gastcolleges
Leerdoelen gastcolleges
Gastcollege 1 – Crispr-Cas9 technologie
De student kan na het bestuderen van de stof:
Drie technieken benoemen en beschrijven waarmee je eiwitten in cellen/weefsels
zichtbaar kan maken voor microscopie
1. Immunofluorescentie
Je gebruikt dan antilichamen wat een receptor herkent. Hieraan bindt een
tweede antilichaam met een fluorescerend label.
Nadeel: dit is niet altijd specifiek. Je hebt niet altijd de juiste antilichamen
tegen de eiwitten die je wilt bestuderen. En er zijn niet altijd antilichamen
beschikbaar voor alle eiwitten. Ook visualiseer je alle cellen (je ziet door de
bomen het bos niet meer).
2. Over(expressie)
Eiwitten extern inbrengen. Je neemt een DNA plasmide die codeert voor het
eiwit die je wilt zien, maar ook een stukje bezit die codeert voor een
fluorescent eiwit. Uiteindelijk wordt dit eiwit dus gemaakt en is het te
herkennen door het fluorescerende deel.
Nadeel: je hebt geen controle meer over de hoeveelheid eiwit dat aanwezig
is. Je hebt vaak veel te veel eiwit wat geproduceerd wordt.
3. Labelen van genen
Je zoekt het gen op dat codeert voor het eiwit van interesse. Je knipt het
open en je zet er een stukje fluorescerend DNA tussen. Je eindigt dan met
een gelabeld gen en als hier een eiwit van gemaakt wordt, dan kan je die dus
herkennen aan de fluorescentie.
Vier voordelen noemen van het labelen van genen om eiwitten te visualiseren voor
microscopie
1. Het is mogelijk bij heel veel eiwitten
2. Je kan het ook toepassen specifiek voor één eiwit
3.
1