sociaal werk (Snellen, 2014)
Deel 1.1 – Terreinafbakening
Het methodisch werken in dit boek heeft betrekking op: cliënt-/situatiegerichte hulp- en
dienstverlening.
ASPIRE-model. Fasemodel voor methodisch werken. Binnen de verschillende fasen staan
de hoofdactiviteiten die de beroepsbeoefenaar moet uitvoeren.
- AS (Assessment): het verzamelen, analyseren en taxeren van relevante informatie
- P (Plan): het met betrokkenen vaststellen van doelen; opstellen van een plan van
aanpak om de situatie ‘te lijf te gaan’
- I (Implement): het implementeren/uitvoeren van het plan van aanpak en het sturen
van de daadwerkelijke aanpak
- RE (Review and Evaluation): tussentijdse en eindbeoordeling, eventueel kan er een
nieuwe cyclus starten
Het ASPIRE-model is een algemeen model voor probleemaanpak of –oplossing. Het model
is toepasbaar op alle gebieden/taken van het sociaal werk. De kracht van het model, zijn
algemeenheid, is tegelijkertijd zijn zwakte. Daarom zullen we nu verder gaan met
terreinafbakening.
Contact met anderen (opvoeding en socialisatie), materiële middelen (huis, voedsel,
inkomen) en maatschappelijke omstandigheden (economisch, politiek, cultureel) zijn
voorwaarden om als mens te kunnen functioneren. Tegelijkertijd vormen deze voorwaarden
de begrenzing voor ieder mens. Mensen leven in situaties. Het functioneren van de mens
heeft betrekking op die situaties. Daarom spreken we van psychosociaal functioneren;
psycho en sociaal. Psychosociaal functioneren = het leven in situaties.
Het psychosociaal functioneren speelt zich af in de privésfeer en in de publieke sfeer.
Problemen in het psychosociaal functioneren kunnen gelegen zijn in de volgende punten:
- In de persoon zelf (cognities, emoties, strevingen). Het gaat hier om interne
afstemming; afstemming binnen de persoon.
- In de relatie tussen persoon en omgeving/situatie (gedrag van de persoon). Het gaat
hier om externe afstemming; afstemming tussen de persoon en zijn gedrag enerzijds
en de situatie anderzijds.
- In de situatie (gebrek aan maatschappelijke faciliteiten, gebrek aan steun uit directe
omgeving). Het gaat hier om externe afstemming; in de ontoereikendheid van de
situatie.
Communicatieve zelfsturing: een zelfsturing van het individu in verbondenheid met andere
individuen, gebaseerd op gelijkwaardigheid en met behoud van ieders eigenheid.
Aandacht voor de mogelijkheden van de hulpvrager komt tot uiting in termen als;
oplossingsgerichte benadering, strengthsbenadering en empowerment.
- Oplossingsgerichte benadering: cliënten kunnen in de toekomst zelf keuzes maken.
Cliënt is eigen deskundige bij verandering in zijn leven.
- Strengthsbenadering: de sociaal werker richt zich op successen en sterke punten van
de cliënt. Cliënt beschikt over talenten en innerlijke hulpbronnen. Sociaal werker is
daarmee gericht op empowerment: het vergroten en activeren van het
probleemoplossend vermogen van de cliënt.
Signalering: het opsporen van belemmerende factoren voor de cliënt. Deze factoren kunnen
gelegen zijn in zowel de sociale omgeving, de publieke sfeer als binnen het cliëntsysteem