Hypothalamus = De hypothalamus ligt vlak boven de hypofyse, net boven de kruising van de oogzenuw
en is onderdeel van het limbisch systeem, het deel van de hersenen dat te maken heeft met emotie,
motivatie, genot en het emotioneel geheugen.
De hypothalamus speelt een belangrijke rol in ons dagelijks functioneren. De hypothalamus regelt het
autonome zenuwstelsel, dat een groot aantal onbewuste lichaamsfuncties reguleert. Via het
ruggenmerg wordt vanuit de hypothalamus informatie naar en van verschillende organen
doorgegeven. De hypothalamus stuurt ook de hypofyse aan.
De hypothalamus en de hypofyse zijn met de hypofysesteel met elkaar verbonden. De hypothalamus
'meet' of er voldoende van een bepaald hormoon in het bloed aanwezig is. Wanneer het lichaam meer
of minder van een bepaald hormoon nodig heeft, geeft de hypothalamus de hypofyse een seintje. Dat
gaat met behulp van hormonen.
De hypothalamus is een belangrijk centrum voor de temperatuurregulatie van het lichaam, het honger-
en dorstgevoel, het dag- en nachtritme (de biologische klok), het emotioneel gedrag en het geheugen.
Samen met de hypofyse regelt de hypothalamus o.a. ons eetgedrag, onze temperatuur en vochtbalans.
De hypothalamus maakt zelf ook een hormoon aan, namelijk het anti-diuretisch hormoon (ADH), dat,
via de achterkwab van de hypofyse, naar de nieren gestuurd wordt. Daar moet het ervoor zorgen dat
er niet teveel water in de urine komt.
Hypofyse = De hypofyse is een belangrijk orgaantje in ons hoofd, ter grootte van een erwt, met een
doorsnede van ongeveer 1 cm. Ze weegt niet meer dan een halve gram en ligt in de holte van de
schedelbasis. De precieze locatie van de hypofyse is als volgt te bepalen: Trek een denkbeeldige lijn
van links naar rechts tussen de slapen, vlak achter de neusbrug ligt de hypofyse.
Op de hypofyse liggen minuscule 'eilandjes' van hormoonproducerende cellen, die elk een ander
hormoon produceren of aansturen. De hypofyse maakt deel uit van het hormonale stelsel en speelt
daarin een centrale rol. De hypofyse wordt wel de dirigent van het hormonale orkest genoemd.
Hormoonklier = Veel hormonen worden door de endocriene klieren gemaakt. Endocriene klieren
geven hun hormonen af aan het bloed. Exocriene klieren geven hun producten af aan holtes, zoals het
spijsverteringsstelsel.
Bijnierschors = De bijnieren bestaan uit twee delen, het bijniermerg en de bijnierschors. Deze delen
verschillen van elkaar, zowel wat betreft structuur, functie als ontwikkeling. De klier bestaat voor
tachtig tot negentig procent uit bijnierschors, het buitenste deel. Deze omsluit volledig het binnenste
gedeelte, het merg.
De cellen in de bijnierschors geven de volgende hormonen af:
- Cortisol is een glucocorticoïd hormoon, dat een rol speelt bij het de vertering van voedsel. Ze
zijn van belang bij de vorming van suiker uit eiwitten in de lever en verhogen de
bloedsuikerniveaus. Daarnaast hebben ze een aandeel in de afbraak van lipiden (vetten) en
het omzetten van eiwitten. Ook speelt cortisol een rol bij het slaap-waakritme en het
afweersysteem. Het onderdrukt het afweersysteem en werkt ontstekingsremmend. Cortisol
wordt ook wel een ‘stresshormoon’ genoemd. Het komt namelijk vrij tijdens zowel fysieke als
psychologische stress.
- Aldosteron is een mineralocorticoïd hormoon en is belangrijk bij de vocht- en zouthuishouding
van het lichaam. Aldosteron zorgt ervoor dat de nieren water en natrium vasthouden en dat
de nieren kalium juist uitscheiden in de urine. Hierdoor stijgt de bloeddruk.
- Androgenen of mannelijke geslachtshormonen. De bijnierschors maakt veel minder
androgenen dan de mannelijke geslachtsorganen. Deze hoeveelheid heeft normaal gesproken
weinig invloed op geslachtskenmerken.
Cortisol = Een stresshormoon gemaakt in de bijnierschors. Het hormoon cortisol beïnvloedt de
processen in het lichaam die optreden bij stress, honger en trauma. Het regelt bijvoorbeeld in een
hongerperiode de vorming en mobilisatie van suikers om energie te leveren voor het zoeken van
voedsel en voor de werking van de hersenen. In geval van een trauma wordt de suiker aangewend
voor reparatieprocessen. De groep bijnierschorshormonen waartoe cortisol behoort, wordt daarom
, wel glucocorticoïden genoemd. Daarnaast remt cortisol de soms agressieve ontstekingsreacties die bij
weefselbeschadiging optreden.
Cortisol bezit een zeer breed werkingsspectrum en oefent in de stofwisseling voornamelijk effecten uit
op de koolhydraathuishouding (het bevorderen van gluconeogenese in de lever), de vetstofwisseling
(het bevorderen van de lipolytische werking van adrenaline en noradrenaline) en de eiwitomzetting
(katabolisme). Verder werkt cortisol ontstekingsremmend en immunosuppressief.
Corticosteroïden = De farmaceutische industrie heeft grote aantallen ontstekingsremmende
therapeutica op de markt gebracht die afgeleid zijn van de structuur van cortisol: corticosteroïden.
Door chemische veranderingen in het molecuul aan te brengen kan de ontstekingsremmende werking
specifiek verbeterd worden.
De toediening van hoge concentraties corticosteroïden heeft echter op lange termijn negatieve
effecten op de kwaliteit van vele typen bindweefsel en het skelet. Uit vele publicaties is gebleken dat
de bindweefselvormende cellen in pezen, kapsels, gewrichtskraakbeen en botten door
corticosteroïden worden geremd in hun activiteit. De fibroblasten kunnen door een rem op de DNA-
transcriptie ten behoeve van de eiwitaanmaak onvoldoende matrix en collageen produceren.
Daardoor wordt bijvoorbeeld de huid dun en kwetsbaar op den duur. De botvormende cellen vertonen
een sterk vertraagde inbouw van hydroxyproline in botcollageen en dit is een teken dat de balans
tussen botopbouw en botafbraak is verstoord. De botafbraak overheerst de opbouw, zodat het bot
steeds kwetsbaarder wordt. In het jonge skelet worden de epifysairschijven dunner omdat de
kraakbeencellen onvoldoende matrix en vezels aanmaken. Dit heeft een vertraging van de lengtegroei
tot gevolg. Ook aan pezen en ligamenten worden eiwitten onttrokken waardoor ze verzwakken.
Bindweefselherstelfasen =
Ontstekingsfase: Bij het herstel van bindweefsel (huid, kapsel) 2-5 dagen
Als eerst de bloeding stoppen, dit noem je hemostase
Daarna komen er ontstekingsmediatoren vrij:
- Bradykinine is voor vasodilatatie (vaatverwijding) en zorgt ook voor een betere
doorlaatbaarheid van het bloedvat (permeabel)
- Histamine (gemaakt door mestcellen) zorgt voor vasodilatatie en een betere permeabiliteit
- Prostaglandine is vooral voor pijn
- Substance P is vooral voor pijn
Ook komen er macrofagen en leukocyten vrij die de wond schoonmaken.
Een betere permeabiliteit zorgt voor een rubor, tumor en calor.
Proliferatiefase: Bij het herstel van bindweefsel (huid, kapsel) 3 weken
Het wondgebied is schoon.
Er komt nu eerst een dun nieuw laagje over de wond (granulatieweefsel bestaande uit fibroblasten
en capillairen (bloedvaten)). Dit is een heel kwetsbaar laagje, het kan heel snel weer kapot.
De fibroblasten leggen in deze fase collageen type III neer. Ook maken ze myofibroblasten aan.
Myofibroblasten zorgen voor een wondcontractie (als het ware functioneren ze als een hechtdraad)
Door een beetje te bewegen gaat collageen in de goede richting liggen collageenorganisatie
Remodelleringsfase: Bij het herstel van bindweefsel (huid, kapsel) 6 weken
De fibroblasten gaan nu sterker collageen maken (type I)
Ook komen er crosslinks, dit zijn de verbindingen tussen de collagene vezels
Er komen extra GAG’s en PG’s in deze fase (PG’s bestaan uit GAG’s en zuigen water aan en het
verbinden van alles)
Homeostase = Neiging van een organisme tot handhaving van een inwendig evenwicht, betreffende
de lichaamstemperatuur, hartfrequentie, bloeddruk, hormonale verhoudingen, water- en
mineralenbalans en alle verdere biofysische functies
Gluconeogenese = De afbraak van eiwitten naar glucose, dus het opnieuw opbouwen van glucose
(myo) fibroblasten = Myofibroblasten zorgen voor een wondcontractie (als het ware functioneren ze
als een hechtdraad)