Wanneer kinderen naar het basisonderwijs gaan hebben ze al een behoorlijke taalvaardigheid. Op
het onderwijs zal er verder worden gewerkt aan hun taalontwikkeling in het Nederlands.
1.1 achtergrondkennis: wat is taal?
We weten niet precies wanneer onze voorouders hun mond begonnen te gebruiken om woorden te
zeggen die iets betekenden. Sommige mensen denken dat het praten begon met lange slierten
klanken maar andere denken dat het met korte klanken is begonnen.
In de tijd dat ze gingen spreken werd er nog niks opgeschreven omdat je daarvoor geluiden moeten
hebben die iets betekenen en daarbij ook tekens die begrepen kunnen worden.
Voor de beschrijving van de 4 taaldomeinen worden twee onderscheidingen gemaakt, namelijk:
1. tussen gesproken en geschreven taal je kunt door te luisteren en door te zien betekenis
geven aan bepaalde klanken en tekens.
Beide zijn actieve processen die steeds meer automatisch gaan verlopen doordat je er
constant mee oefent.
2. Tussen receptieve en productieve processen wanneer je betekenis geeft aan klanken en
tekens is dat een receptief proces (ontvangend). Wanneer je zelf de klanken en tekens
produceert noem je dit een productie proces.
In het schema hieronder worden de 4 taaldomeinen ingedeeld.
Productief Receptief
Mondeling Spreken Luisteren
Schriftelijk Schrijven lezen
Drie elementen die omschrijven wat taal is:
1. Taal heeft verschillende functies je kunt met taal contact houden met andere(
communicatieve functie), greep krijgen op de werkelijkheid (conceptualiserende functie) en
jezelf uitdrukken (expressieve functie)
2. Taal heeft betekenis je kunt doormiddel van taal vertellen over iets en daarmee verwijzen
naar een werkelijkheid die op dat moment niet aanwezig hoeft te zijn.
3. Taal heeft een systeem taal heeft een systeem dat klanken tot tekens, tekens tot
woorden, en woorden tot zinnen combineert.
Taal kan drie functies hebben:
1. Communicatie
2. Greep krijgen op de werkelijkheid
3. Expressie
1 Bij communicatie is er sprake van een zender, een boodschap en een ontvanger. De zender is de
gene die iets uit en dat wordt de boodschap. De gene die iets met de boodschap gaat doen is de
ontvanger.
In een communicatie situatie onderscheiden we aan een boodschap:
- Een zakelijk aspect de letterlijke betekenis van de zin
- Een appellerend aspect wat de zender van de ontvanger wil
- Een relatie tussen zender en ontvanger soms kan de zender bepaalde dingen wel zeggen
tegen de ontvanger omdat die hoger staat dan de ontvanger en soms kan de zender
bepaalde dingen niet zeggen tegen de ontvangen omdat die lager staat dan de ontvanger of
gelijk is aan de ontvanger
- Een expressief effect bepaalde indruk geven over jezelf