Ergotherapie, Theorie 3.1.a
HOORCOLLEGE 1
Handelen:
Ontwikkeling van het handelen vindt plaats door:
1. Motorische ontwikkeling
2. Cognitieve ontwikkeling
3. Sociaal emotionele ontwikkeling
Artikel van Houten, 2013:
“Voortschrijdende inzichten in de kinderergotherapie”
- Kinderergotherapeuten zijn kritische professionals
Handelt vanuit eigen expertise (practice based) en evidence based
- Participatie als focus
- Doelen formuleren
Gedaan volgens ICF-CY
(International Classification of Functioning, Disability and Health for Children and Youth)
- Familiegecentreerde aanpak
Steeds belangijker geworden om het gezin en de omgeving van het kind te betrekken
“Nothing about us without us”
- Kosten beheersing
Er wordt alleen vergoed als het bewezen is
- Richtlijnen en statements
Vaak een diagnose nodig voordat iets bewezen kan worden als effectief
Artikel Verkerk, 2006:
“The reproducibility and validity of the Canadian Occupational Performance Measure in parents of children with
disabilities”
Er wordt gekeken of de afname van het COPM betrouwbaar is als deze bij de ouders wordt afgenomen in plaats
van bij het kind met het handelingsprobleem.
De conclusie:
Ergotherapeuten kunnen het COPM bij de ouders afnemen, maar er moet rekening gehouden worden met het feit
dat de scores van de uitvoering en de tevredenheid lager worden gescoord dan gemiddeld.
Grondslagen H24 p. 579-590:
Assessments zijn op basis van het TCOP in te delen.
TCOP = Handeling activiteit taak vaardigheid mentale processen
AHA (Assisting Hand Assessment):
- Voor kinderen met unilaterale aandoening aan hand/arm
- Observeren inzet aangedane arm
- 1,5 – 5 jaar (small kids AHA)
- 5 – 12 jaar (school kids AHA)
CAPE (Children’s Assessment of Participation and Enjoyment):
- Voor kinderen met een functionele beperking (bv CP)
- Door een vragenlijst participatie in buitenschoolse activiteiten in kaart brengen
- PAC is goed aanvullend assessment
- 6 – 21 jaar
COSA (Child Occupational Self Assessment):
- Mogelijke probleemgebieden in kaart brengen
- “Wat jij zelf vindt, niet wat mama en papa vinden”
- 8 – 13 jaar
1
HOORCOLLEGE 1
Handelen:
Ontwikkeling van het handelen vindt plaats door:
1. Motorische ontwikkeling
2. Cognitieve ontwikkeling
3. Sociaal emotionele ontwikkeling
Artikel van Houten, 2013:
“Voortschrijdende inzichten in de kinderergotherapie”
- Kinderergotherapeuten zijn kritische professionals
Handelt vanuit eigen expertise (practice based) en evidence based
- Participatie als focus
- Doelen formuleren
Gedaan volgens ICF-CY
(International Classification of Functioning, Disability and Health for Children and Youth)
- Familiegecentreerde aanpak
Steeds belangijker geworden om het gezin en de omgeving van het kind te betrekken
“Nothing about us without us”
- Kosten beheersing
Er wordt alleen vergoed als het bewezen is
- Richtlijnen en statements
Vaak een diagnose nodig voordat iets bewezen kan worden als effectief
Artikel Verkerk, 2006:
“The reproducibility and validity of the Canadian Occupational Performance Measure in parents of children with
disabilities”
Er wordt gekeken of de afname van het COPM betrouwbaar is als deze bij de ouders wordt afgenomen in plaats
van bij het kind met het handelingsprobleem.
De conclusie:
Ergotherapeuten kunnen het COPM bij de ouders afnemen, maar er moet rekening gehouden worden met het feit
dat de scores van de uitvoering en de tevredenheid lager worden gescoord dan gemiddeld.
Grondslagen H24 p. 579-590:
Assessments zijn op basis van het TCOP in te delen.
TCOP = Handeling activiteit taak vaardigheid mentale processen
AHA (Assisting Hand Assessment):
- Voor kinderen met unilaterale aandoening aan hand/arm
- Observeren inzet aangedane arm
- 1,5 – 5 jaar (small kids AHA)
- 5 – 12 jaar (school kids AHA)
CAPE (Children’s Assessment of Participation and Enjoyment):
- Voor kinderen met een functionele beperking (bv CP)
- Door een vragenlijst participatie in buitenschoolse activiteiten in kaart brengen
- PAC is goed aanvullend assessment
- 6 – 21 jaar
COSA (Child Occupational Self Assessment):
- Mogelijke probleemgebieden in kaart brengen
- “Wat jij zelf vindt, niet wat mama en papa vinden”
- 8 – 13 jaar
1