- in casuïstiek gemotiveerd aangeven of sprake is van aansprakelijkheid uit
onrechtmatige daad;
art. 6:162 lid 1 BW
• Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad (1) pleegt, welke hem kan worden
toegerekend (2), is verplicht de schade (3) die de ander dientengevolge (4) lijdt, te
vergoeden
• Relativiteit (5), zie art. 6:163 BW
1. Onrechtmatige daad
1. Er een inbreuk is op een (subjectief) recht
2. Er een doen of nalaten is in strijd met een wettelijke plicht
3. En wanneer er een doen of nalaten is in strijd met hetgeen volgens ongeschreven
recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.
Inbreuk op een recht
Bij inbreuk op een recht gaat het om schending van een subjectief recht van een
ander. Het gaat hierbij om inbreuken op persoonlijkheidsrechten (persoonlijke
integriteit, recht op vrijheid) en om absolute vermogensrechten(eigendom,
erfpachtrecht, auteursrecht, octrooirecht).
Strijd met de wettelijke plicht
Het begrip wet is niet beperkt tot de formele wet. Wet betekent hier ieder algemeen
verbindend voorschrift dat bindt doordat het is vastgesteld door de algemene
Nederlandse wetgever of een ander daartoe bevoegd Nederlands overheidsorgaan.
Strijd met maatschappelijke zorgvuldigheid
Wat er in de maatschappij wordt bepaald. Geen geschreven regels.
! Geen onrechtmatigheid bij de aanwezigheid van een rechtsvaardighingsgrond
2. Toerekening
1. Schuld
Iemand heeft een fout gemaakt en is hiervoor verantwoordelijk.
2. Wet
3. Verkeersopvattingen
3. Schade art. 6:95 BW
1. Vermogensschade (geleden verlies en gederfde winst) art. 6:96 BW
2. Ander nadeel art. 6:106 BW
4. Causaal verband
Er moet verband zijn tussen de gedraging en de schade die is geleden.
Relativiteit art. 6:163 BW
De geschonden norm moet strekken tot bescherming tegen de schade zoals
benadeelde die heeft geleden. Tandartsenarrest.