Week 1
De toezichthouder constateert een overtreding en vervolgens wordt de overtreder
aangesproken waarna het bestuursorgaan een sanctie op kan leggen.
- drie instanties opnoemen die zich bezighouden met bestuursrechtelijke toezicht
en handhaving;
1. Dienst Justis
2. Raad van de Kinderbescherming
3. Onderwijsinspectie
- opnoemen welke bevoegdheden de toezichthouder heeft op grond van de Awb;
Toezichthouder art. 5:11 Awb
Onder toezichthouder wordt verstaan: een persoon bij of krachtens wettelijk voorschrift
belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
enig wettelijk voorschrift.
De bevoegdheden van de toezichthouder staan in de artikelen 5:15 tot en met 5:19 Awb.
De toezicthouder beschikt automatisch over deze bevoegdheden. Uit de wet moet
blijken of een toezichthouder bevoegd is.
5:15: betreden plaatsen
5:16 inlichtingen vorderen
5:16a identificatieplicht
5:17: inzage zakelijke gegevens
5:18 monsterneming
5:19 vervoersmiddelen onderzoeken
Er is wel een uitzondering, namelijk art. 5:14 Awb. Hierin staat dat bij wettelijk voorschrift
of besluit van het bestuursorgaan dat de toezihthouder als zodanig aanwijst, kunnen aan
de toezichthouder toekomende bevoegdheden worden beperkt. Zo kan er in de
bijzondere wet een artikel zijn opgenomen dat de toezichthouder geen bevoegdheid
heeft zoals genoemd in een van bovengenoemde artikelen. Echter, de bevoegdheden
kunnen ook worden uitgebreid.
- in een casus aangeven wie de overtreder is en wat de overtreding is.
In art. 5:1 lid 1 Awb wordt verstaan onder overtreding: een gedraging die in strijd is met
het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.
In art. 5:1 lid 2 Awb wordt onder overtreder verstaan: degene die de overtreding pleegt
of medepleegt. Zowel natuurlijke personen als rechtspersonen kunnen een overtreder
zijn o.g.v. het derde lid.