Rekenen verhoudingen, procenten, breuken en kommagetallen hoofdstuk 1,2 en 3
Hoofdstuk 1:
- Verhoudingen uitdrukken:
1 op de 4
¼ deel van …
25%
1:4
0,25
- Relatief aspect = verhoudingsmatige gegevens waar je niet direct het daadwerkelijke getal of
aantal aan kunt aflezen.
- Een breuk geeft een verhouding aan tussen een deel en een geheel.
- Een percentage geeft een verhouding aan tussen een deel en een geheel dat op 100 is
gesteld.
- Verschijningsvormen = de vorm waarin een verschijnsel zich aan ons voordoet.
- Notatie = de manier hoe je het opschrijft.
- Bij de notatie van geldbedragen gebruiken we kommagetallen.
- Procenten kom je veel tegen bij kortingen en rente.
- Getalsmatige informatie = informatie in het nieuws die een waarde aangeeft.
- Absolute gegevens = getallen die naar daadwerkelijke hoeveelheden of aantallen verwijzen.
- Relatieve gegevens = gegevens of hoeveelheden die niet direct het daadwerkelijke getal of
aantal aan af kunt lezen.
- Als kinderen het verschil tussen absoluut en relatief niet weten kunnen ze veel informatie uit
de krant niet goed begrijpen.
- Gecijferdheid = de vaardigheid hoe een persoon in het dagelijks leven om kan gaan met
situaties waarin getallen, maten en verbanden een rol spelen.
- Voordelen strookmodel:
Bij de stroken staan de absolute gegevens (aantallen) en de relatieve gegevens
(percentages).
Bij de strook kun je verschillende relatieve gegevens met elkaar vergelijken.
, - Benoemd getal = zoveel keer raak, euro
Helpt voor het onderscheid van absolute en relatieve gegevens duidelijk te houden.
- Gesprek over verhoudingen door:
Groepsgesprek
Collage
- In groep 7 en 8 leren kinderen om domeinen door elkaar heen te gebruiken.
Dit zorgt voor de onderlinge samenhang.
- Als de bewerking onvoldoende betekenis heeft voor de leerlingen moet de leerkracht
aandacht besteden aan betekenisverlening.
- Om de onderlinge samenhang te kunnen doorzien is het belangrijk dat de domeinen in de
realiteit door elkaar voorkomen.
- Kinderen leren de betekenis van bewerkingen met verhoudingen en breuken te doorzien.
- Door de onderlinge samenhang voorkom je misvattingen.
- Breuken en kommagetallen zijn beiden gebroken getallen.
- Hele getallen, kommagetallen en breuken zijn rationale getallen met verschillende
notatiewijzen.
- Rationaal getal = breuken en decimale getallen.
- Breuken en kommagetallen komen voor als meetgetallen.
- Breuken kunnen worden genoteerd als kommagetal.
- Om kinderen duidelijk te maken het verschil tussen breuken en kommagetallen, gebruik dan
de verschijningsvorm meetgetal.
- Rekengetal = getallen waar je mee rekent.
- Gebruik ondermaten om kinderen duidelijk te maken wanneer je een 0 mag toevoegen of
weghalen.
- Ondermaat = 1 decimeter is even lang als 10 centimeter.
Hoofdstuk 1:
- Verhoudingen uitdrukken:
1 op de 4
¼ deel van …
25%
1:4
0,25
- Relatief aspect = verhoudingsmatige gegevens waar je niet direct het daadwerkelijke getal of
aantal aan kunt aflezen.
- Een breuk geeft een verhouding aan tussen een deel en een geheel.
- Een percentage geeft een verhouding aan tussen een deel en een geheel dat op 100 is
gesteld.
- Verschijningsvormen = de vorm waarin een verschijnsel zich aan ons voordoet.
- Notatie = de manier hoe je het opschrijft.
- Bij de notatie van geldbedragen gebruiken we kommagetallen.
- Procenten kom je veel tegen bij kortingen en rente.
- Getalsmatige informatie = informatie in het nieuws die een waarde aangeeft.
- Absolute gegevens = getallen die naar daadwerkelijke hoeveelheden of aantallen verwijzen.
- Relatieve gegevens = gegevens of hoeveelheden die niet direct het daadwerkelijke getal of
aantal aan af kunt lezen.
- Als kinderen het verschil tussen absoluut en relatief niet weten kunnen ze veel informatie uit
de krant niet goed begrijpen.
- Gecijferdheid = de vaardigheid hoe een persoon in het dagelijks leven om kan gaan met
situaties waarin getallen, maten en verbanden een rol spelen.
- Voordelen strookmodel:
Bij de stroken staan de absolute gegevens (aantallen) en de relatieve gegevens
(percentages).
Bij de strook kun je verschillende relatieve gegevens met elkaar vergelijken.
, - Benoemd getal = zoveel keer raak, euro
Helpt voor het onderscheid van absolute en relatieve gegevens duidelijk te houden.
- Gesprek over verhoudingen door:
Groepsgesprek
Collage
- In groep 7 en 8 leren kinderen om domeinen door elkaar heen te gebruiken.
Dit zorgt voor de onderlinge samenhang.
- Als de bewerking onvoldoende betekenis heeft voor de leerlingen moet de leerkracht
aandacht besteden aan betekenisverlening.
- Om de onderlinge samenhang te kunnen doorzien is het belangrijk dat de domeinen in de
realiteit door elkaar voorkomen.
- Kinderen leren de betekenis van bewerkingen met verhoudingen en breuken te doorzien.
- Door de onderlinge samenhang voorkom je misvattingen.
- Breuken en kommagetallen zijn beiden gebroken getallen.
- Hele getallen, kommagetallen en breuken zijn rationale getallen met verschillende
notatiewijzen.
- Rationaal getal = breuken en decimale getallen.
- Breuken en kommagetallen komen voor als meetgetallen.
- Breuken kunnen worden genoteerd als kommagetal.
- Om kinderen duidelijk te maken het verschil tussen breuken en kommagetallen, gebruik dan
de verschijningsvorm meetgetal.
- Rekengetal = getallen waar je mee rekent.
- Gebruik ondermaten om kinderen duidelijk te maken wanneer je een 0 mag toevoegen of
weghalen.
- Ondermaat = 1 decimeter is even lang als 10 centimeter.