Begrippenlijst Ecologie, Evolutie en vaccinatie
Biotische factoren Levende omgevingsfactoren/natuur
Abiotische factoren Niet levende omgevingsfactoren/natuur
Ecologie Relaties tussen organismen en hun
omgeving
Ecosysteem Alle organismen (biotische) en abiotische
factoren in een bepaald gebied
Tolerantiegrenzen De uiterste waarde van een abiotische
factor, waarbij individuelen van een soort
nog net in leven blijven
Optimumwaarde Ergens tussen de minimum- en
maximumwaarde in
Tolerantiegebied De waarden tussen het minimum en het
maximum
Populatie Een groep organismen van dezelfde soort
die in een bepaald gebied leeft
Populatiedichtheid Het aantal individuen per oppervlakte-
eenheid (land) of per volume-eenheid
(water) op een bepaald tijdstip
Leeftijdsopbouw De samenstelling in een populatie naar
leeftijd en geslacht
Geboortecijfer Het aantal jongen dat per jaar geboren
wordt
Sterftecijfer Het aantal dieren dat per jaar doodgaat
Immigratie Het aantal dieren per jaar dat van elders
komt en zich blijvend vestigt
Emigratie Het aantal dieren per jaar dat wegtrekt en
zich ergens anders vestigt.
Exponentiële groei Populatie groeit in een snel tempo
Beperkende factor De omgevingsfactor die remming
veroorzaakt waardoor de populatiegroei
afneemt of stopt
Biologisch evenwicht Er komen evenveel individuen bij als er
sterven of weggaan
Draagkracht/capaciteit Maximale populatiegrootte die een
ecosysteem nog kan verdragen
Dichtheidsafhankelijke factoren De regulerende factoren hebben een sterker
effect naarmate de populatie groter is
(biotisch)
Negatieve terugkoppeling Verschijnsel dat een proces geremd wordt
door het effect dat het proces veroorzaakt
Dichtheidsonafhankelijk Een factor die de dichtheid van de populatie
beïnvloedt en waarvan de invloed niet
afhankelijk is van de populatiedichtheid, bijv.
temperatuur
, Symbiose Twee (soms drie) verschillende soorten
organismen leven langdurig op de een of
andere manier met elkaar samen
Parasitisme Er leeft een organisme in of op een andere
soort, de gastheer. De parasiet heeft hier
voordeel van, de gastheer heeft er nadeel
van
Mutualisme Een vorm van symbiose waarbij beide
soorten voordeel hebben
Commensalisme De commensaal (gast aan tafel) heeft
voordeel en de gastheer heeft geen voordeel
of nadeel
Interspecifieke concurrentie Verschillende soorten organismen willen
beschikken over hetzelfde voedsel en/of
over dezelfde verblijfplaats om te broeden
of te schuilen
Intraspecifieke concurrentie Organismen van dezelfde soort zijn elkaars
concurrenten
Co-evolutie Het proces in de evolutie waarbij soorten
zich voortdurend aan elkaar aanpassen
Levensgemeenschap Alle organismen die in een bepaald gebied
met elkaar samenleven
Voedselketen Reeks soorten waarvan de volgende soort
voedselbron is voor de vorige; eerste soort
van de keten is een producent
Producent Plantensoort; leggen energie vast
Herbivoor Planteneter
Consument Eten andere organisme voor energie
Carnivoor Vleeseter
Omnivoor Alles eter
Biotoop Middelgroot gebied waar een organisme
leeft. Beschrijft in geografische termen waar
het organisme leeft
Habitat Leefgebied van een organisme (in termen
van biotische en abiotische eisen van een
organisme)
Autotrofe organismen Zelfvoedend; maakt eigen voedsel
Heterotrofe organismen Anders voedend; eet andere organismen
voor energie
Detrivoren/afvaleters Eten doden resten
Aaseters Eten delen van dode dieren
Reducenten Zetten energierijke stoffen om in kleinere
stoffen
Trofisch niveau Schakel in de voedselketen
Toppredator De consument van de hoogste orde (wordt
niet gegeten door andere consumenten)
Voedselweb Alle voedselketens in een bepaald
Biotische factoren Levende omgevingsfactoren/natuur
Abiotische factoren Niet levende omgevingsfactoren/natuur
Ecologie Relaties tussen organismen en hun
omgeving
Ecosysteem Alle organismen (biotische) en abiotische
factoren in een bepaald gebied
Tolerantiegrenzen De uiterste waarde van een abiotische
factor, waarbij individuelen van een soort
nog net in leven blijven
Optimumwaarde Ergens tussen de minimum- en
maximumwaarde in
Tolerantiegebied De waarden tussen het minimum en het
maximum
Populatie Een groep organismen van dezelfde soort
die in een bepaald gebied leeft
Populatiedichtheid Het aantal individuen per oppervlakte-
eenheid (land) of per volume-eenheid
(water) op een bepaald tijdstip
Leeftijdsopbouw De samenstelling in een populatie naar
leeftijd en geslacht
Geboortecijfer Het aantal jongen dat per jaar geboren
wordt
Sterftecijfer Het aantal dieren dat per jaar doodgaat
Immigratie Het aantal dieren per jaar dat van elders
komt en zich blijvend vestigt
Emigratie Het aantal dieren per jaar dat wegtrekt en
zich ergens anders vestigt.
Exponentiële groei Populatie groeit in een snel tempo
Beperkende factor De omgevingsfactor die remming
veroorzaakt waardoor de populatiegroei
afneemt of stopt
Biologisch evenwicht Er komen evenveel individuen bij als er
sterven of weggaan
Draagkracht/capaciteit Maximale populatiegrootte die een
ecosysteem nog kan verdragen
Dichtheidsafhankelijke factoren De regulerende factoren hebben een sterker
effect naarmate de populatie groter is
(biotisch)
Negatieve terugkoppeling Verschijnsel dat een proces geremd wordt
door het effect dat het proces veroorzaakt
Dichtheidsonafhankelijk Een factor die de dichtheid van de populatie
beïnvloedt en waarvan de invloed niet
afhankelijk is van de populatiedichtheid, bijv.
temperatuur
, Symbiose Twee (soms drie) verschillende soorten
organismen leven langdurig op de een of
andere manier met elkaar samen
Parasitisme Er leeft een organisme in of op een andere
soort, de gastheer. De parasiet heeft hier
voordeel van, de gastheer heeft er nadeel
van
Mutualisme Een vorm van symbiose waarbij beide
soorten voordeel hebben
Commensalisme De commensaal (gast aan tafel) heeft
voordeel en de gastheer heeft geen voordeel
of nadeel
Interspecifieke concurrentie Verschillende soorten organismen willen
beschikken over hetzelfde voedsel en/of
over dezelfde verblijfplaats om te broeden
of te schuilen
Intraspecifieke concurrentie Organismen van dezelfde soort zijn elkaars
concurrenten
Co-evolutie Het proces in de evolutie waarbij soorten
zich voortdurend aan elkaar aanpassen
Levensgemeenschap Alle organismen die in een bepaald gebied
met elkaar samenleven
Voedselketen Reeks soorten waarvan de volgende soort
voedselbron is voor de vorige; eerste soort
van de keten is een producent
Producent Plantensoort; leggen energie vast
Herbivoor Planteneter
Consument Eten andere organisme voor energie
Carnivoor Vleeseter
Omnivoor Alles eter
Biotoop Middelgroot gebied waar een organisme
leeft. Beschrijft in geografische termen waar
het organisme leeft
Habitat Leefgebied van een organisme (in termen
van biotische en abiotische eisen van een
organisme)
Autotrofe organismen Zelfvoedend; maakt eigen voedsel
Heterotrofe organismen Anders voedend; eet andere organismen
voor energie
Detrivoren/afvaleters Eten doden resten
Aaseters Eten delen van dode dieren
Reducenten Zetten energierijke stoffen om in kleinere
stoffen
Trofisch niveau Schakel in de voedselketen
Toppredator De consument van de hoogste orde (wordt
niet gegeten door andere consumenten)
Voedselweb Alle voedselketens in een bepaald