5. Het economisch en sociologisch perspectief
5.1. Inleiding
Sommige verklaringen voor crimineel gedrag richten zich op de keuzes die mensen maken (het
economisch perspectief) en de invloed van de sociale omgeving (het sociologisch perspectief).
Sommige theorieën worden weliswaar gerekend tot de economische of sociologische verklaringen,
maar bevatten ook elementen, termen of zelfs uitgangspunten die zijn ontleend aan de psychologie.
Vice versa geldt dit ook voor bepaalde psychologische theorieën.
5.2. Het economisch perspectief
Economische theorieën richten zich op de keuzes die mensen maken, en gaan er alle van uit dat
mensen bij hun keuzes een afweging maken tussen de kosten van gedrag en de baten die gedrag kan
opleveren.
5.2.1. Klassieke ideeën
Al in de achttiende eeuw hebben strafrechtsfilosofen deze economische ideeën verwoordt. De
belangrijkste filosofen op dit terrein waren Beccaria en Bentham. Zij formuleerden hun ideeën om
suggesties te geven om te komen tot een justitiesysteem op basis van rationele principes. De
samenleving had destijds te maken met zeer veel criminaliteit, en ook met machthebbers die hun
macht willekeurig en vooral voor eigenbelang gebruikten. Het voornaamste doel van de filosofen in
die tijd was te komen tot een eerlijker, gelijker en humaner systeem van strafrechtspleging.
Beccaria stelde voorop dat alle individuen van nature eigen rechten op vrijheid hebben en dat die
rechten in principe belangrijker zijn dan de rechten van de overheid. Echter, individuen leven in een
samenleving en zijn bereid een deel van hun vrijheid op te geven in ruil voor de bescherming van een
(rechts)staat. De staat moet ze dan als tegenprestatie bijvoorbeeld beschermen tegen criminaliteit.
Individuen zijn echter alleen bereid om hun rechten aan de staat over te dragen als de staat op een
verantwoorde en terughoudende wijze met zijn macht en bevoegdheden omgaat.
Beccaria formuleerde voorstellen voor een in zijn ogen beter strafrechtsysteem. Veel van zijn
voorstellen gingen uit van economische gedachten. Straffen zouden bijvoorbeeld gerelateerd moeten
zijn aan de ernst van het delict dat gepleegd wordt. Ook zouden straffen snel opgelegd moeten worden
en met zekerheid ten uitvoer worden gelegd.
Bentham bouwde voort op de ideeën van Beccaria. Hij stelde dat de hoogte van de straf net hoog
genoeg moet zijn om (potentiële) daders ervan te weerhouden een delict (opnieuw) te plegen. Hij ging
uit van de vrije wil van individuen: mensen kiezen om de wet te gehoorzamen of te overtreden door
een rationele afweging te maken tussen de kosten en de baten. Het doel van strafwetten wordt daarmee
vooral het afschrikken van crimineel gedrag. De rechtvaardiging is dus afschrikking.
De grondwet en veel van de strafrechtswetgeving in de VS is bijvoorbeeld op deze ideeën gebaseerd.
Ook in Europa gaan veel wetboeken uit van de afschrikwekkende werking van straffen, en van het
principe dat de zwaarte van de straf proportioneel moet zijn met de ernst van het gepleegde misdrijf.
5.2.2. Criminologisch model van rationele keuzes
De grondlegger van de moderne economische theorieën is Gary Becker. Hij legde in een artikel uit dat
de economische wetenschap methoden kan aanreiken die de samenleving kunnen helpen om de
strafrechtspleging effectiever en efficiënter te maken.
Economische theorieën veronderstellen dat het plegen van strafbare feiten het resultaat is van een
afweging door de dader van de voor- en nadelen. Ze gaan uit van de rationele-keuzetheorie van
menselijk gedrag. Volgens de economische theorieën is het plegen van strafbare feiten vergelijkbaar
met ander economisch gedrag, bijvoorbeeld consumentengedrag, waarbij men ook tegen minimale
kosten maximale baten wil verkrijgen.