Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Verbintenissenrecht II K3 uitwerkingen werkcolleges 1-5 en 7

Beoordeling
2.5
(2)
Verkocht
5
Pagina's
27
Geüpload op
18-10-2016
Geschreven in
2015/2016

Dit document bevat de uitwerkingen van de werkcolleges van het vak Verbintenissenrecht II. Week 6 ontbreekt, omdat er in deze lesweek een proeftentamen werd gemaakt. Bij vragen of extra uitleg over een opdracht kan je altijd een berichtje sturen. Eindcijfer: 8,1

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Verbintenissenrecht II week 1
Een subjectief recht is een recht zoals eigendomsrecht en auteursrecht. Het is een
persoonlijk recht. Dit recht kan bij de rechter worden afgedwongen.
In strijd met het recht wanneer er ook strijd is met wettelijke plicht of de maatschappelijke
zorgvuldigheid. Enkel in strijd met het recht is niet voldoende. In strijd met het recht moet
direct en rechtstreeks zijn.

Opdacht 1
Jan-Kees (21), Amsterdammer en zeer milieubewust, besluit een groot deel van zijn
verhuizing niet met de auto te doen, maar met zijn net nieuwe Babboe-bakfiets. Als hij bezig
is zijn koelkast te verhuizen, zet hij zijn bakfiets voor zijn deur neer, maar niet op de rem.
Omdat de stoep op die plaats scheef loopt, begint de fiets te rollen, net op het moment dat
Jan-Kees boven de koelkast wil gaan halen. De bakfiets knalt op de auto van buurman
Gerritsen en veroorzaakt een flinke deuk.

Is Jan-Kees aansprakelijk voor de schade? Motiveer je antwoord.

De criteria uit art. 6:162 BW moeten worden uitgewerkt. De criteria zijn:
Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad (1) pleegt, welke hem kan worden
toegerekend (2), is verplicht de schade (3) die de ander dientengevolge (4) lijdt, te
vergoeden

Relativiteit (5), zie art. 6:163 BW

Onrechtmatige daad:
Er is sprake van een nalaten, want Jan-Kees zet zijn bakfiets niet op de rem. Er is een
inbreuk op een recht (vermogensrecht). Hat nalaten de bakfiets op de rem te zetten is in
strijd met maatschappelijke zorgvuldigheid (lid 2). De criteria van het Kelderluik-arrest dienen
dan te worden uitgewerkt. Jan-Kees had beter moeten opletten en de bakfiets op de rem
moeten zetten. De eigenaar van de auto had er geen rekening mee hoeven te houden dat er
een bakfiets tegen zijn auto aan zou komen. Doordat de bakfiets niet op een rem werd
gezet, was er een kans op een ongeval, want de bakfiets zou kunnen gaan rollen en dat is
ook gebeurd. Het gevolg van het rollen van de bakfiets is zaakschade, omdat de bakfiets
tegen de auto aan is gekomen. Er hadden voorzorgsmaatregelen getroffen kunnen worden,
namelijk de bakfiets op het slot zetten. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een
onrechtmatige daad.

Er is geen rechtsvaardigheidsgrond aanwezig.

Toerekening:
Het is aan de schuld van Jan-Kees te wijten (lid 3). Hij heeft een fout gemaakt en hiervoor is
hij verantwoordelijk. Het is logisch dat je een bakfiets op de rem zet wanneer de straat
schuin afloopt.

Schade:
Daarnaast is er sprake van schade, namelijk de deuk in de auto van de buurman. Het gaat
hier om materiele schade art. 6:95 en 6:96 BW.

Causaal verband:
Ten slotte is er een causaal verband. Doordat Jan-Kees zijn fiets niet op de rem had gezet,
was de fiets gaan rollen. Doordat de fiets ging rollen kwam de fiets tegen de auto van de
buurman aan.

,Relativiteit:
Er is sprake van relativiteit, omdat de onrechtmatige gedraging in strijd is met de
maatschappelijke zorgvuldigheid en er ook wordt voldaan aan de criteria uit het Kelderluik-
arrest.

Conclusie:
Jan-Kees is aansprakelijk voor de schade

In het kort:
1. Daad: nalaten
2. Onrechtmatigheid (art. 6:162 lid 2 BW)
- Strijd met maatschappelijke zorgvuldigheid: Kelderluikcriteria
- Kans dat eigenaar hier geen rekening mee houdt
- Kans op ongeval
- Gevolgen niet ernstig: zaakschade
- Mate bezwaarlijkheid voorzorgsmaatregelen
Tussenconclusie: gedrag is onrechtmatig
3. Er is geen sprake van een rechtvaardigheidsgrond
4. De daad/ gedraging is toerekenbaar (art. 6:162 lid 3 BW) aan ogv schuld. Geen
opzet, maar aan Jan-Kees te verwijten
5. Er is sprake van materiele schade
6. Er bestaat een causaal verband tussen de daad en de schade
7. Relativiteit 6:163

Opdracht 2
De negentienjarige Ivo de Groot heeft op een avond enkele vrienden uitgenodigd. Na het
nuttigen van enkele alcoholische consumpties ontstaat de behoefte om iets spannends te
gaan doen. Ivo en zijn vrienden besluiten om het onderdeel “tegen een ingezeepte glijbaan
oplopen” uit het programma Jackass na te doen. Tegenover het appartementje van Ivo
bevindt zich een plantsoentje met enkele speeltoestellen. De glijbaan wordt met groene zeep
ingesmeerd, waarna ze er een wedstrijdje “wie het snelste boven is” van maken. Door de
groene zeep wordt niet alleen de baan, maar worden ook de treden spekglad. Bij zijn tweede
poging gaat Dirk dan ook keihard onderuit. Daarop besluiten de vrienden dat de lol er vanaf
is en ze gaan terug naar binnen om een dvd’tje te kijken. Om drie uur verlaten de vrienden
het appartementje. Ivo duikt onmiddellijk zijn bed in met het voornemen om de volgende dag
op tijd op te staan om de rommel op te ruimen en de glijbaan schoon te maken. De volgende
ochtend wordt Ivo echter al vroeg gewekt door een ambulance die met loeiende sirenes de
straat in komt rijden. Later blijkt dat Wesley, een zesjarig jongetje uit de straat, op de
spekgladde treden van de trap van de glijbaan was uitgegleden en daardoor was gevallen.
Hij brak daarbij zijn been en liep een zware hersenschudding op. Ook zijn brilletje is door de
val gesneuveld. Van buurtgenoten heeft de vader van Wesley vernomen wat Ivo en zijn
vrienden de avond ervoor hadden gedaan.

Is Ivo aansprakelijk voor de schade? Motiveer je antwoord.

Art. 6:162 BW

Onrechtmatige daad:
Er is sprake van een nalaten, namelijk het niet opruimen van de zeep. Er is een inbreuk op
een recht. Deze gedraging is daarnaast in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid (lid
2). Het is namelijk van algemene bekendheid dat de glijbaan erg glad kan worden door de
zeep en dat dit gevaar met zich meebrengt. Dat er jonge kinderen op de glijbaan afkomen is
ook van algemene bekendheid. Het jongetje dat de glijbaan opging, had er geen rekening

,mee hoeven te houden dat de glijbaan erg glad zou zijn, omdat deze eerder was ingesmeerd
met zeep. De kans op een ongeval is groot. Het gevolg is letselschade en dit is ernstig.
Er hadden voorzorgmaatregelen getroffen kunnen worden, want Ivo had de glijbaan schoon
moeten maken. Zie art. 6:166 BW.

Er is geen rechtvaardigheidsgrond.

Toerekening:
Ivo is verantwoordelijk voor de gladde glijbaan, omdat hij de glijbaan heeft ingesmeerd met
zeep en dit vervolgens niet heeft schoongemaakt. Het is hem toe te rekenen (lid 3).

Schade:
Daarnaast is er sprake van (immateriële) schade art. 6:95 BW. Er is vermogensschade,
omdat de bril van het jongetje is gesneuveld. Ook heeft het jongentje een gebroken been en
een hersenschudding.

Causaal verband:
Ten slotte is er een causaal verband. Doordat Ivo de glijbaan heeft ingesmeerd is de glijbaan
glad geworden. Omdat Ivo de glijbaan niet heeft schoongemaakt, is het jongetje uitgegleden.

Relativiteit:
Er is sprake van relativiteit, omdat de onrechtmatige gedraging in strijd is met de
maatschappelijke zorgvuldigheid en daarmee ook is voldaan aan de criteria uit het
Kelderluik-arrest.

Conclusie:
Ivo is aansprakelijk voor de schade die is geleden.

Zie ook art 6:166 lid 1 en 2 BW:

1. Indien één van tot een groep behorende personen onrechtmatig schade
toebrengt en de kans op het aldus toebrengen van schade deze personen had
behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband, zijn zij
hoofdelijk aansprakelijk indien deze gedragingen hun kunnen worden
toegerekend.

2. Zij moeten onderling voor gelijke delen in de schadevergoeding bijdragen, tenzij in de
omstandigheden van het geval de billijkheid een andere verdeling vordert.

Opdracht 3
Boer Meindert woont al jaren in een klein, gammel dijkhuisje in de gemeente Goes.
Naast zijn huisje ligt een dijkweg waar de maximale snelheid 50 km per uur is. Regelmatig
rijden auto’s en vrachtwagens over deze dijkweg.
De heer Jansen rijdt met zijn VW Golf op een dag met 60 km per uur over de dijkweg en dit
veroorzaakt zo’n trilling dat het huisje van Meindert instort. Meindert is boos en wil zijn
schade verhalen op de heer Jansen.

a. Welk(e) vereiste(n) uit het leerstuk van de onrechtmatige daad is (zijn) i.c. relevant? Is er
voldaan aan dit (deze) vereiste(n)?

Relativiteitsvereiste.

Er is niet aan het relativiteitsvereiste voldaan. Het te hard rijden heeft als doel het
beschermen van de verkeersveiligheid en niet het doel dat huisjes langs de dijk niet
instorten.

, Stel: het gammele dijkhuisje van Meindert is nog gewoon intact. Koos de Vries van Sjees
Transport wil op tijd klaar zijn met werken om naar de wedstrijd van zijn favoriete FC
ZeeBoys te gaan kijken. Hij besluit op de dijk het gas even goed in te trappen en rijdt met
zijn zwaarbeladen vrachtwagen 140 km per uur. Als gevolg van het trillen van de dijk stort
het gammele dijkhuisje van Meindert in.

b. Zal Koos aansprakelijk kunnen worden gehouden voor de schade van Meindert?
(NB je hoeft bij deze vraag niet in te gaan op eventuele aansprakelijkheid van de
werkgever).

Onrechtmatige daad:
Er is sprake van een gedraging, namelijk te hard rijden. Het te hard rijden is in strijd met
de maatschappelijke zorgvuldigheid. De boer hoefde er geen rekening mee te houden
dat een vrachtwagen zo hard zou rijden. Er is een kans op een ongeval en de gevolgen
zijn ernstig, want het huis is ingestort. De bestuurder had geen 140 te hoeven rijden.

Er is geen rechtvaardigheidsgrond.

Toerekening:
Koos heeft te hard gereden en dit is hem toerekenbaar.

Schade:
Omdat het huis is ingestort, is er sprake van schade.

Causaal verband:
Koos reed te hard, Het te hard rijden heeft ervoor gezorgd dat er trillingen ontstonden en
dat het huisje instortte. Er is een causaal verband.

Relativiteit:
Er is sprake van relativiteit, omdat de onrechtmatige gedraging in strijd is met de
maatschappelijke zorgvuldigheid en er ook wordt voldaan aan de criteria die uit het
Kelderluik-arrest voortvloeien. Er is zo hard gereden, dat het gevolg voorzienbaar was.
De norm die is overtreden is ernstig.

Conclusie: Koos kan aansprakelijkheid worden gesteld.

Zie ook art 6:101 BW. Stel dat het huis al instabiel was en de eigenaar zelf enige
maatregelen had kunnen treffen..

Opdracht 4
Als Van Dam naar zijn werk is, breekt er brand uit in de droger. De droger staat in de
bijkeuken. Daar is ook de hond van Van Dam. Buurman Jansen ziet de brand en slaat een
ruit in om Van Dams hond te halen. De brand dooft vanzelf en de schade aan het huis valt
mee. Van Dam is Jansen erkentelijk dat de hond gered is, maar als enige tijd later de ruit
gerepareerd is, stuurt Van Dam Jansen de rekening van 125 Euro.

Geef gemotiveerd aan of Jansen de rekening zal moeten betalen.

Nee, want er is sprake van een rechtvaardigingsgrond. Wanneer er een
rechtvaardigheidsgrond aanwezig is, is het niet onrechtmatig. De buurman moest een keuze
maken tussen twee plichten. Of zich houden aan de wet, of de hond redden. Het redden van
de hond woog hier zwaarder dan het niet kapot maken van de ruit. Er is sprake van
overmacht zoals genoemd in art. 40 Sr.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
18 oktober 2016
Aantal pagina's
27
Geschreven in
2015/2016
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Onbekend
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

$5.39
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
8 jaar geleden

9 jaar geleden

.

2.5

2 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
1
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
JHSM Juridische Hogeschool
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
190
Lid sinds
9 jaar
Aantal volgers
124
Documenten
22
Laatst verkocht
2 jaar geleden

Let bij het kopen van een document op het geschreven studiejaar! En vergelijk de vragen uit jouw competentieboek met de vragen uit de documenten. In de loop van de jaren kunnen de vragen uit het competentieboek namelijk zijn veranderd.

3.4

62 beoordelingen

5
6
4
28
3
21
2
1
1
6

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen