1.Pedagogische preventie (voorkomen)
Doel: Voorkomen van (zwaardere) problemen op
gebied van opvoeding. Continuüm van ‘gewone
opvoedingsvragen’ (slapen, zindelijkheid, eten en
etc) tot problematische opvoedingssituaties
(scheiden, kind heeft blauwe plekken en etc).
Opvoedingsondersteuning kan gebruik maken van
pedagogische probleemanalyse:
- gewone opvoedingssituatie
- opvoedingsspanning
- opvoedingscrisis
- problematische opvoedingssituaties (nood)
Begrippen continuüm ook te kaderen als:
* primaire preventie 🡪 alle kinderen
* secundaire preventie 🡪 zo vroeg mogelijk
signaleren en onderkennen van dreigende
problemen
* tertiaire preventie 🡪 hoe probleem tot het
minimum brengen (beperken van nadelige
gevolgen)
Opvoedingsondersteuning = ondersteuning van het
opvoedproces:
- voorlichting over opvoeden door consultatiebureau
- ouderbijeenkomsten op scholen
- pedagogische adviesgesprekken
Gezinsondersteuning:
- Verminderen van de draaglast (problemen) en vergroten van de draagkracht (pluspunten bij de
opvoeding bijv: consequent, geduld) op alle terreinen van het gezinsfunctioneren.
- d.m.v gesprekken
- inzetten van een intensieve pedagogische thuisbehandelaar
- aanleren van vaardigheden
Opvoeding is:
- Een transactioneel proces waarbij ouders en kinderen elkaar wederzijds beïnvloeden (menselijke
interactie)
- in relatie met de gezinscontext
- Zowel kind-, ouder- als omgevingsfactoren van invloed
,Kern van transactioneel model is dat al die factoren elkaar, en dus de opvoedingssituatie,
beïnvloeden.
Het balansmodel: 🡪
- Aanvulling transactioneel model
- Risico- en beschermende factoren
- Draagkracht versus draaglast
Levensloopvisie = Wat een kind uit een bepaalde cultuur zou moeten op bepaalde leeftijden om in die
cultuur uit te groeien tot een goede volwassene.
Ontwikkelingsopgaven = Opdrachten waarmee elk mens in de loop van zijn ontwikkeling in een min
of meer vaste volgorde geconfronteerd wordt. Het al dan niet vervullen van een opgave heeft een
positief al dan negatief effect op het latere functioneren (belangrijkste criterium!)
Ontwikkelingsvaardigheden = Om de opgaven goed te volbrengen. Voorbeeld: veerkracht en het
kunnen vragen van steun. Van der Pas (1996) laat zien over welke basisvaardigheden ouders moeten
beschikken om de uitkomst van het opvoedingsproces positief te beïnvloeden. 5 basisvaardigheden:
1. veiligheid bieden
2. Verzorging
3. zicht houden op het kind
4. verwachtingen hebben en zaken eisen
,5. grenzen stellen
Opvoedopgaven en taken = Vier factoren die van invloed zijn op de kwaliteit van de ondersteuning die
de opvoeder aan het kind biedt:
1. Opvatting die de opvoeder over zichzelf heeft
2. Sociale ondersteuning van de opvoeder of het eigen sociale netwerk
3. Spanningen waar opvoeder aan blootstaat
4. Kenmerken van het kind
, Het ecologisch systeemmodel van Bronfenbrenner
3 formele componenten in de opvoedingsrelatie. Dus zowel door de ouder als kind nastreven van
doelen.
- De finaliteit van de relatie:
De doelen die je stelt wederzijds dus de doelen die door de verschillende partijen in de relatie
worden nagestreefd. Dus zowel door de ouder als kind nastreven van doelen
- De positiebepaling in de relatie:
Hoe op welke wijze ouders en kind doelen behalen
- De situationele context:
De leefwereld van de partners in de opvoedingsrelaties.
Opvoedingsantwoord: Opvoeders moeten aandacht geven aan 3 hoofdaspecten van de menselijke
ontwikkeling:
1. Het affectieve aspect: gevoelsmatige
2. Het cognitieve aspect: kennen en weten
3. Het conatieve aspect: motieven en doelen die de mens nastreeft
Het model van Belsky:
3 aspecten die de opvoeding beschrijven:
- Factoren die bij de ouder liggen, (persoonlijke psychologische achtergrond van de ouders)
- Factoren die bij het kind liggen en
- Factoren die stress kunnen veroorzaken/ ondersteunen