Staatsrecht 3
Hoorcollege 1 10 september 2015
Landen beheersen én staatsinrichting en systemen vergelijken. Staatsrecht van de landen van de
Europese Unie; 4 hoofdstukken integraal lezen. Gemeenschappelijke factoren in de staten bekijken.
Staat: een samenlevingsverband van een groep personen die op een bepaald grondgebied wonen,
waarover effectief gezag wordt uitgeoefend, en dit staatssysteem wordt erkend door internationale
landen. (Legitiem gezag = overheid)
Taal is ook belangrijk. Een staat wordt gevormd om de mensen die dezelfde taal spreken.
In België zorgt de taalstrijd ervoor dat de staatsstructuur verwoest is. Alles is gesplitst en dubbel.
Vlaamstalige en Franstalige partijen, ministerraad ed. Taalelement is zo belangrijk. De Staat staat op
knappen door de taalstrijd.
Geloof: bijv. in het Verenigd Koninkrijk.
Ras: Zuid-Afrika, de apartheid. Nederlandse Antillen; allemaal Nederlander, maar voelen
zich vaak tweederangs Nederlander. Bonaire, Saba en St. Eustatius horen nu bij Nederland. Stukje
Nederland dat overzee ligt. Daar geldt de Nederlandse wetgeving. Zou dus betekenen dat iemand die
op Bonaire werkloos zijn, dezelfde rechten heeft als de Nederlander in Nederland. Onderdeel van
Nederland, maar vanwege het insullaire karakter kunnen niet altijd dezelfde regels gelden.
Gemeenschappelijk verleden: Schotten, referendum. Schotten beroepen zich op hun
verleden, daarin zien zij de toekomst.
Gemeenschappelijke toekomst: Europa.
Belangrijke vraagstukken hoe de staat in stand komt en of de staat in stand kan blijven. Meeste
landen zijn genoemd naar het volk dat er woont, soms naar de omgeving (Albanië: witte bergen,
montenegro: zwarte bergen).
Weber vier vormen van gezag:
1. Traditioneel gezag: gezag dat gebaseerd is op traditie, gebaseerd op erfopvolging. Oudste
vorm. Iemand is de vorst en daarom luister je naar de vorst. (gebaseerd op soevereiniteit van
een vorst, begint langzaam terrein te verliezen, juridische grondslag voor nodig).
- Grondwet onder het gezag leggen: nieuwe gedachte, 18e eeuws: juridisch document
wat ten grondslag wordt gelegd aan wat de vorst mag binnen de staat.
2. Rationele gezag: rechtssoevereiniteit. Volk gaat daarover, het volk bepaalt wat de
machtstructuur is (volkssoevereiniteit). Het volk regeert zichzelf, maakt eigen grondwet.
3. Volkssoevereiniteit
4. Charmisma: gezag gegrepen omdat hij zo populair is (Pim Fortuin).
Wat te weten van de geschiedenis: kennen voor zover het van belang is voor de staatsstructuur van
een bepaald land, bijv. voor de staatsvorm of regeringsstelsel. De highlights, dat is van belang
geweest voor het creëren van de staat.
Institutionele staatsrecht: verhoudingen hoger-lager gezag en regeringen-parlement. Aandacht aan
geschiedenis van staten. Grondwet is basis van gezag, codificeert wat in verleden is gegroeid,
modificeert de toekomst; hierin staat hoe de machtsverhoudingen zijn.
Grondwet: legt vast wat er in het verleden is gegroeid, het codificeert. Gestolde werkelijkheid.
Codificeert (legt vast) en modificeert de toekomst.
VK heeft geen grondrecht, wel een constitutie: geheel van regels dat de vorm van de staat bepaald,
de ruggengraat van de staat. Meeste landen schrijven dat op, en dat noemen ze dan een grondwet.
Eenheidsstaat: top down: centrale overheid waar wetgeving en bestuur plaatsvindt. Onder erkenning
van lagere overheden (provinciën en waterschappen). Centrum is de baas. Lagere overheden hebben
1
Hoorcollege 1 10 september 2015
Landen beheersen én staatsinrichting en systemen vergelijken. Staatsrecht van de landen van de
Europese Unie; 4 hoofdstukken integraal lezen. Gemeenschappelijke factoren in de staten bekijken.
Staat: een samenlevingsverband van een groep personen die op een bepaald grondgebied wonen,
waarover effectief gezag wordt uitgeoefend, en dit staatssysteem wordt erkend door internationale
landen. (Legitiem gezag = overheid)
Taal is ook belangrijk. Een staat wordt gevormd om de mensen die dezelfde taal spreken.
In België zorgt de taalstrijd ervoor dat de staatsstructuur verwoest is. Alles is gesplitst en dubbel.
Vlaamstalige en Franstalige partijen, ministerraad ed. Taalelement is zo belangrijk. De Staat staat op
knappen door de taalstrijd.
Geloof: bijv. in het Verenigd Koninkrijk.
Ras: Zuid-Afrika, de apartheid. Nederlandse Antillen; allemaal Nederlander, maar voelen
zich vaak tweederangs Nederlander. Bonaire, Saba en St. Eustatius horen nu bij Nederland. Stukje
Nederland dat overzee ligt. Daar geldt de Nederlandse wetgeving. Zou dus betekenen dat iemand die
op Bonaire werkloos zijn, dezelfde rechten heeft als de Nederlander in Nederland. Onderdeel van
Nederland, maar vanwege het insullaire karakter kunnen niet altijd dezelfde regels gelden.
Gemeenschappelijk verleden: Schotten, referendum. Schotten beroepen zich op hun
verleden, daarin zien zij de toekomst.
Gemeenschappelijke toekomst: Europa.
Belangrijke vraagstukken hoe de staat in stand komt en of de staat in stand kan blijven. Meeste
landen zijn genoemd naar het volk dat er woont, soms naar de omgeving (Albanië: witte bergen,
montenegro: zwarte bergen).
Weber vier vormen van gezag:
1. Traditioneel gezag: gezag dat gebaseerd is op traditie, gebaseerd op erfopvolging. Oudste
vorm. Iemand is de vorst en daarom luister je naar de vorst. (gebaseerd op soevereiniteit van
een vorst, begint langzaam terrein te verliezen, juridische grondslag voor nodig).
- Grondwet onder het gezag leggen: nieuwe gedachte, 18e eeuws: juridisch document
wat ten grondslag wordt gelegd aan wat de vorst mag binnen de staat.
2. Rationele gezag: rechtssoevereiniteit. Volk gaat daarover, het volk bepaalt wat de
machtstructuur is (volkssoevereiniteit). Het volk regeert zichzelf, maakt eigen grondwet.
3. Volkssoevereiniteit
4. Charmisma: gezag gegrepen omdat hij zo populair is (Pim Fortuin).
Wat te weten van de geschiedenis: kennen voor zover het van belang is voor de staatsstructuur van
een bepaald land, bijv. voor de staatsvorm of regeringsstelsel. De highlights, dat is van belang
geweest voor het creëren van de staat.
Institutionele staatsrecht: verhoudingen hoger-lager gezag en regeringen-parlement. Aandacht aan
geschiedenis van staten. Grondwet is basis van gezag, codificeert wat in verleden is gegroeid,
modificeert de toekomst; hierin staat hoe de machtsverhoudingen zijn.
Grondwet: legt vast wat er in het verleden is gegroeid, het codificeert. Gestolde werkelijkheid.
Codificeert (legt vast) en modificeert de toekomst.
VK heeft geen grondrecht, wel een constitutie: geheel van regels dat de vorm van de staat bepaald,
de ruggengraat van de staat. Meeste landen schrijven dat op, en dat noemen ze dan een grondwet.
Eenheidsstaat: top down: centrale overheid waar wetgeving en bestuur plaatsvindt. Onder erkenning
van lagere overheden (provinciën en waterschappen). Centrum is de baas. Lagere overheden hebben
1