Grammatica engels periode 3
Tijd Vorm Gebruik Passive
Present Hele werkwoord -Feiten Am/are/is + voltooid
simple (+s bij he/she/it) -Gewoonten deelwoord
-Tijdschema’s
Present Am/are/is + ww + -Wanneer Am/are/is + being +
continuous ing iets/iemand nu bezig voltooid deelwoord
is (met iets).
-Afspraken die je
(gemaakt) hebt.
-Ergenis
Past simple Regelmatig = ww -Wanneer iets in het Was/were + voltooid
+ ed verleden gebeurd is deelwoord
Onregelmatig = en afgelopen.
2e vorm -Wanneer iets een
bezigheid onderbrak
(en de bezigheid is
past continuous).
Present Regelmatig = -Wanneer iets Have/has + been +
perfect have/has + ww + gebeurd is en je daar voltooid deelwoord
ed nu het resultaat van
Onregelmatig = merkt.
have/has + 3e -Wanneer iets in het
vorm verleden begonnen is
en nog steeds bezig
is.
Past Had + voltooid -Wanneer iets Had been + voltooid
perfect deelwoord gebeurd is in het deelwoord
verleden voordat iets
anders gebeurde.
Future Will + hele -Voorspellingen Will + be + voltooid
(will) werkwoord -Beslissing die je deelwoord
neemt en meteen
uitvoert.
Future (to Am/are/is going -Plan dat iemand zelf Am/are/is + going to
be going to + hele gemaakt heeft (en + be + voltooid
to) werkwoord waar nog iets tussen deelwoord
kan komen)
-Voorspelling met
bewijs.
, Future
1. Will / shall + werkwoord
2. Present continuous
3. To be + going to
4. Present simple
Future vorm Gebruik
Will / shall + werkwoord - Iets gaat in de toekomst gebeuren.
Bij I + we mag je kiezen tussen will en shall.
Shall is verplicht bij I + we als je een voorstel doet of als je
naar iemands voorkeur of besluit vraagt.
Will is verplicht bij I + we als je om informatie vraagt.
- Je neemt iets voor op het moment dat je het zegt.
- Na een wens, veronderstelling, belofte, aanbod of
voorspelling kun je will/shall gebruiken.
Present continuous - Kan naar de toekomst verwijzen als er sprake is van een
To be + werkwoord + ing afspraak of van plannen waarvoor al voorbereidingen zijn
getroffen.
To be + going to - Kan naar de toekomst verwijzen als er sprake is van een
bestaand plan.
- Als er op een moment een duidelijke aanwijzingen zijn dat
er iets gaat gebeuren.
Present simple - Vaste tijden / tijdschema’s
He/she/it + werkwoord + s (aankomt/vertrek/opening/sluiting/aanvang/eind ect)
The genitive
Genitive is de vorm die bezit aanduidt of aangeeft bij wie of wat iets hoort.
Personen, namen, tijd, plaats en uitdrukkingen = apostrof + s / alleen apostrof
Personen enkelvoud ‘s The boy’s bike
Personen meervoud eindigen op s ‘ The boys’ bike
Namen ‘s James’s girlfriend
Namen uit klassieke oudheid ‘ Socrates’ ideas
Tijd enkelvoud ‘s An hour’s walk form here
Tijd meervoud ‘ A three hours’ drive
Plaats (je noemt de plaats niet) ‘s Then I went to my friend’s
(house).
Bij zaken, hoeveelheden en aardrijkskundige namen = of
o The brakes of the bike
o A pound of apples
o The city of Maastricht
Bij plaatsen en gebouwen, kan je de woorden als shop en firm weglaten.
o They sell delicious pastries at the baker’s in town.
Soms kun je bij de genitive ‘s / ‘ een zelfstandig naamwoord (noun) weglaten
om herhaling te voorkomen.
o This car is my dad’s (car).
Tijd Vorm Gebruik Passive
Present Hele werkwoord -Feiten Am/are/is + voltooid
simple (+s bij he/she/it) -Gewoonten deelwoord
-Tijdschema’s
Present Am/are/is + ww + -Wanneer Am/are/is + being +
continuous ing iets/iemand nu bezig voltooid deelwoord
is (met iets).
-Afspraken die je
(gemaakt) hebt.
-Ergenis
Past simple Regelmatig = ww -Wanneer iets in het Was/were + voltooid
+ ed verleden gebeurd is deelwoord
Onregelmatig = en afgelopen.
2e vorm -Wanneer iets een
bezigheid onderbrak
(en de bezigheid is
past continuous).
Present Regelmatig = -Wanneer iets Have/has + been +
perfect have/has + ww + gebeurd is en je daar voltooid deelwoord
ed nu het resultaat van
Onregelmatig = merkt.
have/has + 3e -Wanneer iets in het
vorm verleden begonnen is
en nog steeds bezig
is.
Past Had + voltooid -Wanneer iets Had been + voltooid
perfect deelwoord gebeurd is in het deelwoord
verleden voordat iets
anders gebeurde.
Future Will + hele -Voorspellingen Will + be + voltooid
(will) werkwoord -Beslissing die je deelwoord
neemt en meteen
uitvoert.
Future (to Am/are/is going -Plan dat iemand zelf Am/are/is + going to
be going to + hele gemaakt heeft (en + be + voltooid
to) werkwoord waar nog iets tussen deelwoord
kan komen)
-Voorspelling met
bewijs.
, Future
1. Will / shall + werkwoord
2. Present continuous
3. To be + going to
4. Present simple
Future vorm Gebruik
Will / shall + werkwoord - Iets gaat in de toekomst gebeuren.
Bij I + we mag je kiezen tussen will en shall.
Shall is verplicht bij I + we als je een voorstel doet of als je
naar iemands voorkeur of besluit vraagt.
Will is verplicht bij I + we als je om informatie vraagt.
- Je neemt iets voor op het moment dat je het zegt.
- Na een wens, veronderstelling, belofte, aanbod of
voorspelling kun je will/shall gebruiken.
Present continuous - Kan naar de toekomst verwijzen als er sprake is van een
To be + werkwoord + ing afspraak of van plannen waarvoor al voorbereidingen zijn
getroffen.
To be + going to - Kan naar de toekomst verwijzen als er sprake is van een
bestaand plan.
- Als er op een moment een duidelijke aanwijzingen zijn dat
er iets gaat gebeuren.
Present simple - Vaste tijden / tijdschema’s
He/she/it + werkwoord + s (aankomt/vertrek/opening/sluiting/aanvang/eind ect)
The genitive
Genitive is de vorm die bezit aanduidt of aangeeft bij wie of wat iets hoort.
Personen, namen, tijd, plaats en uitdrukkingen = apostrof + s / alleen apostrof
Personen enkelvoud ‘s The boy’s bike
Personen meervoud eindigen op s ‘ The boys’ bike
Namen ‘s James’s girlfriend
Namen uit klassieke oudheid ‘ Socrates’ ideas
Tijd enkelvoud ‘s An hour’s walk form here
Tijd meervoud ‘ A three hours’ drive
Plaats (je noemt de plaats niet) ‘s Then I went to my friend’s
(house).
Bij zaken, hoeveelheden en aardrijkskundige namen = of
o The brakes of the bike
o A pound of apples
o The city of Maastricht
Bij plaatsen en gebouwen, kan je de woorden als shop en firm weglaten.
o They sell delicious pastries at the baker’s in town.
Soms kun je bij de genitive ‘s / ‘ een zelfstandig naamwoord (noun) weglaten
om herhaling te voorkomen.
o This car is my dad’s (car).