Hoorcollege 1 – Introductie Psychopathologie
Individuele kenmerken op spectrum:
Controle drang – Lak aan regels
Pessimisme – Optimisme
Focus – Vrij associatief
Introvert – Extrovert
Lage energie – Hoge energie
Mensen zijn divers & ingewikkeld
DSM-5: labels (= betrouwbare manier om mensen te diagnosticeren)
Ordening van symptomen
Subjectief lijden is belangrijkste criterium
Psychodynamische stroming > behaviorism > humanistische stroming > cognitieve
stroming > biologische stroming (verklaring van symptomen) + sociale context
Limitaties:
- Comorbiditeit is de regel
- Afbakening onduidelijk want veel overlap
- Versnippering
- Puur gericht op symptomen en niet onderliggende etiologie
Omgeving is voor gedrag belangrijk
Psychopathologie is niet verantwoordelijkheid/schuld van individu
Symptoom = uitingsvorm van persoonskenmerk
Onderliggende oorzaak van belang
Research Domain Criteria (RDOC): 6 domeinen
a) Negatieve valentie
b) Positieve valentie
c) Cognitieve systeem
d) Sociale processen
e) Arousal en regulatie systemen
f) Sensorimotor systeem
Wel goede bouwblokken voor onderzoek naar
onderliggende neurobiologie, maar
… neurobiologische constructen zijn weinig specifiek;
… neurobiologische constructen verklaren maar klein deel;
… dimensies te vaag en complex.
Hierarchical Taxonomy of Psychopathology (HiTOP):
spectrum van oorzaken/symptomen
Wel goed overzicht van samenhang tussen stoornissen,
maar
… combinaties van uitersten op een spectrum niet mogelijk;
… verschil symptomen en maladaptieve traits onduidelijk.
,Netwerktheorie: ‘Er is geen achterliggend construct, zoals diagnose/ziekte: focus op
symptomen en onderlinge samenhang’ (label is niet oorzaak)
Wel inzichtgevend (samenhang, overlap & individuele aangrijpingspunten), maar
… het gaat puur om correlaties tussen symptomen die gecorrigeerd zijn voor andere
onderlinge correlaties, en dus géén causaliteit.
Hoorcollege 2 – DSM & Transdiagnostische aspecten
‘Conditions for further study’ (mogelijk nieuwe classificaties): caffeine use disorder, internet
gaming disorder, suicidal behavior disorder & attenuated psychosis syndrome
Prolonged grief disorder (persistente rouwstoornis) = nieuwe classificatie in DSM-5-TR
‘Wat is een mentale stoornis?’
a) Coherente set van symptomen (= syndroom)
b) Syndroom gaat gepaard met lijden (persoon of omgeving) en disfunctioneren
c) Syndroom is verbonden met verstoringen in psychobiologische processen
d) Syndroom onderscheidt zich van andere syndromen, in termen van symptomen,
onderliggende mechanismen en klinische bruikbaarheid
e) Syndroom is bruikbaar voor diagnostiek en behandeling (“clinical utility”):
diagnostische waarde, prognostische waarde en heeft waarde voor behandeling
f) Voordelen van het erkennen van het syndroom zijn groter dan de nadelen
DSM ICD
American Psychiatric Association World Health Organization
Western world Also low- and middle-income countries
Mental disorders All illnesses
Formally phrased Simple language
Specific criteria (more reliable) Less specific criteria (more user-friendly)
Scientific research Clinical purposes
Verschillende criteria leiden tot verschillende prevalentiecijfers;
voorkeur voor meer harmonie tussen ICD & DSM
Klinische stadiering: beschrijving van ontwikkeling van stoornissen als stadia
Gezond – geen symptomen
Prodromale of subklinische fase – enkele symptomen
Eerste episode – eerste keer alle symptomen
Herhaalde episode – vaker, onderbroken, episodes
Chroniciteit – ononderbroken symptomen
Klinische profilering: beschrijving van factoren die elk stadium kenmerken
Kenmerken van de persoon
Omgevingskenmerken
Biologische kenmerken
Klinische kenmerken
Kritiek DSM: overlap in symptomen (veel comorbiditeit), categorisch (niet dimensioneel),
wildgroei aan emotionele stoornissen (toename prevalentie), maar
… eenduidigheid over benaming/kenmerken van emotionele stoornissen,
… gericht onderzoek, en
… stimuleert samenwerking en communicatie.
, Transdiagnostiek: focus op aspecten van problematiek/behandeling die specifieke
stoornissen/behandelingen overstijgen of die ze gemeenschappelijk hebben
‘Waarom?’
Praktisch: veel comorbiditeit
Theoretisch: onderliggende basis is hetzelfde
Kortere behandelingen, eenvoudigere opleidingen en minder terugval?
Bijvoorbeeld: (neuro)biologie, verklaren o.b.v. fysiologische mechanismen (medicatie);
leertheorie, verklaren o.b.v. leergeschiedenis (exposure); cognitie, verklaren o.b.v. selectie en
verwerking van informatie (cognitieve bias, approach/avoidance)
Alternatieve classificatiesystemen op basis van factoranalyse: RDOC & HiTOP (zie HC1)
One size fits all: samenvoegen van protocollen op basis van onderliggend overlappend
construct (angst, depressie, dissociatie en somatisatie)
Limitaties: niet toegespitst op persoon, niet hele protocol nodig, soms ontworpen voor
specifieke stoornis
My size fits me: gepersonaliseerde behandeling samenstellen o.b.v. losse behandelpakketten of
modules toevoegen aan stoornis-specifieke behandeling (selectie van modules
Hoorcollege 3 – Depressie
Depressie
Sombere stemming; Verlies van interesse of plezier; Gewichtsverlies of -toename;
Slaapproblemen; Gevoelens van waardeloosheid; Extreme of onterechte schuldgevoelens;
Verminderd denkvermogen, concentratievermogen, besluiteloosheid; Psychomotorische
traagheid of juist opwinding; Vermoeidheid (verlies van energie); Preoccupatie met de dood
Lijden/beperkingen in dagelijks leven
Niet toe te schrijven aan middel/somatische aandoening
Niet verklaard door psychotische stoornis
Geen (hypo)manie
Kenmerken
Licht/matig/ernstig
Met angstige spanning
Met gemengde kenmerken
Met melancholische kenmerken
Met atypische kenmerken
Met psychotische kenmerken
Met katatonie
Met begin peri partum
Types
a) Persisterend
b) Premenstrueel
c) Door medicatie/middel
d) Door somatische aandoening
Heterogeniteit in depressie (verschillen in prognose & kenmerken)
Comorbiditeit
Angst (~ 65%), behalve sociale angst