Samenvatting Overheidsbeleid – H3
Symbolisch beleid is beleid waarin slechts wordt gedaan alsof er iets aan het
probleem wordt gedaan, terwijl er feitelijk geen of nauwelijks middelen worden
ingezet om het probleem op te lossen.
Modellen zijn een versimpeling van de werkelijkheid.
Een probleem kan worden omschreven als een discrepantie tussen een maatstaf
(beginsel, norm) en een voorstelling van een bestaande of verwachte situatie.
Een agenda is een lijst van onderwerpen die aandacht behoeven. Er kan
onderscheid worden gemaakt tussen een publieke agenda (de onderwerpen die de
burgers bezighouden), een media-agenda en een overheidsagenda. Op de publieke-
agenda en de overheidsagenda staan alleen gespreksonderwerpen. Op de
overheidsagenda staan gesprekonderwerpen en onderwerpen waarover besloten
moet worden. Welke onderwerpen er op de overheidsagenda staan hangt af van de
overheidsorganisatie.
Tijdens het agendavormingsproces concurreren actoren en onderwerpen om de
aandacht van het publiek en de overheid.
Concurrerende actoren zijn: politici, ambtenaren, burgers, belangenorganisaties
(lobbyorganisaties), adviesorganen, adviescolleges en de media.
De media vormen een intermediair tussen het publiek en de beleidsbepalers en
leggen de verbinding tussen de publieke agenda en de overheidsagenda.
Twee voorbeelden van klassieke modellen zijn: (1) het kloofmodel: laat zien dat
de ernst van het probleem een belangrijke rol speelt in het agendavormingsproces
(2) het barrièremodel: in dit model wordt benadrukt dat er enerzijds sprake kan zijn
van ‘non decisions’ dat wil zeggen beslissingen om (vooralsnog) niets te doen en dat
anderzijds verschillende barrières overwonnen moeten worden, wil een onderwerp
op de agenda komen.
Barrières die onderscheiden kunnen worden: (1) dat een probleem wordt gezien
als een maatschappelijk probleem, (2) dat een maatschappelijk probleem op de
overheidsagenda komt, (3) dat een beleid wordt geformuleerd voor het probleem of
(4) dat het beleid goed wordt uitgevoerd.
Recente modellen voor agendavorming zijn: (1) het stromenmodel, (2) het
doorbroken evenwichtsmodel en (3) het relatieve aandachtsmodel.
Symbolisch beleid is beleid waarin slechts wordt gedaan alsof er iets aan het
probleem wordt gedaan, terwijl er feitelijk geen of nauwelijks middelen worden
ingezet om het probleem op te lossen.
Modellen zijn een versimpeling van de werkelijkheid.
Een probleem kan worden omschreven als een discrepantie tussen een maatstaf
(beginsel, norm) en een voorstelling van een bestaande of verwachte situatie.
Een agenda is een lijst van onderwerpen die aandacht behoeven. Er kan
onderscheid worden gemaakt tussen een publieke agenda (de onderwerpen die de
burgers bezighouden), een media-agenda en een overheidsagenda. Op de publieke-
agenda en de overheidsagenda staan alleen gespreksonderwerpen. Op de
overheidsagenda staan gesprekonderwerpen en onderwerpen waarover besloten
moet worden. Welke onderwerpen er op de overheidsagenda staan hangt af van de
overheidsorganisatie.
Tijdens het agendavormingsproces concurreren actoren en onderwerpen om de
aandacht van het publiek en de overheid.
Concurrerende actoren zijn: politici, ambtenaren, burgers, belangenorganisaties
(lobbyorganisaties), adviesorganen, adviescolleges en de media.
De media vormen een intermediair tussen het publiek en de beleidsbepalers en
leggen de verbinding tussen de publieke agenda en de overheidsagenda.
Twee voorbeelden van klassieke modellen zijn: (1) het kloofmodel: laat zien dat
de ernst van het probleem een belangrijke rol speelt in het agendavormingsproces
(2) het barrièremodel: in dit model wordt benadrukt dat er enerzijds sprake kan zijn
van ‘non decisions’ dat wil zeggen beslissingen om (vooralsnog) niets te doen en dat
anderzijds verschillende barrières overwonnen moeten worden, wil een onderwerp
op de agenda komen.
Barrières die onderscheiden kunnen worden: (1) dat een probleem wordt gezien
als een maatschappelijk probleem, (2) dat een maatschappelijk probleem op de
overheidsagenda komt, (3) dat een beleid wordt geformuleerd voor het probleem of
(4) dat het beleid goed wordt uitgevoerd.
Recente modellen voor agendavorming zijn: (1) het stromenmodel, (2) het
doorbroken evenwichtsmodel en (3) het relatieve aandachtsmodel.