1. De art. cubiti is een samengesteld gewricht (art. composita).
- Uit welke drie sub-gewrichten bestaat de art. cubiti?
o Art. humero-ulnaris
o Art. humero-radialis
o Art. radio-ulnaris proximalis
- Welke bewegingen zijn er mogelijk per gewricht?
o Flexie/extensie (art. humero-ulnaris en art. humero-radialis
o Supinatie/pronatie (gezamelijke beweging van alle drie de gewrichten
- Welke structuren remmen de bewegingen per gewricht?
o Ligamenten:
Lig. Collaterale ulnare = remmen extensie, driehoekig van vorm
Lig. Collaterale radiale = aanhechting alleen op ulna
o Botten:
Olecranon = remmen extensie
Radius = remmen pronatie, benig door radius die over ulna kruist
2. Carrying angle van de elleboog.
- Wat is de 'carrying angle' van de elleboog en hoe ontstaat deze?
o Door groeve en richel in art. Humero-ulnaris ontstaat tijdens extensie de zogenaamde
carrying angle
- Hoe groot is de hoek van een normale 'carrying angle'?
o Normaal is hoek tussen humerus en ulna = 170 graden
- Hoe heet een vergrootte 'carrying angle' en wat is hier de oorzaak van?
o hyperextensie
Een caput radii fractuur is de meest voorkomende fractuur van de elleboog bij volwassenen en ontstaat
vaak door een FOOSH (Fall On Outstretched Hand).
- Beredeneer aan de hand van de ossale anatomie van de elleboog en pols, waarom de kans op een
caput radii fractuur groter is dan een fractuur van de ulna.
o Dat komt omdat de radius relatief groter is dan de ulna en de radius vangt dus als het
ware de meeste kracht op bij het op je hand vallen, hierdoor dus meer kans op fractuur
Epicondylus medialis humeri Palpeer deze botstructuren met de elleboog in 90° flexie en de onderarm
in een pronatiestand. Geef de harde verhevenheid van de epicondyli aan met een SF-je, zowel aan de
mediale als laterale zijde.
Epiconylus lateralis humeri: Palpeer deze botstructuren met de elleboog in 90° flexie en de onderarm in
een pronatiestand. Geef de harde verhevenheid van de epicondyli aan met een SF-je, zowel aan de mediale
als laterale zijde.
Caput radii: Net distaal van de epicondylus lateralis is het kopje van de radius te palperen. Omlijn het
caput radii met huidpotlood en controleer door de onderarm afwisselend te pro- en supineren.
Art. humeroradialis: De craniale begrenzing van het caput radii is de gewrichtsspleet tussen humerus en
radius (bij een extensie van de elleboog is articulatio humeroradialis wellicht beter te palperen).
Lig. collaterale radiale (laterale): 45° flexie van art. cubiti. Palpeer in de lengterichting van de
gewrichtsspleet van de art. humeroradialis om een (eventuele) verdikking van het kapsel te voelen.
Olecranon: Palpeer het olecranon onder een passieve flexiestand van de elleboog; de m. triceps brachii
zal een palpatie dan niet belemmeren. Het olecranon heeft een vorm van een druppel en gaat naadloos
over in de margo posterior ulnae
Margo posterior ulnae: Geef de margo aan met een enkele lijn.
- M. biceps brachii: Palpeer het pars clavicularis van de m. deltoideus als craniale
begrenzing. Het caput longum vormt de laterale grens van de m. biceps brachii en caput
breve de mediale rand. Tussen de beide koppen is de scheiding te palperen. Palpeer
tevens de gezamenlijke insertiepees en de lacertus fibrosus in de fossa cubiti.
o Origo = tuberculum supraglenoidale scapulae (caput longum), processus
coracoideus scapulae (caput breve)
o Insertie = tuberositas radii
o Functie = adductie, anteflexie (caput breve) + abductie (caput longum) + flexie
en supinatie onderarm