Samenvatting: “Van leertheorie naar onderwijspraktijk” blz. 120 – 141:
Cognitieve leertheorie:
Cognitieve psychologen hadden interesse in wat er in de ‘black box’ gebeurde.
-Behavioristen bekommerden zich niet om deze box.
Leren wordt vergeleken met een computer die informatie verwerkt.
-Een computer verwerkt volgens de cognitieve psychologen op een soortgelijke manier
de informatie als de mens.
§5.1:
Bronnen van de cognitieve leertheorie:
Gestaltpsychologie:
Psychologie die er vanuit gaat dat mensen neigen om waarnemingen te (her)ordenen en
(her)construeren tot het ‘gute gestalten’ ofwel; goede vorm heeft.
Als er geen samenhang tussen de prikkels is dan construeert de mens deze zelf, zodat er
een betekenisvol geheel ontstaat.
Pregnantieprincipe = Eén van de waarnemingswetten van de gestaltpsychologie; de
interpretatie die het meest voor de hand ligt wordt als de juiste
beschouwd.
Leren gaat volgens gestaltpsychologen niet via ‘trial-and-error’. Het verloopt via het
krijgen van inzicht.
-Denk aan de aap die, na een tijdje, ineens bedenkt hoe hij door dozen op te stapelen
een, tot nu toe onbereikbare, banaan kan bereiken.
o Inzicht = Resultaat van doeltreffende (her)construering of (her)-
interpretatie van een probleem dat tot de oplossing leidt.
Aha-erlebnis = Moment waarop inzicht plots doorbreekt en je dus de oplossing
weet; er gaat ineens een lampje branden.
Transfer = Het toepassen van inzicht in nieuwe situaties.
Gestaltpsychologen durfden geen uitspraken te maken over hoe inzicht voortvloeide uit
mentale processen.
-De cognitieve psychologen durfden dit wel.
§5.2:
Ontdekken leren van Bruner:
De mens verwerkt informatie actief en leert intentioneel (doelbewust).
-De mens zoekt, bewerkt, codeert, construeert etc. info zelf zodat het in zijn eigen
cognitieve structuur past.
Cognitieve structuur wordt door Bruner ook wel representatiesysteem genoemd.
Declaratieve kennis wordt in schema’s hiërarchisch geordend.
-Dit is belangrijk bij het opnemen, opslaan en terugroepen van kennis.