Fysiologie en therapie College 1,2 Schmidt
Deeltentamen A
Inleiding
Onderwerpen die vallen onder de famacologie en deze 2 colleges worden behandeld:
- De geschiedenis
- de herkomst van geneesmiddelen
- farmacodynamiek
- farmacokinetiek
- toediening, resporptie, verdeling en opslag van geneesmiddelen
- biotransformatie (lever), eliminatie (nier) en binding (eiwitten, receptoren) van geneesmiddelen
- presystematische eliminatie (=first-pass-effect)
- invloed op de behandeling van ziektes
- inhalatie
- plasmaproteïne
- invloed op de werking van geneesmiddelen
- bloed-weefselbarrières en de invloed daarvan op behandeling van ziektes.
- Ontwikkelingen van geneesmiddelen (werkzame stoffen)
Werkzame stoffen die na de colleges gekend dienen te worden:
Adrenaline, propranolol, prazosine, nicotine, placebo, digoxine, carbachol en atropine.
Dit zijn geneesmiddelen (=farmaca) voor heel veel ziekten. Andere stoffen hoef je dus niet precies te
kennen.
Farmacie: behandeling van ziekten.
Farmacologie: behandeling van ziekten de mens
- Cardiovasculaire systeem: er is iets fout met hartfunctie en bloedvaten.
VB: hartfalen (hart klopt niet meer normaal: achteruitgang spier kracht v/h hart) en hypertensie
(meer hierover in college 3,4 Scheurink).
- Respiratoire systeem. Een ‘fout’hierin zorgen voor longziekten: Astma bronchiale en COPD
(chronic abstractic pulmonatic disease).
- Endocrine pancreas (alvleesklier). Er is iets fout in de alvleesklier. Voorbeelden van ziekten:
diabetes mellitus = suikerziekte.
Ontsporing van zowel alvleesklier, longen en hart = metabolisch syndroom.
Farmaca: actieve stoffen (geneesmiddelen). Vooral uit planten.
Farmacie: geïnteresseerd in de pathologie: dus als het mis gaat. Hierbij zijn heel veel andere
gebieden betrokken.
Drugs, geneesmiddelen, werkzame stof
- De geneesmiddelen die tot het einde van de 19e eeuw werden toegepast bij de behandeling van
ziekten waren producten van de levende en levenloze natuur, meestal gedroogde, maar ook
verse planten of delen ervan.
- Er zijn daarbij zowel stoffen met genezende (therapeutische) werking, als stoffen met giftige
(toxische) werking.
- Hoeveelheid stof (dosis) = cruciaal voor effect.
De geschiedenis van de farmacologie
Belangrijke mannen: Paracelsus en Friendrich Sertüner (ontdekking opiumtinctuur)
Opiumtinctuur: stof die werkt om pijn te onderdrukken en die uit papaver kon worden gehaald. Zit
morfine en o.a. codeïne in. Tegenwoordig kunnen deze stoffen apart worden geïsoleerd. Codeïne
stopt prikkeling van de longen. Morfine is een pijnstiller.
1