Inleiding
Agenda setting gaat over het feit dat de media bepalend is in waarover we denken. Het gaat daarbij
niet om het veranderen van standpunt, maar deze functie van de massamedia stelt wel dat de media
de agenda van waarover we praten dicteert.
Lippman
Lippman haalt dat wat is en dat wat we er van vinden uit elkaar. Hij onderscheidt dus feiten
en normen van elkaar. Feit is dat het regent, norm is dat het slecht weer is. Zo werkt het ook
in de journalistiek, Lippman stelt: Facts are sacred, opinions are free.
Maar zo stellig kun je eigenlijk niet zijn, niets is objectief. Veruit het grootste deel van de
wereld komt via een ander medium bij ons winnen. In het vertellen over die wereld is het
onvermijdelijk dat er gebruik wordt gemaakt van frames. Lippman stelt dat de wereld: out of
reach, out of sight and out of mind is. De wereld is dus eigenlijk unobtrusive
De mens denkt in stereotypen. Nieuwe informatie wordt geassocieerd en een plaats gegeven
aan de hand van oude informatie. Lippman: “If you understand the issues in the news, then
you know where tot hink about; if you accept the frame/stereotype moreover, then you know
what to think”
Kortom: veruit het grootste deel van de wereld is unobtrusive, we zijn afhankelijk van
anderen om over die wereld te horen, daarbij is het onvermijdelijk dat er wordt geframed,
bovendien passen wij zelf stereotypes toe, die stereotypes leiden vaak tot bevestiging van
bestaande denkbeelden: reinforcement.
Het proces van reinforcement voltrekt zich het sterkst bij nieuwe informatie over
onderwerpen waar we al het één en ander van weten. Bij die bestaande onderwerpen past
de mens drie mechanismen toe: selective exposure, selective perception en selective
retention. Echter, bij nieuwe onderwerpen is selective perception natuurlijk niet aan de orde.
Juist bij die onderwerpen is er dus een mogelijkheid om van mening te veranderen.
Tenslotte stelt Amos Tversky dat associaties asymetrisch zijn. Bij kerosine denk je al snel aan
een vliegtuig, maar bij een vliegtuig niet zo snel aan kerosine.
McCombs & Shaw
Probeerden in hun onderzoek antwoord te geven op de vraag of de media nu vooral een
agenda setting functie heeft of dat er sprake is van selectieve perceptie.
Dat deden ze aan de hand van een survey onder 100 respondenten en een contentanalyse
van de media. De auteurs vergeleken de hoeveelheid berichten die over een bepaald
onderwerp zijn geschreven met dat wat mensen het belangrijkst vonden. Hun conclusie was
dat er grote overeenkomsten tussen beide zijn. De media heeft dus een agenda setting
functie.
Ze vonden veel minder bewijs voor selectieve perceptie. Oftewel: het maakte minder uit
welke achtergrond en denkbeelden mensen hadden voor de mate waarin ze iets belangrijk
vonden. Dat wat mensen belangrijk vinden wordt in mindere mate bepaald door hun
politieke kleur of andere sociale factoren.