Biologie thema voortplanting
Mensen groeien en ontwikkelen zich hun hele leven, we zien hierin 7 levensfasen:
Baby: 0 - 1,5 jaar leert o.a. (onder andere) zitten, staan, lopen, blokjes oppakken, en reageren
op
anderen.
Peuter: 1,5 – 4 jaar. Leert o.a. traplopen, tegen een bal schoppen, torentje bouwen, met een
lepel
eten en praten.
Kleuter: 4 – 6 jaar: Leer o.a. fietsen, klimmen, tekenen, veters strikken en met andere
kinderen
spelen.
Schoolgaand kind: 6 – 12 jaar. Leert o.a. lezen, schrijven.
Puber: 12 – 16 jaar: De voortplantingsorganen beginnen te werken, secundaire
geslachtskenmerken komen tot ontwikkeling. Een puber krijgt meer seksuele interesses.
Adolecent: 16 – 21 jaar: Nu word je steeds zelfstandiger
Volwassene: 21 – 65 jaar: Veel volwassenen werken en krijgen kinderen en krijgen een eigen
huis.
Bejaarde: Boven 65 jaar: Krijgt op latere leeftijd vaak lichamelijke of geestelijke gebreken en
heeft verzorging nodig.
Bij een baby zijn primaire geslachtskenmerken aanwezig: Dit zijn dus geslachtskenmerken
die
al vanaf de geboorte aanwezig zijn.
Voorbeelden: Bij jongens: balzak, penis. Bij meisjes: schaamlippen, vagina.
Tijdens de puberteit ontstaan de secundaire geslachtskenmerken zij ontstaan onder invloed
van
geslachtshormonen. Deze geslachtshormonen worden gemaakt bij jongens in de teelballen
en bij meisjes in de eierstokken. Bij jongens zijn de secundaire geslachtskenmerken:
baardgroei, haar bij de penis, okselhaar, gespierdere lichaamsbouw, lagere stem. Bij meisjes:
borstontwikkeling, bredere heupen rondere lichaamsvormen, okselhaar, schaamhaar.
De hypofyse is de hormoonklier in de hersenen die zorgt dat de teelballen en eierstokken
geslachtshormonen maken.
Voortplantingstelsel van de man: De penis is het mannelijkgeslachtsorgaan. De organen
zitten
zowel van buiten als van binnen. Zwellichamen: In de penis zitten zwellichamen zij zorgen
voor een erectie (stijve penis) doordat ze met bloed vullen als de man opgewonden raakt. Het
topje van de penis heet eikel, Over de eikel zit de voorhuid, die de eikel beschermt. De eikel
Biologie thema voortplanting 1
Mensen groeien en ontwikkelen zich hun hele leven, we zien hierin 7 levensfasen:
Baby: 0 - 1,5 jaar leert o.a. (onder andere) zitten, staan, lopen, blokjes oppakken, en reageren
op
anderen.
Peuter: 1,5 – 4 jaar. Leert o.a. traplopen, tegen een bal schoppen, torentje bouwen, met een
lepel
eten en praten.
Kleuter: 4 – 6 jaar: Leer o.a. fietsen, klimmen, tekenen, veters strikken en met andere
kinderen
spelen.
Schoolgaand kind: 6 – 12 jaar. Leert o.a. lezen, schrijven.
Puber: 12 – 16 jaar: De voortplantingsorganen beginnen te werken, secundaire
geslachtskenmerken komen tot ontwikkeling. Een puber krijgt meer seksuele interesses.
Adolecent: 16 – 21 jaar: Nu word je steeds zelfstandiger
Volwassene: 21 – 65 jaar: Veel volwassenen werken en krijgen kinderen en krijgen een eigen
huis.
Bejaarde: Boven 65 jaar: Krijgt op latere leeftijd vaak lichamelijke of geestelijke gebreken en
heeft verzorging nodig.
Bij een baby zijn primaire geslachtskenmerken aanwezig: Dit zijn dus geslachtskenmerken
die
al vanaf de geboorte aanwezig zijn.
Voorbeelden: Bij jongens: balzak, penis. Bij meisjes: schaamlippen, vagina.
Tijdens de puberteit ontstaan de secundaire geslachtskenmerken zij ontstaan onder invloed
van
geslachtshormonen. Deze geslachtshormonen worden gemaakt bij jongens in de teelballen
en bij meisjes in de eierstokken. Bij jongens zijn de secundaire geslachtskenmerken:
baardgroei, haar bij de penis, okselhaar, gespierdere lichaamsbouw, lagere stem. Bij meisjes:
borstontwikkeling, bredere heupen rondere lichaamsvormen, okselhaar, schaamhaar.
De hypofyse is de hormoonklier in de hersenen die zorgt dat de teelballen en eierstokken
geslachtshormonen maken.
Voortplantingstelsel van de man: De penis is het mannelijkgeslachtsorgaan. De organen
zitten
zowel van buiten als van binnen. Zwellichamen: In de penis zitten zwellichamen zij zorgen
voor een erectie (stijve penis) doordat ze met bloed vullen als de man opgewonden raakt. Het
topje van de penis heet eikel, Over de eikel zit de voorhuid, die de eikel beschermt. De eikel
Biologie thema voortplanting 1