Trombose en atherosclerose
Artherosclerose kan een groot spectrum aan ziektes veroorzaken; myocardinfarct en
perifeer vaatlijden.
Trombose veroorzaakt; veneuze tromboembolieën die vooral problemen geven in de
benen, armen en longen.
De hemostase is fysiologisch process dat zorgt voor het vloeibaar houden van het bloed
binnen de circulatie, zorht voor de bescherming van vaatsysteem na
weefselbeschadiging.
Het bestaat uit drieverschillenden stadia;
Vasoconstrictie;
Wanneer er beschadiging is aan bloedvat, ontstaat door lokale spierspasme van het
vat en tromboxaan A2 (uit trombocyt)
Primaire hemostase;
Als eerst is er trombocytenactivatie door subendotheliaal collageen dat vrijkomt
(vrijkomen van collageen, adrenaline, trombine en ADP).
Daarna is er trombocytenadhesie via de GP-Ib receptor binden geactiveerde
trombocyten circulerend vWF (vWF bindt aan collageen in het vaatwand en vormt
een brugmolecuul tussen trombocytocollageen).
Via de GP-Ia-receptor kan een trombocyt ook binden aan fibronectine dat weer aan
collageen bindt.
Als laatst is er trombocytenaggregatie die zorgt voor verdere activatie en vorm
verandering; flip-flopmechanisme waardoor de GP-IIb/IIIa-receptor aan het
trombocytoppervlak bevindt, deze kan daardoor fibrinogeen binden.
Secundaire hemostase;
Trombose en atherosclerose 1
, Activatie van stollingsfactoren in het bloed waardoor er onoplosbaar fibrine wordt
gevormd
Tissue factor maakt een complex met factor VII-a uit het bloed, dit complex zorgt
voor de vorming van factor X-a die zich ook aan het complex bindt.
Het TF-VIIa-Xa-complex zorgt voor de vorming van II-a (trombine) met behulp van
factor V.
Factor II-a zorgt ten slotte voor de omzetting van firbinogeen in fibrine
In de secundaire hemostase zijn er twee versterkingsroute;
1. TF-VIIa-complex kan indirect factor X activeren via de activatie van IX-a met behulp
van factor VIII
2. Activering van factor XI door het gevormde trombine (factor II-a), deze kan IX
activeren waardoor waardoor X-a gevormd kan worden.
Trombose en atherosclerose 2
Artherosclerose kan een groot spectrum aan ziektes veroorzaken; myocardinfarct en
perifeer vaatlijden.
Trombose veroorzaakt; veneuze tromboembolieën die vooral problemen geven in de
benen, armen en longen.
De hemostase is fysiologisch process dat zorgt voor het vloeibaar houden van het bloed
binnen de circulatie, zorht voor de bescherming van vaatsysteem na
weefselbeschadiging.
Het bestaat uit drieverschillenden stadia;
Vasoconstrictie;
Wanneer er beschadiging is aan bloedvat, ontstaat door lokale spierspasme van het
vat en tromboxaan A2 (uit trombocyt)
Primaire hemostase;
Als eerst is er trombocytenactivatie door subendotheliaal collageen dat vrijkomt
(vrijkomen van collageen, adrenaline, trombine en ADP).
Daarna is er trombocytenadhesie via de GP-Ib receptor binden geactiveerde
trombocyten circulerend vWF (vWF bindt aan collageen in het vaatwand en vormt
een brugmolecuul tussen trombocytocollageen).
Via de GP-Ia-receptor kan een trombocyt ook binden aan fibronectine dat weer aan
collageen bindt.
Als laatst is er trombocytenaggregatie die zorgt voor verdere activatie en vorm
verandering; flip-flopmechanisme waardoor de GP-IIb/IIIa-receptor aan het
trombocytoppervlak bevindt, deze kan daardoor fibrinogeen binden.
Secundaire hemostase;
Trombose en atherosclerose 1
, Activatie van stollingsfactoren in het bloed waardoor er onoplosbaar fibrine wordt
gevormd
Tissue factor maakt een complex met factor VII-a uit het bloed, dit complex zorgt
voor de vorming van factor X-a die zich ook aan het complex bindt.
Het TF-VIIa-Xa-complex zorgt voor de vorming van II-a (trombine) met behulp van
factor V.
Factor II-a zorgt ten slotte voor de omzetting van firbinogeen in fibrine
In de secundaire hemostase zijn er twee versterkingsroute;
1. TF-VIIa-complex kan indirect factor X activeren via de activatie van IX-a met behulp
van factor VIII
2. Activering van factor XI door het gevormde trombine (factor II-a), deze kan IX
activeren waardoor waardoor X-a gevormd kan worden.
Trombose en atherosclerose 2