Samenvatting hoofdstuk 16 –Religie Sociologie Periode 1
16.1 Religie: basisbegrippen
Profaan = als gewone onderdelen van het dagelijks leven
Sacraal = als buitengewoon en ontzeg en eerbied afdwingend
Religie = een sociale institutie die zich bezighoudt met op het sacrale gebaseerde overtuigingen en
gebruiken
Het scheiden van het sacrale en het profane vormt de kern van elk godsdienstig geloof. Er bestaat
een grote diversiteit in geloofszaken en niets is voor alle aardbewoners heilig. Maar elke
gemeenschap van gelovigen zal volgens Durkheim profane zaken in termen van hun praktische
bruikbaarheid opvatten. Wat heilig is plaatsen we eerbiedig buiten het dagelijks leven en we
omgeven het met een ‘verboden’ of ‘heilig’ aura.
Het sacrale wordt belichaamd in een ritueel of formeel ceremonieel gedrag. Omdat religies zich
bezighouden met ideeën die de werkelijkheid van alledag te boven gaan, kunnen we de juistheid van
een religieuze doctrine niet aantonen of weerleggen. Religie is een kwestie van een niet op
wetenschappelijke feiten maar op overtuiging gebaseerd geloof.
Met de sociologie willen we meer inzicht krijgen in de religieuze ervaringen die mensen wereldwijd
opdoen en in de relatie tussen religie en andere sociale instituties. Verder willen ze weten waarom
een religie in de ene maatschappij de ene vorm aanneemt en in een andere samenleving weer een
andere vorm.
Sociologen zijn benieuwd naar de manieren waarop religie ontstaan en hoe deze vervolgens
doorwerken in de samenleving.
16.2 Theoretische analyses van religie
16.2.1 De functies van godsdienst: het structureel functionalisme
Totem = een object in de natuurlijke omgeving dat door iedereen als heilig wordt beschouwd
Volgens Emile Durkheim heeft de samenleving iets goddelijks: de samenleving beïnvloedt het leven
van haar leden en overleeft hen. Mensen die hun godsdienst in praktijk brengen, bewijzen hun eer
aan de ontzagwekkende kracht van hun samenleving.
Mensen transformeren alledaagse objecten in heilige symbolen van hun collectieve bestaan. De
leden van technologisch eenvoudige samenlevingen doen dit door middel van een totem. De totem
wordt het middelpunt van rituele en symboliseert de macht die het collectieve bestaan over het
individu heeft (nationale vlag en het volkslied).
Drukheim onderscheidde drie belangrijke maatschappelijke functies van religies:
1. Sociale cohesie. Een religie verenigt mensen omdat zij bepaalde symbolen, waarden en normen
gemeen hebben. Religieuze ideeën en rituelen monden uit in regels voor ons gedrag en organiseren
het sociale leven. Religie stelt regels op voor het maatschappelijk verkeer en deze regels zorgen
tevens voor verbondenheid met elkaar.
,2. Sociale controle. Een samenleving gebruikt religieuze opvattingen om de conformiteit van haar
leden te bevorderen. Er zijn nu leiders die in het openbaar om de zegen van God vragen. Waarmee zij
duidelijk willen maken dat zij ‘goed doen’.
3. Het leven zin en doel geven. Een geloofsovertuiging geeft ons het troostende besef dat ons korte
leventje een grote doel dient. Mensen die door dergelijke opvattingen gesterkt worden, zullen
minder gauw aan wanhoop ten prooi vallen bij onverwachte of tragische gebeurtenissen. Vandaar
ook dat belangrijke overgangen in ons bestaan (de rites de passage) met religieuze plechtigheden
gemarkeerd worden.
Kritische kanttekening
Het belangrijkste zwakke punt van deze benadering is dat de disfuncties van religies genegeerd
worden, met name het feit dat sterek geloofsovertuigingen sociale conflicten kunnen veroorzaken.
16.2.2 Het creëren van heilige zaken: het symbolisch interactionisme
Bij deze benadering is het zo dat religie sociaal gecreëerd is. Diverse rituelen moeten ervoor zorgen
dat mensen een scherper onderscheid maken tussen het sacrale en het profane. We grijpen terug op
onze heilige symbolen als we te maken krijgen met onzekere of levensbedreigende situaties, zoals
ziekten en natuurrampen.
Kritische kanttekening
Volgens deze benadering geeft religie het dagelijks leven een sacrale betekenis. Het vermogen om
een samenleving een bepaalde zin en een stabiel karakter te geven is afhankelijk van de mate waarin
het lukt om het feit dat religie een sociaal gecreëerd verschijnsel is te negeren. De analyse op
microniveau besteedt geen aandacht aan de relatie tussen religie en sociale ongelijkheid
16.2.3 Ongelijkheid en religie: de conflictsociologie
De conflictsociologie belicht de wijze waarop religies de sociale ongelijkheid in stand houden. Een
heersende elite kan een godsdienst gebruiken om de status quo te legitimeren en de aandacht af te
leiden van sociale misstanden.
Religie stimuleert mensen om de sociale problemen van de wereld te accepteren, zij kunnen immers
hoopvol uitzien naar een ‘volgende en betere wereld’. Gender speelt eveneens een rol in de relatie
tussen godsdienst en sociale ongelijkheid.
Ondanks patriarchale tradities (bij de islam, het christendom, en het jodendom) zien we bij de
meeste religies tegenwoordig ook dat vrouwen belangrijke functies kunnen bekleden. Godsdiensten
gebruiken ook meer genderneutrale taal. Dergelijke veranderingen hebben niet alleen betrekking op
organisatiepatronen maar ook op denkbeelden over God.
Kritische kanttekening
Het legt het accent op de rol die religie speelt bij het in stand houden van sociale ongelijkheid. Maar
religies kunnen ook aansturen op veranderingen richting meer gelijkheid.
, 16.3 Religie en sociale verandering
16.3.1 Max Weber: protestantisme en kapitalisme
Weber was van mening dat bepaalde religieuzen ideeën een golf van verandering op gang hebben
gebracht die tot de industrialisering hebben geleid. De opkomst van het industriële kapitalisme werd
gestimuleerd door het calvinisme, een stroming binnen het protestantisme.
Volgens Johannes Calvijn staat het lot van ieder mens vast bij de geboorte: eeuwige glorie of
hellevuur. Calvinisten maken zich druk om hun lotsbestemming. Hun geloofsovertuiging en hun
strikte plichtsbetrachting hadden tot gevolg dat de calvinisten zich tot harde werkers ontwikkelden.
De calvinisten geloofden dat het hun roeping was om de gemaakte winsten te gebruiken voor
nieuwe investeringen, wat nog meer geld opleverde.
De calvinisten leidden een zuinig bestaan en maakten graag gebruik van nieuwe technologieën. Dit
was de basis voor het industriële kapitalisme. Dit was een ontnuchterende religie en een bewijs voor
de invloed die een godsdienst op de maatschappij kan uitoefenen. Weber sprak over
wahlverwandtschaft (wederzijdse versterking) tussen het calvinisme en kapitalisme.
16.3.2 De bevrijdingstheologie
Theologie van de bevrijding = de combinatie van christelijke beginselen en politiek, vaak marxistisch,
activisme
Christelijke activisten proberen nog steeds mensen in arme landen uit hun hopeloze armoede te
bevrijden. Hun boodschap is eenvoudig: sociale onderdrukking is in strijd met de christelijke moraal.
Christen moeten in de bres springen voor meer sociale gelijkheid. Het christelijk geloof zet veel
mensen aan om de levensomstandigheden van de armste mensen te veranderen.
16.4 Religieuze organisatievormen
Sociologen classificeren de honderden bestaande religieuze organisaties op een continuüm dat van
kerken tot sekten loopt. Elke religieuze organisatie kan op dit continuüm geplaatst en beschreven
worden.
16.4.1 Kerk
Kerk = een religieuze organisatievorm die goed geïntegreerd is in de grotere samenleving
Staatskerk = een formeel met de staat verbonden kerk
Kerkgenootschap of gezindte = kerk die onafhankelijk is van de staat en religieus pluralisme erkent
Kerken hebben duidelijke regels en reglementen en hun leiders moeten formeel opgeleid en gewijd
worden. Een kerk houdt zich bezig met het sacrale, maar accepteert de gang van zaken in de profane
wereld. De leden houden er intellectuele opvattingen over God op na en hanteren abstracte morele
normen. Door de moraal in abstracte termen te verkondigen weten de kerkleiders sociale
controversen te voorkomen.
Een kerk kan als verlengstuk van de staat fungeren. Een staatskerk beschouwt alle inwoners van een
land als lid van de kerk, wat gewoonlijk ten koste gaat van de tolerantie voor religieuze verschillen.
Kerkgenootschappen komen we tegen in landen die kerk en staat formeel van elkaar scheiden.
16.1 Religie: basisbegrippen
Profaan = als gewone onderdelen van het dagelijks leven
Sacraal = als buitengewoon en ontzeg en eerbied afdwingend
Religie = een sociale institutie die zich bezighoudt met op het sacrale gebaseerde overtuigingen en
gebruiken
Het scheiden van het sacrale en het profane vormt de kern van elk godsdienstig geloof. Er bestaat
een grote diversiteit in geloofszaken en niets is voor alle aardbewoners heilig. Maar elke
gemeenschap van gelovigen zal volgens Durkheim profane zaken in termen van hun praktische
bruikbaarheid opvatten. Wat heilig is plaatsen we eerbiedig buiten het dagelijks leven en we
omgeven het met een ‘verboden’ of ‘heilig’ aura.
Het sacrale wordt belichaamd in een ritueel of formeel ceremonieel gedrag. Omdat religies zich
bezighouden met ideeën die de werkelijkheid van alledag te boven gaan, kunnen we de juistheid van
een religieuze doctrine niet aantonen of weerleggen. Religie is een kwestie van een niet op
wetenschappelijke feiten maar op overtuiging gebaseerd geloof.
Met de sociologie willen we meer inzicht krijgen in de religieuze ervaringen die mensen wereldwijd
opdoen en in de relatie tussen religie en andere sociale instituties. Verder willen ze weten waarom
een religie in de ene maatschappij de ene vorm aanneemt en in een andere samenleving weer een
andere vorm.
Sociologen zijn benieuwd naar de manieren waarop religie ontstaan en hoe deze vervolgens
doorwerken in de samenleving.
16.2 Theoretische analyses van religie
16.2.1 De functies van godsdienst: het structureel functionalisme
Totem = een object in de natuurlijke omgeving dat door iedereen als heilig wordt beschouwd
Volgens Emile Durkheim heeft de samenleving iets goddelijks: de samenleving beïnvloedt het leven
van haar leden en overleeft hen. Mensen die hun godsdienst in praktijk brengen, bewijzen hun eer
aan de ontzagwekkende kracht van hun samenleving.
Mensen transformeren alledaagse objecten in heilige symbolen van hun collectieve bestaan. De
leden van technologisch eenvoudige samenlevingen doen dit door middel van een totem. De totem
wordt het middelpunt van rituele en symboliseert de macht die het collectieve bestaan over het
individu heeft (nationale vlag en het volkslied).
Drukheim onderscheidde drie belangrijke maatschappelijke functies van religies:
1. Sociale cohesie. Een religie verenigt mensen omdat zij bepaalde symbolen, waarden en normen
gemeen hebben. Religieuze ideeën en rituelen monden uit in regels voor ons gedrag en organiseren
het sociale leven. Religie stelt regels op voor het maatschappelijk verkeer en deze regels zorgen
tevens voor verbondenheid met elkaar.
,2. Sociale controle. Een samenleving gebruikt religieuze opvattingen om de conformiteit van haar
leden te bevorderen. Er zijn nu leiders die in het openbaar om de zegen van God vragen. Waarmee zij
duidelijk willen maken dat zij ‘goed doen’.
3. Het leven zin en doel geven. Een geloofsovertuiging geeft ons het troostende besef dat ons korte
leventje een grote doel dient. Mensen die door dergelijke opvattingen gesterkt worden, zullen
minder gauw aan wanhoop ten prooi vallen bij onverwachte of tragische gebeurtenissen. Vandaar
ook dat belangrijke overgangen in ons bestaan (de rites de passage) met religieuze plechtigheden
gemarkeerd worden.
Kritische kanttekening
Het belangrijkste zwakke punt van deze benadering is dat de disfuncties van religies genegeerd
worden, met name het feit dat sterek geloofsovertuigingen sociale conflicten kunnen veroorzaken.
16.2.2 Het creëren van heilige zaken: het symbolisch interactionisme
Bij deze benadering is het zo dat religie sociaal gecreëerd is. Diverse rituelen moeten ervoor zorgen
dat mensen een scherper onderscheid maken tussen het sacrale en het profane. We grijpen terug op
onze heilige symbolen als we te maken krijgen met onzekere of levensbedreigende situaties, zoals
ziekten en natuurrampen.
Kritische kanttekening
Volgens deze benadering geeft religie het dagelijks leven een sacrale betekenis. Het vermogen om
een samenleving een bepaalde zin en een stabiel karakter te geven is afhankelijk van de mate waarin
het lukt om het feit dat religie een sociaal gecreëerd verschijnsel is te negeren. De analyse op
microniveau besteedt geen aandacht aan de relatie tussen religie en sociale ongelijkheid
16.2.3 Ongelijkheid en religie: de conflictsociologie
De conflictsociologie belicht de wijze waarop religies de sociale ongelijkheid in stand houden. Een
heersende elite kan een godsdienst gebruiken om de status quo te legitimeren en de aandacht af te
leiden van sociale misstanden.
Religie stimuleert mensen om de sociale problemen van de wereld te accepteren, zij kunnen immers
hoopvol uitzien naar een ‘volgende en betere wereld’. Gender speelt eveneens een rol in de relatie
tussen godsdienst en sociale ongelijkheid.
Ondanks patriarchale tradities (bij de islam, het christendom, en het jodendom) zien we bij de
meeste religies tegenwoordig ook dat vrouwen belangrijke functies kunnen bekleden. Godsdiensten
gebruiken ook meer genderneutrale taal. Dergelijke veranderingen hebben niet alleen betrekking op
organisatiepatronen maar ook op denkbeelden over God.
Kritische kanttekening
Het legt het accent op de rol die religie speelt bij het in stand houden van sociale ongelijkheid. Maar
religies kunnen ook aansturen op veranderingen richting meer gelijkheid.
, 16.3 Religie en sociale verandering
16.3.1 Max Weber: protestantisme en kapitalisme
Weber was van mening dat bepaalde religieuzen ideeën een golf van verandering op gang hebben
gebracht die tot de industrialisering hebben geleid. De opkomst van het industriële kapitalisme werd
gestimuleerd door het calvinisme, een stroming binnen het protestantisme.
Volgens Johannes Calvijn staat het lot van ieder mens vast bij de geboorte: eeuwige glorie of
hellevuur. Calvinisten maken zich druk om hun lotsbestemming. Hun geloofsovertuiging en hun
strikte plichtsbetrachting hadden tot gevolg dat de calvinisten zich tot harde werkers ontwikkelden.
De calvinisten geloofden dat het hun roeping was om de gemaakte winsten te gebruiken voor
nieuwe investeringen, wat nog meer geld opleverde.
De calvinisten leidden een zuinig bestaan en maakten graag gebruik van nieuwe technologieën. Dit
was de basis voor het industriële kapitalisme. Dit was een ontnuchterende religie en een bewijs voor
de invloed die een godsdienst op de maatschappij kan uitoefenen. Weber sprak over
wahlverwandtschaft (wederzijdse versterking) tussen het calvinisme en kapitalisme.
16.3.2 De bevrijdingstheologie
Theologie van de bevrijding = de combinatie van christelijke beginselen en politiek, vaak marxistisch,
activisme
Christelijke activisten proberen nog steeds mensen in arme landen uit hun hopeloze armoede te
bevrijden. Hun boodschap is eenvoudig: sociale onderdrukking is in strijd met de christelijke moraal.
Christen moeten in de bres springen voor meer sociale gelijkheid. Het christelijk geloof zet veel
mensen aan om de levensomstandigheden van de armste mensen te veranderen.
16.4 Religieuze organisatievormen
Sociologen classificeren de honderden bestaande religieuze organisaties op een continuüm dat van
kerken tot sekten loopt. Elke religieuze organisatie kan op dit continuüm geplaatst en beschreven
worden.
16.4.1 Kerk
Kerk = een religieuze organisatievorm die goed geïntegreerd is in de grotere samenleving
Staatskerk = een formeel met de staat verbonden kerk
Kerkgenootschap of gezindte = kerk die onafhankelijk is van de staat en religieus pluralisme erkent
Kerken hebben duidelijke regels en reglementen en hun leiders moeten formeel opgeleid en gewijd
worden. Een kerk houdt zich bezig met het sacrale, maar accepteert de gang van zaken in de profane
wereld. De leden houden er intellectuele opvattingen over God op na en hanteren abstracte morele
normen. Door de moraal in abstracte termen te verkondigen weten de kerkleiders sociale
controversen te voorkomen.
Een kerk kan als verlengstuk van de staat fungeren. Een staatskerk beschouwt alle inwoners van een
land als lid van de kerk, wat gewoonlijk ten koste gaat van de tolerantie voor religieuze verschillen.
Kerkgenootschappen komen we tegen in landen die kerk en staat formeel van elkaar scheiden.