Samenvatting Overheidsbeleid – H1
Beleid is het behandelen van een zaak, maar beleid betekend ook overleg,
bedachtzaamheid en omzichtigheid.
Grote politieke denkers: Aristoteles, Thomas van Aquino, Machiavelli en Marx
Beleid wordt hier omschreven als het streven naar het bereiken van een bepaald
doeleinden met bepaalde middelen en bepaalde tijdskeuzes.
Beleid is een streven (doelgericht handelen) en daartoe behoren zowel denkbeelden
over wat haalbaar en wenselijk is als activiteiten (het handelen).
Beleidsdenken is denken in doeleinden en middelen, dit wordt ook finaal denken
genoemd.
Rationeel: wat redelijk is en op houdbare argumenten berust.
Doelrationeel: doelgericht, doeltreffend en doelmatig.
Beleid is niet altijd rationeel of doelrationeel, dit verschilt per keer en is belangrijk om
te onderzoeken.
Beleid heeft twee gezichten, enerzijds is het een samenstel van doeleinden,
middelen tijdskeuzen anderzijds is het een antwoord op een probleem. Het is een
poging om een probleem op een bepaalde manier, namelijk door doelgericht denken
en handelen, op te lossen, te verminderen of te voorkomen.
Een probleem is een verschil, een afstand, tussen een maatstaf zoals een beginsel
of een norm, en een voorstelling van een bestaande of verwachte situatie.
Het beleidsveld is de relatie tussen beleid en het deel van de maatschappij waarop
het beleid zich richt.
Beleidsinstrumenten zijn middelen of instrumenten van beleid. Een middel is alles
wat een actor gebruikt of kan gebruiken om het bereiken van één of meer doeleinden
te bevorderen.
Een specifiek soort van een beleidsmiddel is een bestuursinstrument, die zijn gericht
op coördinatie tussen de beleidsbepalende en beleidsuitvoerende organisaties.
De keuze van beleidsinstrumenten berust op veronderstellingen. Het geheel van
veronderstellingen waarop een bepaald beleid berust noemen we de beleidstheorie.
Die veronderstellingen kunnen betrekking hebben op drie verschillende
relaties: (1) doeleinden en middelen, finale relaties, (2) tussen oorzaken en
gevolgen, causale relaties en (3) tussen waarden en normen, normatieve relaties.
Een beleidsproces is het verloop van de gebeurtenissen rond beleid.
Beleid is het behandelen van een zaak, maar beleid betekend ook overleg,
bedachtzaamheid en omzichtigheid.
Grote politieke denkers: Aristoteles, Thomas van Aquino, Machiavelli en Marx
Beleid wordt hier omschreven als het streven naar het bereiken van een bepaald
doeleinden met bepaalde middelen en bepaalde tijdskeuzes.
Beleid is een streven (doelgericht handelen) en daartoe behoren zowel denkbeelden
over wat haalbaar en wenselijk is als activiteiten (het handelen).
Beleidsdenken is denken in doeleinden en middelen, dit wordt ook finaal denken
genoemd.
Rationeel: wat redelijk is en op houdbare argumenten berust.
Doelrationeel: doelgericht, doeltreffend en doelmatig.
Beleid is niet altijd rationeel of doelrationeel, dit verschilt per keer en is belangrijk om
te onderzoeken.
Beleid heeft twee gezichten, enerzijds is het een samenstel van doeleinden,
middelen tijdskeuzen anderzijds is het een antwoord op een probleem. Het is een
poging om een probleem op een bepaalde manier, namelijk door doelgericht denken
en handelen, op te lossen, te verminderen of te voorkomen.
Een probleem is een verschil, een afstand, tussen een maatstaf zoals een beginsel
of een norm, en een voorstelling van een bestaande of verwachte situatie.
Het beleidsveld is de relatie tussen beleid en het deel van de maatschappij waarop
het beleid zich richt.
Beleidsinstrumenten zijn middelen of instrumenten van beleid. Een middel is alles
wat een actor gebruikt of kan gebruiken om het bereiken van één of meer doeleinden
te bevorderen.
Een specifiek soort van een beleidsmiddel is een bestuursinstrument, die zijn gericht
op coördinatie tussen de beleidsbepalende en beleidsuitvoerende organisaties.
De keuze van beleidsinstrumenten berust op veronderstellingen. Het geheel van
veronderstellingen waarop een bepaald beleid berust noemen we de beleidstheorie.
Die veronderstellingen kunnen betrekking hebben op drie verschillende
relaties: (1) doeleinden en middelen, finale relaties, (2) tussen oorzaken en
gevolgen, causale relaties en (3) tussen waarden en normen, normatieve relaties.
Een beleidsproces is het verloop van de gebeurtenissen rond beleid.