Mischa de Winter: Opvoeden is meer dan alleen belonen en straffen
De Ruyter: opvoedingsimpasse. Volgens Steutel verloopt het proces als
volgt:
Pels et al spreken van 2 centrale opvoedingsvoorwaarden: autonomie &
Fase 1 🡪 Stagnatie opvoeding
conformiteit. In westerse samenleving is autonomie belangrijk:
Fase 2 🡪 probleem kan nog met gewone middelen aangepakt worden (bijv
zelfbepaling en zelfstandigheid. In niet-westerse staat conformiteit meer
vragen aan buurvrouw)
voorop: aanpassing aan de eisen van de omgeving.
Fase 3 🡪 Deze aanpak levert niet op wat het zou moeten opleveren
Fase 4 🡪 Men heeft het idee dat er geen mogelijkheden meer zijn om
Functioneel en intentioneel proces (kok)
zelfstandig aan de stagnatie te werken en deze te verhelpen. Deskundige
Functioneel: verwijst vooral naar de continue onderlinge betrokkenheid
moet helpen.
vd deelnemers aan het opvoedingsproces. Van Sprang beschrijft
geborgenheid (kind wordt uitgenodigd en gestimuleerd om de hem
Kok: opvoeden is als een wezenlijk aspect van het menselijk bestaan,
omringende wereld te ontdekken, ervaren en zich eigen te maken),
waarmee mensen ‘het humane voortbestaan’ mogelijk maken. Het is een
veiligheid en een uitnodigende (leer)omgeving als basis voor de
dynamisch proces, waarin het kind zich ontwikkelt en de opvoeder
zelfontplooiing van het kind. Het gaat om de dagelijkse gang van zaken in
opvoedt. De invloed van de dagelijkse omgang met elkaar, de sfeer of de
gezin en de sfeer.
wijze waarop de opvoeder ‘voorleeft’ wat hij belangrijk vindt is de
zogenaamde ‘functionele karakter van de opvoeding’ en heeft een
Intentioneel: De opvoeder oefent binnen het functioneel proces ook
pedagogisch effect. Maar intentionele momenten of doelgerichte
doelgericht invloed uit. Hij wil het kind iets leren, hem iets duidelijk maken
handelingen maken slecht een beperkt onderdeel uit van het totale
of iets laten ervaren.
opvoedingsproces. Opvoeden is het in relatie staan van opvoeder(s) en
opvoedeling(en), waarin de opvoeder zich als persoon, als zijn wijze van
Kok: Opvoeden niet gericht op doel, maar op kwaliteit. Er ontstaat
mens-zijn presenteert, een klimaat creëert dat persoonlijkheidsgroei
gedurende deze ontwikkeling een toenemende behoefte aan vrijheid bij
bevordert en leefsituaties zo hanteert dat deze optimale kansen bieden
het kind om te kunnen experimenteren en te ontdekken. Kok spreekt van
voor zelfontplooiing. De relatie is de basis van het opvoedingsproces,
een groeiend kind perspectief bij een afnemend opvoeders perspectief.
anders is opvoeden niet mogelijk.
Orthopedagogiek VS pedagogiek
Van Dale: Opvoeden = lichamelijk en geestelijk vormen; grootbrengen.
- Overeenkomst: invloed opvoeding op ontwikkeling kind
,Orthopedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met bijzondere of categorie. Men denkt in termen van stoornissen, defecten of biologische
specifieke opvoeding en het in zijn ontwikkeling belemmerde kind. tekorten. Oorzaak ligt bij kind.
Ontwikkelingsstoornissen, die in principe behoren tot het terrein van de 2. Het interactioneel-theoretisch paradigma: handicap wordt opgevat als
psychiater, worden tot het object van de orthopedagogiek gerekend voor een etiket. De gehandicapte voldoet niet aan de verwachtingen van de
zover ze een belemmering vormen voor de opvoeding of aan maatschappij. Degene met dit label krijgt een ongunstige identiteit
opvoedingsproblemen gerelateerd zijn. Het is ook een toegeschreven en wordt bejegend volgens dit verwachtingspatroon.
interventiewetenschap die zich richt op het voorkomen of terugdringen 3. Het systeemtheoretisch paradigma: De handicap wordt gezien als
van problemen bij het opvoeden. Het richt zich dus niet alleen op het consequentie van de eisen van een (pedagogisch) systeem. Bijv: onderwijs
beschrijven en verklaren, maar ook op veranderen. kan niet voldoende afstemmen op wat het individu nodig heeft en dit leidt
tot uitval. Oorzaak ligt dus bij systeem
Bij Pedagogiek staat de ‘normale’ opvoeding centraal, maar de grens is 4. Het maatschappijtheoretisch paradigma: De handicap is het product
lastig aan de geven. van de samenleving. De maatschappij veroorzaakt als het ware de
handicap. Men plaatst ze in een uitzonderingspositie door de nadruk die
Normaal = alle schakelingen in het leven die mogelijk zijn en zodanig er ligt op economische eisen. De gehandicapte raakt geïsoleerd.
voorkomen zonder dat deze tot grote opvoedproblemen leiden. Vanuit
Cultuur 🡪 soms kind in bed van ouders, hoort bij cultuur dus niet meteen Of orthopedagogische zorg nodig is, is volgens Vliegenthart afhankelijk
als pedagoog een label op plakken. Vanuit tijd 🡪 vroeger corrigerende tik van:
normaal. 1. De aard en de ernst van een stoornis
2. De vraag of er speciale hulpmiddelen en technieken nodig zijn om de
Risico- en beschermende factoren: negatieve gevolgen van een stoornis zoveel mogelijk te boven te komen
Welke factoren dragen bij aan een positieve of negatieve ontwikkeling van 3. De vraag of het kind hulp nodig heeft om met de stoornis te kunnen
het kind? Welke opvoeding is dan nodig a.d.h.v deze factoren? Stapeling leven
van veel risicofactoren zonder genoeg beschermende factoren kan leiden
tot een slechtere ontwikkeling. Ter Horst maakt een omschrijving met 3 componenten van POS:
- het kind met een specifieke vraagstelling
Verschuiving door de tijd: - de opvoeder die zoekt naar de betekenis achter het gedrag van het kind
Bleidick beschrijft 4 paradigma’s in de orthopedagogiek, 4 gezichtspunten en die probeert daar een pedagogisch antwoord op te geven
op de problemen die de orthopedagogiek bestudeert: - de situatie die gekenmerkt wordt door handelingsverlegenheid (echt niet
1. Het individueel theoretisch paradigma: beperking als medische meer weten wat te doen) bij de opvoeders en waarbinnen ook andere
, personen en/of factoren uit de omgeving invloed hebben op de gewone alledaagse problemen met opvoeden en opgroeien in
opvoeding. toenemende mate worden gezien als problemen waarvoor professionele
Hij maakt van de POS opvoedingsproblemen tot het object van de hulp nodig is.
orthopedagogiek. Het kan dan dus ook gaan om kinderen zonder - Verbetering van de signalering, maar onvoldoende eerstelijnszorg. Dat
problemen of handicap. kan leiden tot een toename van de vraag naar zwaardere vormen van hulp
- Perverse prikkels🡪 dit wordt veroorzaakt door de wijze van financiering,
Hermanns is van mening dat bij opvoedingsproblemen veel te snel contact waarbij de kosten voor zwaardere jeugdzorg door anderen wordt
wordt gezocht met de hulpverlening ipv het zelf aan te pakken. Problemen gedragen dan door degene die verantwoordelijk is voor preventie.
worden te snel overgenomen door deskundigen. Het zorgsysteem wordt
zo overbelast dat er wachtlijsten ontstaan door: Men spreekt van een psychiatrische stoornis wanneer de problemen van
1. Het ‘jeugdtolerantieniveau’ van onze samenleving 🡪 het gegeven dat terugkerende aard zijn of voor langere tijd aanwezig blijven, wanneer
men nog maar weinig kan hebben van de jeugd. (vroeger kwajong streek, kinderen in hun omgeving eronder lijden en als de kans bestaat dat men
nu probleem) er zo slecht door gaat functioneren dat de ontwikkeling wordt belemmerd
2. De psychopathologisering van problemen 🡪 er wordt veel makkelijker en er een kans is op stagnatie of terugval.
contact gelegd met orthopedagogen, psychologen en kind- en
jeugdpsychiaters. Niet het opvoeden, maar de behandeling wordt het Conclusie:
sturend beginsel. - Orthopedagogiek richt zich net als pedagogiek op de opvoeding
3. De criminalisering 🡪 het problematisch gedrag van jongeren wordt door - Probleem kan ook bij ouders liggen
politie en strafrechtsysteem steeds vaker beschouwd als crimineel gedrag - Aanpak probleem, grotendeels bij ouders
dat moet leiden tot vervolging. - Taak/doel orthopedagoog: herstel gewone leven
Ook de commissie Heijnen noemt een lagere acceptatie van afwijkend Of iets een probleem is, is subjectief (voor de 1 een probleem, voor de
gedrag als een van de mogelijke oorzaken voor de toename van de vraag ander niet). Het is daarmee niet eenvoudig om te beoordelen wanneer
naar jeugdzorg. Als andere oorzaken voor deze verschuiving noemt de gedrag problematisch of afwijkend is. In het kader van het diagnostisch
Commissie Heijnen: proces is het soms wel van belang om deze beoordeling te geven, o.a om
- Multiproblematiek 🡪 een behoorlijke groep gezinnen heeft te maken met een goede indicatie voor hulp te kunnen stellen. En daarom is er behoefte
veel problemen, soms van generatie op generatie doorgegeven aan objectivering (bijv: vergelijken met norm). Het nadeel is: er wordt
- Medicalisering 🡪 het blijkt dat het aantal kinderen met ernstige geen rekening gehouden met voorbijgaande aard, kinderen zijn in
gedragsproblemen en emotionele problemen niet stijgt. En dit terwijl ontwikkeling. Maar objectivering is nodig ten behoeve van een indicatie.