Samenvatting hoofdstuk 17 –Bevolking en verstedelijking Sociologie Periode 1
17.1 Demografie: het wetenschappelijk onderzoek van bevolkingsvraagstukken
Demografie = bevolkingsbeschrijving of het wetenschappelijk onderzoek van bevolkingsvraagstukken
De demografie houdt zich bezig met de oorzaken en de gevolgen van het feit dat er steeds meer
mensen bijkomen op de planeet, bevolkingsgroei. Sociologen analyseren de omvang en de
samenstelling van een bevolking en onderzoekt hoe en waarom mensen migreren. Demografen
verzamelen niet alleen maar statistische gegevens, zij houden zich ook bezig met de effecten van de
bevolkingsgroei en de wijze waarop deze gecontroleerd kan worden.
17.1.1 Vruchtbaarheid
Vruchtbaarheid = het aantal levende geboorten onder de bevolking in een land
Bruto geboortecijfer = het aantal levende geboorten in een jaar per duizend inwoners
Demografen brengen de vruchtbaarheid in kaart met behulp van het bruto geboortecijfer. Het
geboortecijfer bereken je door het aantal kinderen dat in een jaar levend ter wereld wordt gebracht
te delen door het totale aantal inwoners van een land, vermenigvuldig het resultaat met 1000.
Het geboortecijfer van een land wordt als ‘bruto’ beschreven omdat het gebaseerd is op de totale
bevolking, niet alleen op de vrouwen van vruchtbare leeftijd. Het zegt niets over verschillen tussen
bevolkingsgroepen.
17.1.2 Mortaliteit
Mortaliteit = het aantal sterfgevallen onder de bevolking van een land
Bruto sterftecijfer = het jaarlijkse aantal sterfgevallen per 1000 inwoners
Zuigelingensterftecijfer = het aantal sterftegevallen van kinderen in het eerste levensjaar, per 1000
levende geboorten
In de bevolkingsgrootte komt ook de mortaliteit tot uiting. Voor de meting hiervan, maakt de
demografie gebruik van het bruto sterftecijfer. Neem het aantal sterfgevallen in een jaar, deel dat
door het totaal aantal inwoners en vermenigvuldig met 1000.
Het zuigelingensterftecijfer, ook een demografische maat, wordt berekend door het aantal
sterfgevallen van kinderen in het eerste levensjaar te delen door het aantal levende geboorten in
hetzelfde jaar. Je vermenigvuldigt de uitkomst met 1000. Met betrekking tot zuigelingensterfte
bestaat er een duidelijk verschil tussen bevolkingsgroepen. Bij niet-westerse allochtone moeders in
Nederland ligt de sterfte van zuigelingen duidelijk hoger dan bij autochtone moeders. Het leven in
slechtere omstandigheden speelt daarbij waarschijnlijk een rol, maar ook het relatief hoge aantal
tienermoeders in deze bevolkingsgroepen.
Levensverwachting = de gemiddelde levensduur van de inwoners van een land
Een laag zuigelingensterftecijfer in een bevolking leidt tot een aanzienlijk hogere levensverwachting.
De levensverwachting voor inwoners van Europa is hoger dan die van de bevolking van lage-
inkomenslanden. Dit komt onder andere door betere medische mogelijkheden en gezondheidszorg.
Hoe hoger het inkomen, hoe langer men leeft en hoe langer men gezond leeft.
17.1 Demografie: het wetenschappelijk onderzoek van bevolkingsvraagstukken
Demografie = bevolkingsbeschrijving of het wetenschappelijk onderzoek van bevolkingsvraagstukken
De demografie houdt zich bezig met de oorzaken en de gevolgen van het feit dat er steeds meer
mensen bijkomen op de planeet, bevolkingsgroei. Sociologen analyseren de omvang en de
samenstelling van een bevolking en onderzoekt hoe en waarom mensen migreren. Demografen
verzamelen niet alleen maar statistische gegevens, zij houden zich ook bezig met de effecten van de
bevolkingsgroei en de wijze waarop deze gecontroleerd kan worden.
17.1.1 Vruchtbaarheid
Vruchtbaarheid = het aantal levende geboorten onder de bevolking in een land
Bruto geboortecijfer = het aantal levende geboorten in een jaar per duizend inwoners
Demografen brengen de vruchtbaarheid in kaart met behulp van het bruto geboortecijfer. Het
geboortecijfer bereken je door het aantal kinderen dat in een jaar levend ter wereld wordt gebracht
te delen door het totale aantal inwoners van een land, vermenigvuldig het resultaat met 1000.
Het geboortecijfer van een land wordt als ‘bruto’ beschreven omdat het gebaseerd is op de totale
bevolking, niet alleen op de vrouwen van vruchtbare leeftijd. Het zegt niets over verschillen tussen
bevolkingsgroepen.
17.1.2 Mortaliteit
Mortaliteit = het aantal sterfgevallen onder de bevolking van een land
Bruto sterftecijfer = het jaarlijkse aantal sterfgevallen per 1000 inwoners
Zuigelingensterftecijfer = het aantal sterftegevallen van kinderen in het eerste levensjaar, per 1000
levende geboorten
In de bevolkingsgrootte komt ook de mortaliteit tot uiting. Voor de meting hiervan, maakt de
demografie gebruik van het bruto sterftecijfer. Neem het aantal sterfgevallen in een jaar, deel dat
door het totaal aantal inwoners en vermenigvuldig met 1000.
Het zuigelingensterftecijfer, ook een demografische maat, wordt berekend door het aantal
sterfgevallen van kinderen in het eerste levensjaar te delen door het aantal levende geboorten in
hetzelfde jaar. Je vermenigvuldigt de uitkomst met 1000. Met betrekking tot zuigelingensterfte
bestaat er een duidelijk verschil tussen bevolkingsgroepen. Bij niet-westerse allochtone moeders in
Nederland ligt de sterfte van zuigelingen duidelijk hoger dan bij autochtone moeders. Het leven in
slechtere omstandigheden speelt daarbij waarschijnlijk een rol, maar ook het relatief hoge aantal
tienermoeders in deze bevolkingsgroepen.
Levensverwachting = de gemiddelde levensduur van de inwoners van een land
Een laag zuigelingensterftecijfer in een bevolking leidt tot een aanzienlijk hogere levensverwachting.
De levensverwachting voor inwoners van Europa is hoger dan die van de bevolking van lage-
inkomenslanden. Dit komt onder andere door betere medische mogelijkheden en gezondheidszorg.
Hoe hoger het inkomen, hoe langer men leeft en hoe langer men gezond leeft.