en Oakhill ontwikkelden er wel
één. Zij focusten op: Oefenen van inferenties op basis van woorden (tom en school
combineren) en oefenen van inferenties uit verschillende zinnen integreren (waarom kwam
Tom te laat op school?. Om begripsmonitoring te oefenen moet de bewering in elke zin
steeds vergeleken worden met eerdere beweringen in de tekst. Deze zijn gericht op het
controleren van inconsistenties. Ook kunnen tekststructuren en leestrategieën worden
aangeleerd.
- Stimuleren van deelvaardigheden
Dit zijn indirect werkende interventies gericht op technisch lezen, woordenschat en
werkgeheugencapaciteit.