HC 8 SAMPLING/STEEKPROEFTREKKEN 07/04
In de praktijk wordt er bij ordinale variabelen soms het gemiddelde en de standaarddeviatie
berekend. Theoretisch gezien is dit niet juist.
DEFINITIES
Populatie = groep individuen waarover de onderzoek iets wil weten, vb. Ajax-supporters.
Sample/steekproef = deel van de populatie dat daadwerkelijk wordt onderzocht in het
onderzoek.
Sampling = het selecteren van subjecten uit de populatie.
Sampling frame/steekproefkader = lijst van de populatie waaruit je de steekproef trekt.
Sample design = de methode gebruikt wordt om tot een steekproef te komen.
Statistische inferentie = denken van steekproef naar populatie.
REPRESENTATIVITEIT
Aan de hand van de steekproef wil men uitspraken doen over de gehele populatie. De steekproef
moet dus representatief zijn voor de populatie. Daarom is de manier van steekproeftrekken van
belang, vb. als je bij opvoeders naar SES kijkt en je test alleen subjecten met een hoog SES zijn
deze uitkomsten niet representatief voor de gehele groep opvoeders. Je zou ook de hele
populatie kunnen onderzoeken, maar dit wordt vaak niet gedaan, omdat dit niet (altijd) mogelijk
is qua geld, tijd en bereikbaarheid en omdat dit niet nauwkeurig is: er altijd een klein (wellicht
sterk afwijkend) groepje dat uitvalt, waardoor je niet 100% van de populatie onderzoekt.
Bovendien is het vanwege technieken om de steekproef te generaliseren naar de populatie niet
nodig om de hele populatie te onderzoeken.
OORZAKEN BIAS
Sampling methode: doordat je de verkeerde methode van steekproeftrekken hebt
gekozen, is er een mismatch tussen de methode en de analyses die je erop loslaat,
waardoor een verkeerd beeld ontstaat.
Undercoverage/onderdekking: sommige groepen uit de populatie worden systematisch
niet betrokken bij een steekproef, vb. je wilt Leidse studenten testen en je haalt je
steekproef alleen uit lijsten van studentenverenigingen. Nu mis je de niet-leden.
Non respons: sommige mensen die geselecteerd zijn doen niet mee, want ze willen niet,
ze kunnen niet of ze konden niet bereikt worden. Dit geeft bias, omdat de mensen die
niet willen deelnemen aan het onderzoek op bepaalde eigenschappen significant kunnen
verschillen van mensen die wel willen deelnemen.
Je kunt non respons voorkomen door:
o Vooraf na te denken over de manier waarop je mensen benaderd. Wanneer je
iemand netjes benaderd, zal diegene eerder bereid zijn om mee te werken.
o Achteraf te kijken of mensen die niet meewerkten structureel afwijken van de
mensen die wel meewerkten.
1