tijd van pruiken en revoluties 1700- 1800
belangrijke data:
1702- 1747 tweede stdhouderloze tijdperk
1748 pachtersoproer
1747- 1751 stadhouder willem IV
1774 Eise Eisinga bouwt planetarium
1780- 1787 patriotten
1789 Wilbeforce dient eerste motie in tegen slavernij
1789 Franse Revolutie
1766- 1795 stahouder willem V
1795 franse inval, einde van de republiek. Willem V vlucht
1795- 1806 bataafse republiek
1795- 1813 franse tijd
De economische ontwikkeling
- Gunstige ligging van de oostezee, het rijnland en engeland, ook door ontreddering in
duitsland, opstanden en burgeroorlogen in frankrijk en engeland
- Stapelmarkt in asterdam
Technologische achterstand
- Ontbreken van steenkool, ijzer en verouderde scheepsbouw in de republiek.
- Havens waren te ondiep voor buitenlandse schepen
Achteruitgang
- Stapelmarkt in holland was niet meer exclusief, amsterdam raakte zijn functie als financieel
centrum kwijt
De compagnieen; teruglopende inkomsten en opheffing
- Voc en wic beleefde een neergang in de 18e eeuw.. de voc was niet meer in staat het grote
rijk te besturen. Na de franse inval werd de voc opgeheven
- Wic werd opgeheven in 1674 door de schulden.
Afkeer van slavernij
- In 1630 geen afkeer meer tegen slavernij omdat er een plantagegebied in amerika
slavenhandel van economich belang werd.
- De driehoekshandel; geweren, snuisterijen en alcohol gingen van west europa naar west
afrika werden geruild voor slaven. Slaven werden verkocht in amerika voor plantagehouders.
Die gaven weer luxe producten zoals tabak, rum, cacao en suiker.
De surinaamse plantages
- Het was de basis van de economie
- De grond was vruchtbaar in suriname
Levensomstandigheden op een plantage
- Werden bepaalt door door de behandeling door zijn meester en wat voor soort werk hij deed
Slavenwetgeving
- De wetten waren te wreed
- Slaven waren dieren of objecten
- Aparte strafrecht voor slaven
William wilberforce en het aboliotisme
- Abolitionisme is het streven naar afschaffing van de slavernij
- In 1833 werd de handel in slaven definitief verboden.
belangrijke data:
1702- 1747 tweede stdhouderloze tijdperk
1748 pachtersoproer
1747- 1751 stadhouder willem IV
1774 Eise Eisinga bouwt planetarium
1780- 1787 patriotten
1789 Wilbeforce dient eerste motie in tegen slavernij
1789 Franse Revolutie
1766- 1795 stahouder willem V
1795 franse inval, einde van de republiek. Willem V vlucht
1795- 1806 bataafse republiek
1795- 1813 franse tijd
De economische ontwikkeling
- Gunstige ligging van de oostezee, het rijnland en engeland, ook door ontreddering in
duitsland, opstanden en burgeroorlogen in frankrijk en engeland
- Stapelmarkt in asterdam
Technologische achterstand
- Ontbreken van steenkool, ijzer en verouderde scheepsbouw in de republiek.
- Havens waren te ondiep voor buitenlandse schepen
Achteruitgang
- Stapelmarkt in holland was niet meer exclusief, amsterdam raakte zijn functie als financieel
centrum kwijt
De compagnieen; teruglopende inkomsten en opheffing
- Voc en wic beleefde een neergang in de 18e eeuw.. de voc was niet meer in staat het grote
rijk te besturen. Na de franse inval werd de voc opgeheven
- Wic werd opgeheven in 1674 door de schulden.
Afkeer van slavernij
- In 1630 geen afkeer meer tegen slavernij omdat er een plantagegebied in amerika
slavenhandel van economich belang werd.
- De driehoekshandel; geweren, snuisterijen en alcohol gingen van west europa naar west
afrika werden geruild voor slaven. Slaven werden verkocht in amerika voor plantagehouders.
Die gaven weer luxe producten zoals tabak, rum, cacao en suiker.
De surinaamse plantages
- Het was de basis van de economie
- De grond was vruchtbaar in suriname
Levensomstandigheden op een plantage
- Werden bepaalt door door de behandeling door zijn meester en wat voor soort werk hij deed
Slavenwetgeving
- De wetten waren te wreed
- Slaven waren dieren of objecten
- Aparte strafrecht voor slaven
William wilberforce en het aboliotisme
- Abolitionisme is het streven naar afschaffing van de slavernij
- In 1833 werd de handel in slaven definitief verboden.