Oefentoets ipo 2A
1. Waar gaan onderwijswetenschappen NIET over?
a. Hoe mensen leren
b. Hoe leren verbeterd kan worden door diverse sociale en organisatorische
instellingen en nieuwe ontwerpen en leeromgevingen.
c. Hoe een kind opgevoed moet worden om goed te leren.
2. Op welk niveau hoort het onderwijsbeleid?
a. micro
b. macro
c. meso
3. Bij wat hoort: ‘’ik zei het toch’’?
a. patternity bias
b. confirmation bias
c. hindsight bias
4. Wat staat centraal bij cognitivisme?
a. gedrag
b. denken
c. actieve kennisverwerving in samenwerking
5. Wat houdt de leerstijl hypothese in?
a. Hoe actiever je bezig bent met de stof, hoe sneller/beter je het leert.
b. Overlap interactie:leerlingen met verbale stijl leren beter met boek
c. De meeste mensen voldoen niet aan één leerstijl
6. Wat is GEEN argument tegen meerdere intelligenties?
a. Intelligenties zijn subjectief
b. Het zijn geen intelligenties, maar talenten en vaardigheden
c. Ze worden niet ondersteund door onderzoeksresultaten.
d. Ze kunnen niet goed worden gemeten.
7. Wat voor feedback is dit? ‘’je hebt de tekst niet goed genoeg gelezen om de opdrachten
te maken.’’
a. taakgerichte feedback
b. procesgerichte feedback
c. zelfregulatie feedback
d. epistemologische feedback
8. Wat is wel een grondbeginsel van Barak Rosenshire?
a. Haal voorkennis op.
b. Leer om de dag.
c. Zorg voor concrete voorbeelden.
d. Eis en controleer zelfstandig oefenen.
, 9. Wat is geen doel van probleemgestuurd onderwijs?
a. flexibele kennis vergaren
b. beter leren samenwerken
c. zelfstandiger studeren en werken
d. werkgeheugen stimuleren
10. Wat is een oplossing voor het wegwerken van de minpunten van probleemgestuurd
onderwijs?
a. Alternatief met minder druk op het werkgeheugen.
b. problemen laten oplossen met een doel.
c. bestuderen van niet uitgewerkte voorbeelden.
d. nieuwe informatie geven.
11. Wat is geen conclusie van nieuwe technologie?
a. Het medium beïnvloedt zelden het lesgeven.
b. Er is 1 medium het beste.
c. instructie is cruciaal
d. media moet gebruikt worden als middel, niet als wondermiddel of doel.
12. Waar hoort deze zin bij: verhaallijn werkt motivatie verhogend.
a. narrative hypothesis
b. discovery hypothesis
c. cognitive hypothesis
d. game-based learning
13. Wat weten we van duurzame onderwijsvernieuwing?
a. Dat een schoolleider van groot belang is.
b. Vernieuwing stilhouden is beter.
c. Je kan gemakkelijk veranderingen van bovenaf doorvoeren.
14. ‘’Ik heb dit net gelezen, wat stond er ook alweer?’’ Waar is dit een voorbeeld van?
a. retrieval practise
b. spaced practise
15. Wat is chronocentrisme?
a. Het chronologisch lopen van de periode waarin je leeft.
b. Het als zeer uitzonderlijk beschouwen van een periode waarin je leeft.
c. Het verklaren van de volgorde dat iets gebeurd.
16. Wat is geen kenmerk van digital natives?
a. Ze eisen onmiddellijke voldoening.
b. Ze hebben veel ondersteuning nodig.
c. Ze sturen een digitale revolutie.
d. Ze weerspiegelen en spelen in op de kenniseconomie.
17. Kan je met brain gym en brain games je cognitieve vaardigheden verbeteren?
a. ja
b. nee
1. Waar gaan onderwijswetenschappen NIET over?
a. Hoe mensen leren
b. Hoe leren verbeterd kan worden door diverse sociale en organisatorische
instellingen en nieuwe ontwerpen en leeromgevingen.
c. Hoe een kind opgevoed moet worden om goed te leren.
2. Op welk niveau hoort het onderwijsbeleid?
a. micro
b. macro
c. meso
3. Bij wat hoort: ‘’ik zei het toch’’?
a. patternity bias
b. confirmation bias
c. hindsight bias
4. Wat staat centraal bij cognitivisme?
a. gedrag
b. denken
c. actieve kennisverwerving in samenwerking
5. Wat houdt de leerstijl hypothese in?
a. Hoe actiever je bezig bent met de stof, hoe sneller/beter je het leert.
b. Overlap interactie:leerlingen met verbale stijl leren beter met boek
c. De meeste mensen voldoen niet aan één leerstijl
6. Wat is GEEN argument tegen meerdere intelligenties?
a. Intelligenties zijn subjectief
b. Het zijn geen intelligenties, maar talenten en vaardigheden
c. Ze worden niet ondersteund door onderzoeksresultaten.
d. Ze kunnen niet goed worden gemeten.
7. Wat voor feedback is dit? ‘’je hebt de tekst niet goed genoeg gelezen om de opdrachten
te maken.’’
a. taakgerichte feedback
b. procesgerichte feedback
c. zelfregulatie feedback
d. epistemologische feedback
8. Wat is wel een grondbeginsel van Barak Rosenshire?
a. Haal voorkennis op.
b. Leer om de dag.
c. Zorg voor concrete voorbeelden.
d. Eis en controleer zelfstandig oefenen.
, 9. Wat is geen doel van probleemgestuurd onderwijs?
a. flexibele kennis vergaren
b. beter leren samenwerken
c. zelfstandiger studeren en werken
d. werkgeheugen stimuleren
10. Wat is een oplossing voor het wegwerken van de minpunten van probleemgestuurd
onderwijs?
a. Alternatief met minder druk op het werkgeheugen.
b. problemen laten oplossen met een doel.
c. bestuderen van niet uitgewerkte voorbeelden.
d. nieuwe informatie geven.
11. Wat is geen conclusie van nieuwe technologie?
a. Het medium beïnvloedt zelden het lesgeven.
b. Er is 1 medium het beste.
c. instructie is cruciaal
d. media moet gebruikt worden als middel, niet als wondermiddel of doel.
12. Waar hoort deze zin bij: verhaallijn werkt motivatie verhogend.
a. narrative hypothesis
b. discovery hypothesis
c. cognitive hypothesis
d. game-based learning
13. Wat weten we van duurzame onderwijsvernieuwing?
a. Dat een schoolleider van groot belang is.
b. Vernieuwing stilhouden is beter.
c. Je kan gemakkelijk veranderingen van bovenaf doorvoeren.
14. ‘’Ik heb dit net gelezen, wat stond er ook alweer?’’ Waar is dit een voorbeeld van?
a. retrieval practise
b. spaced practise
15. Wat is chronocentrisme?
a. Het chronologisch lopen van de periode waarin je leeft.
b. Het als zeer uitzonderlijk beschouwen van een periode waarin je leeft.
c. Het verklaren van de volgorde dat iets gebeurd.
16. Wat is geen kenmerk van digital natives?
a. Ze eisen onmiddellijke voldoening.
b. Ze hebben veel ondersteuning nodig.
c. Ze sturen een digitale revolutie.
d. Ze weerspiegelen en spelen in op de kenniseconomie.
17. Kan je met brain gym en brain games je cognitieve vaardigheden verbeteren?
a. ja
b. nee