Empowerment en de sociaal netwerkmethodiek
Maria Scheffers, tweede herziende druk, 2015
H. 1 t/m 6
Hoofdstuk 1: De wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
1.1 Wat houdt de Wmo in?
De Wmo is een kaderwet, dit is een wet die algemene kaders stelt en niet alles in details beschrijft.
De gemeente krijgt ruimte om een eigen invulling te geven aan de uitvoering.
Wetten en regelingen die in de Wmo zijn samengekomen:
De Wet voorzieningen gehandicapten (WVG)
De Welzijnswet
De openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ)
Huishoudelijke verzorging en een deel van de ondersteunende en activerende begeleiding uit
de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)
1 januari 2015 de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning Gemeenten meer
verantwoordelijkheden voor het organiseren van passende ondersteuning aan huis voor mensen die
niet op eigen kracht kunnen deelnemen aan de samenleving.
Doel: mensen langer thuis blijven wonen en participeren.
Drie grote transities t.o.v. Wmo 2007:
- De Jeugdwet
Gemeenten moeten zich richten op:
Inschakelen, herstellen en versterken van het probleemoplossend vermogen van kinderen en
jongeren, hun ouders en hun sociale omgeving.
Bevorderen van opvoedingscapaciteiten van de ouders en de sociale omgeving.
Preventie en vroeg signalering
Tijdig bieden van hulp op maat
Psychiatrische diagnostiek en behandeling
Effectieve en efficiënte samenwerking rond gezinnen.
- De Wet langdurige Zorg
AWBZ vervalt en is vervangen door de Wet langdurige zorg. Verantwoordelijkheid voor langdurige
intramurale ondersteuning, begeleiding en verzorging van mensen met een beperking, langdurig
zieken en ouderen. Nieuwe cliënten met een lichtere zorgvraag krijgen zorg in hun eigen omgeving.
- De Participatiewet
Doel: meer mensen (ook mensen met een arbeidsbeperking) aan de slag te krijgen.
Drie maatschappelijke ontwikkelingen die aanleiding gaven tot de Wmo (2007 & 2015):
1. Kostenbeheersing
De kosten van de AWBZ dreigden onbetaalbaar te worden.
, 2. De vermaatschappelijking van de zorg
Zorg dichter bij huis, zodat mensen langer in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen.
3. Geen sluitend transparant aanbod voor wonen, zorg en welzijn op lokaal niveau
Er waren veel verschillende regelingen op verschillende niveaus, waarbij elke regeling eigen
voorwaarden en een eigen toegang had. Dit maakte het onoverzichtelijk en onnodig
ingewikkeld voor de burgers.
Belangrijke doelstellingen:
Iedereen in staat stellen gewoon mee te doen in deze maatschappij.
Behoud van solidariteit van gezonde mensen en mensen met een beperking,
zorgbehoevende ouderen en psychiatrische patiënten.
Verbetering van de kwaliteit van de zorg en ondersteuning aan burgers.
Samenhang in voorzieningen voor deze mensen in hun directe omgeving, zodat ze zo veel en
zo lang mogelijk zelfstandig kunnen functioneren.
Piramide van verantwoordelijkheden in de Wmo, 4 lagen:
Uitgangspunten bij de uitvoering van de Wmo:
Gemeenten bieden specifieke voorzieningen voor kwetsbare mensen die zelf geen
ondersteuning kunnen regelen.
Mensen zijn zoveel mogelijk zelf verantwoordelijk voor zichzelf en voor elkaar.
Streven naar het bevorderen van leefbaarheid en sociale cohesie.
In een goed functionerende civil society zijn bewoners betrokken met elkaar en bieden ze
elkaar informele zorg.
Groter beroep op solidariteit en vrijwilligheid.
Financiële solidariteit blijft gehandhaafd.
Zorg en ondersteuning blijven aangeboden worden aan mensen die dit vanwege hun
beperkingen, stoornissen of problemen echt nodig hebben.
, 1.5 Extra taken van de gemeenten
De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het welzijnsbeleid dat zij aanbieden.
Iedere gemeente mag zelf bepalen hoe zij de uitvoering van de Wmo organiseert. Deze regie hebben
ze gekregen omdat volgens de rijksoverheid de gemeenten beter zicht hebben op de plaatselijke
situatie.
De gemeenten zijn verplicht:
Vierjarenplan te maken in samenspraak met cliëntenorganisaties en burgers, de
ontwikkelingen te monitoren en jaarlijks verantwoording af te leggen over de prestaties die
zijn geleverd.
Voorzien in een of meer loketten waar mensen terecht kunnen met al hun vragen.
Inclusief beleid: voeren van een algemeen beleid gericht op alle burgers, met het oog op
zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie en leefbaarheid van de woonomgeving en dit
te vertalen naar een toegankelijk aanbod aan de burgers.
Leveren van individueel noodzakelijke voorzieningen van maatschappelijke zorg.
Burgers en gemeenteraad in staat stellen het lokaal bestuur aan te spreken op resultaten.
Negen prestatievelden waarop de gemeenten actief beleid moeten voeren:
1. Bevorderen van sociale samenhang en leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten.
2. Op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en van
ouders met problemen van opvoeden.
3. Geven van informatie en advies over maatschappelijke ondersteuning.
4. Ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers.
5. Bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en het zelfstandig
functioneren van mensen met een beperking, een chronisch psychiatrisch probleem en van
mensen met een psychosociaal probleem.
6. Verlenen van voorzieningen aan mensen me een beperking of een chronisch psychisch
probleem en aan mensen met ene psychosociaal probleem ten behoeve van het behouden
en bevorderen van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijk
verkeer.
7. Het bieden van maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en opvang na melding van
huiselijk geweld.
8. Bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg.
9. Ambulante verslavingszorg en voorlichting over verslavingen.
Wmo is bestemd voor alle burgers in de gemeente. In grote lijnen gaat het om:
Personen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische handicap met een
ondersteuningsbehoefte.
Kwetsbare ouderen.
Sociaal kwetsbaren en daklozen.
Personen met een participatiebehoefte.
Jeugd met psychosociale problemen en stoornissen.
Kwetsbare buurten.
1.2 Betekenis voor welzijnsorganisatie, professionals en burgers
Professionals zullen zich meer dan voorheen richten op het ondersteunen van de zelfredzaamheid en
het vergroten van de eigen regie van cliënten. Focus: cliënt in de context van zijn omgeving.