PSYCHOLOGIE JAAR 1 PEDAGOGIEK
BLOK 1
Filosofische stromingen (17e eeuw)
Nature: aangeboren kennis Nurture: aangeleerde kennis
(nativisme/rationalisme) (empirisme)
Scheiding van (fysiek) lichaam en Waarneming, ervaring en
(spirituele) geest: ratio/ denken als experimenten als bronnen van
bron van kennis. Lichaam bepaalt kennis; denken is storend.
gevoelens en gedrag.
Descartes (cogito ergu sum/ik denk Hobbes, Locke, Hume
dus ik besta)
Aangeboren ideeën Locke: tabula rasa (onbeschreven
blad)
Bron voor biologisch perspectief Bron voor cognitief en
behavioristisch perspectief
6 belangrijke perspectieven van de psychologie
1. Moderne biologische perspectief
- Geest is product van lichamelijke (hersen-)processen
- Gedrag wordt aangestuurd door genen, hersenen, zenuwstelsel en hormoonstelsel (aangeboren
eigenschappen)
*neurowetenschap: hoe creëren de hersenen gedachten, gevoelens, herinneringen en andere
mentale processen?
* evolutionaire psychologie (Darwin): Hoe beïnvloeden overleving en aanpassing het gedrag via
genetische aanpassingen (natuurlijke selectie)
2. Oorsprong Cognitieve perspectief
- Zoeken naar ‘periodiek systeem’ van de geest (Wilhelm Wundt) via ecperimenten met zintuigelijke
waarneming (bijv. reactiesnelheid) en introspectie (innerlijke ervaringen)
- Kreeg in Amerika de naam Structuralisme 🡪 zoeken naar de ‘elementen’ van de bewuste ervaring
- Uit kritiek op beperking van het laboratorium ontstond functionalisme (William James) 🡪 zoeken
naar adaptieve nut en functie van psychische processen en naar aanpassing aan omgeving, via
toegepaste psychologie. Interesse voor individuele verschillen en verschillen/overeenkomsten tussen
mens en dier.
Moderne cognitieve processen
- Bestuderen van mentale processen (cognitie) als vormen van informatieverwerking: leren,
geheugen, waarneming, denken, herinneren)
- Gebruik van brain-imaging-technieken: CT. PET, MRI
Verschil tussen biologische en cognitieve perspectief = biologisch houdt zich bezig met het lichaam en
het meten van dingen. Hoe gaat de informatiestroom door je lichaam? Kennis.
En het cognitieve houdt zich bezig met hoe wij waarnemen en herinneren d.m.v proefjes doen.
,Cognitieve ontwikkeling = de ontwikkeling van het denken, redeneren, interpreteren
Cognitieve perspectief van de psychologie = stroming binnen de sociale psychologie en de
psychologische functieleer die deze processen bestudeert.
3.
Behavioristische perspectief (nurture kant)
- Ziet psychologie als objectieve wetenschap, die uitsluitend direct waarneembaar gedrag (behavior)
bestudeert.
- Ziet alle gedrag als aangeleerd/ door omgeving bepaald
- omgeving (situatie) of gevolg (consequentie) bepalen 🡪 gedrag (respons) beïnvloeden
- Toepassing: klassieke, operante of sociale conditionering (Pavlov, Watson, Skinner)
4. Perspectieven van de gehele persoon
1. Psychodynamische psychologie (Freud)
- Persoonlijkheid en psychische stoornissen ontstaan vooral uit processen in de onbewuste geest
2. Humanistische psychologie
- Aanwezigheid van vrije wil en groeipotentie bij iedereen; mensen gebaat bij eigen keuzes
3. Psychologie van karaktertrekken en temperament (persoonlijkheidsleer)
- gedrag en persoonlijkheid zijn fundamenteel
Freud 🡪 gehele processen i.p.v onderdelen
* onbewuste conflicten
* trauma’s uit vroege kindertijd
* problemen verdringen
5. Ontwikkelingsperspectief
- Mensen veranderen op voorspelbare wijze
* Kwantitatieve ontwikkeling: bijv van kind naar volwassenen 🡪 geleidelijke ontwikkeling
* Kwalitatieve verandering: iedere leeftijdsfase 🡪 eigen kwaliteit, in sprongetjes
6. Socioculturele perspectief (sociale psychologie)
, - Nadruk op belang van sociale interactie, sociaal leren en culturele invloeden (taal, gewoonten,
waarden en tradities).
- De kracht van de situatie
Combinatie van perspectieven zijn nodig voor verklaring van gedrag.
Klassiek conditioneren
Wat is leren? Het is een proces waardoor ervaringen een blijvende verandering veroorzaken in het
gedrag of in de mentale processen.
Eenvoudige en complexe vormen van leren:
Eenvoudig 🡪 Habituatie: leren niet te reageren op een stimulus. V.b: niet reageren op geluiden van de
straat als je wilt slapen.
Complex 🡪 - Stimulus – respons leren: klassiek of operant conditioneren
- Cognitief leren: bijv. sociaal leren (hersenen meer betrokken)
Klassiek conditioneren (watson/pavlov)
Operant conditioneren (Skinner)
Model – of sociaalleren (Bandura)
Ivan Pavlov: onderzoeker naar het spijsverteringssysteem: speekselproductie bij honden.
Ontdekking: honden begonnen al te kwijlen voor ze voedsel in hun mond hadden.
Verdere onderzoeken leidden tot de ontwikkeling van een leermodel: klassiek conditioneren
Zijn experiment:
Voedsel levert een reflectie op: kwijlen. Het horen van de bel levert geen bepaalde reactie op.
Aanbieden van voedsel wordt gepaard met het horen van een bel. Na verloop van tijd gaat de hond
ook speeksel produceren bij alleen het horen van de bel.
BLOK 1
Filosofische stromingen (17e eeuw)
Nature: aangeboren kennis Nurture: aangeleerde kennis
(nativisme/rationalisme) (empirisme)
Scheiding van (fysiek) lichaam en Waarneming, ervaring en
(spirituele) geest: ratio/ denken als experimenten als bronnen van
bron van kennis. Lichaam bepaalt kennis; denken is storend.
gevoelens en gedrag.
Descartes (cogito ergu sum/ik denk Hobbes, Locke, Hume
dus ik besta)
Aangeboren ideeën Locke: tabula rasa (onbeschreven
blad)
Bron voor biologisch perspectief Bron voor cognitief en
behavioristisch perspectief
6 belangrijke perspectieven van de psychologie
1. Moderne biologische perspectief
- Geest is product van lichamelijke (hersen-)processen
- Gedrag wordt aangestuurd door genen, hersenen, zenuwstelsel en hormoonstelsel (aangeboren
eigenschappen)
*neurowetenschap: hoe creëren de hersenen gedachten, gevoelens, herinneringen en andere
mentale processen?
* evolutionaire psychologie (Darwin): Hoe beïnvloeden overleving en aanpassing het gedrag via
genetische aanpassingen (natuurlijke selectie)
2. Oorsprong Cognitieve perspectief
- Zoeken naar ‘periodiek systeem’ van de geest (Wilhelm Wundt) via ecperimenten met zintuigelijke
waarneming (bijv. reactiesnelheid) en introspectie (innerlijke ervaringen)
- Kreeg in Amerika de naam Structuralisme 🡪 zoeken naar de ‘elementen’ van de bewuste ervaring
- Uit kritiek op beperking van het laboratorium ontstond functionalisme (William James) 🡪 zoeken
naar adaptieve nut en functie van psychische processen en naar aanpassing aan omgeving, via
toegepaste psychologie. Interesse voor individuele verschillen en verschillen/overeenkomsten tussen
mens en dier.
Moderne cognitieve processen
- Bestuderen van mentale processen (cognitie) als vormen van informatieverwerking: leren,
geheugen, waarneming, denken, herinneren)
- Gebruik van brain-imaging-technieken: CT. PET, MRI
Verschil tussen biologische en cognitieve perspectief = biologisch houdt zich bezig met het lichaam en
het meten van dingen. Hoe gaat de informatiestroom door je lichaam? Kennis.
En het cognitieve houdt zich bezig met hoe wij waarnemen en herinneren d.m.v proefjes doen.
,Cognitieve ontwikkeling = de ontwikkeling van het denken, redeneren, interpreteren
Cognitieve perspectief van de psychologie = stroming binnen de sociale psychologie en de
psychologische functieleer die deze processen bestudeert.
3.
Behavioristische perspectief (nurture kant)
- Ziet psychologie als objectieve wetenschap, die uitsluitend direct waarneembaar gedrag (behavior)
bestudeert.
- Ziet alle gedrag als aangeleerd/ door omgeving bepaald
- omgeving (situatie) of gevolg (consequentie) bepalen 🡪 gedrag (respons) beïnvloeden
- Toepassing: klassieke, operante of sociale conditionering (Pavlov, Watson, Skinner)
4. Perspectieven van de gehele persoon
1. Psychodynamische psychologie (Freud)
- Persoonlijkheid en psychische stoornissen ontstaan vooral uit processen in de onbewuste geest
2. Humanistische psychologie
- Aanwezigheid van vrije wil en groeipotentie bij iedereen; mensen gebaat bij eigen keuzes
3. Psychologie van karaktertrekken en temperament (persoonlijkheidsleer)
- gedrag en persoonlijkheid zijn fundamenteel
Freud 🡪 gehele processen i.p.v onderdelen
* onbewuste conflicten
* trauma’s uit vroege kindertijd
* problemen verdringen
5. Ontwikkelingsperspectief
- Mensen veranderen op voorspelbare wijze
* Kwantitatieve ontwikkeling: bijv van kind naar volwassenen 🡪 geleidelijke ontwikkeling
* Kwalitatieve verandering: iedere leeftijdsfase 🡪 eigen kwaliteit, in sprongetjes
6. Socioculturele perspectief (sociale psychologie)
, - Nadruk op belang van sociale interactie, sociaal leren en culturele invloeden (taal, gewoonten,
waarden en tradities).
- De kracht van de situatie
Combinatie van perspectieven zijn nodig voor verklaring van gedrag.
Klassiek conditioneren
Wat is leren? Het is een proces waardoor ervaringen een blijvende verandering veroorzaken in het
gedrag of in de mentale processen.
Eenvoudige en complexe vormen van leren:
Eenvoudig 🡪 Habituatie: leren niet te reageren op een stimulus. V.b: niet reageren op geluiden van de
straat als je wilt slapen.
Complex 🡪 - Stimulus – respons leren: klassiek of operant conditioneren
- Cognitief leren: bijv. sociaal leren (hersenen meer betrokken)
Klassiek conditioneren (watson/pavlov)
Operant conditioneren (Skinner)
Model – of sociaalleren (Bandura)
Ivan Pavlov: onderzoeker naar het spijsverteringssysteem: speekselproductie bij honden.
Ontdekking: honden begonnen al te kwijlen voor ze voedsel in hun mond hadden.
Verdere onderzoeken leidden tot de ontwikkeling van een leermodel: klassiek conditioneren
Zijn experiment:
Voedsel levert een reflectie op: kwijlen. Het horen van de bel levert geen bepaalde reactie op.
Aanbieden van voedsel wordt gepaard met het horen van een bel. Na verloop van tijd gaat de hond
ook speeksel produceren bij alleen het horen van de bel.