Samenvattingen hoorcolleges IPV leerjaar 2
Periode 2
2.2cIPV1: ouderen
Chronologische leeftijd = nummer van de leeftijd
Functionele leeftijd = wat kan iemand nog fysiek en mentaal
Vergrijzing
- Babyboom (net na de 2e wereldoorlog veel kinderen geboren)
- Levensverwachting (door betere welvaart)
- Ontgroening (vrouwen krijgen minder kinderen)
- Dubbele vergrijzing (de ouderen worden ook steeds ouder)
Lichamelijk
Oorzaken van veroudering
- Excentrieke factoren = roken of dieet rijk aan verzadigde vetzuren
- Intrinsieke factoren = koorts of oxidatie schade
- Veroudering = niet kunnen compenseren van schade
Beeldvorming
Gevolgen van snel categoriseren (beïnvloeden het gedrag):
- Vooroordelen = een affectieve (gevoelsmatige) reactie
- Stereotypen = alle kenmerken die we aan de groep toekennen (cognitief)
- Discrimineren = letterlijk onderscheid maken
Cultuur en tijdgeest is belangrijk.
Ageism = leeftijdsdiscriminatie, door aannamen kan je bijvoorbeeld onder behandeling veroorzaken.
Ageism kan zorgen voor te vroeg overlijden en voor veel onnodig geldverlies zorgen.
Paternalistisch spraakgebruik = behandelen als kleine kinderen (beperken van de vrijheid), dit kan tot
stress leiden en is slecht voor de ouderen
- Toonhoogte
- ‘u’ en ‘ik’ in plaats van ‘we’
- Intonatie
‘De ouderen’ bestaat eigenlijk niet, iedereen is namelijk anders.
Heb kennis over je doelgroep.
Wees je bewust van stereotyperen en vooroordelen!
Sluit aan op je patiënt.
Periode 2
2.2cIPV1: ouderen
Chronologische leeftijd = nummer van de leeftijd
Functionele leeftijd = wat kan iemand nog fysiek en mentaal
Vergrijzing
- Babyboom (net na de 2e wereldoorlog veel kinderen geboren)
- Levensverwachting (door betere welvaart)
- Ontgroening (vrouwen krijgen minder kinderen)
- Dubbele vergrijzing (de ouderen worden ook steeds ouder)
Lichamelijk
Oorzaken van veroudering
- Excentrieke factoren = roken of dieet rijk aan verzadigde vetzuren
- Intrinsieke factoren = koorts of oxidatie schade
- Veroudering = niet kunnen compenseren van schade
Beeldvorming
Gevolgen van snel categoriseren (beïnvloeden het gedrag):
- Vooroordelen = een affectieve (gevoelsmatige) reactie
- Stereotypen = alle kenmerken die we aan de groep toekennen (cognitief)
- Discrimineren = letterlijk onderscheid maken
Cultuur en tijdgeest is belangrijk.
Ageism = leeftijdsdiscriminatie, door aannamen kan je bijvoorbeeld onder behandeling veroorzaken.
Ageism kan zorgen voor te vroeg overlijden en voor veel onnodig geldverlies zorgen.
Paternalistisch spraakgebruik = behandelen als kleine kinderen (beperken van de vrijheid), dit kan tot
stress leiden en is slecht voor de ouderen
- Toonhoogte
- ‘u’ en ‘ik’ in plaats van ‘we’
- Intonatie
‘De ouderen’ bestaat eigenlijk niet, iedereen is namelijk anders.
Heb kennis over je doelgroep.
Wees je bewust van stereotyperen en vooroordelen!
Sluit aan op je patiënt.