Korte uitleg ............................................................................................................................................... 1
Samenvatting KT4 Obesitas & Complicaties bij DM II & Zuur-basenevenwicht ...................................... 1
Obesitas ................................................................................................................................................ 1
Diabetes Mellitus (Complicaties bij DM II & zuur-basenevenwicht) ................................................... 4
Zuur-basenevenwicht......................................................................................................................... 13
Korte uitleg
In deze samenvatting vind je stof met betrekking tot obesitas, diabetes mellitus en het zuur-
basenevenwicht. Deze onderwerpen moet je kennen voor Kennistoets 4 in het tweede jaar HBO
Verpleegkunde op de Hogeschool Utrecht, schooljaar 2016-2017. Omdat deze onderwerpen bij
elkaar geclusterd kunnen worden, heb ik een afzonderlijke samenvatting gemaakt.
Toch liever de volledige samenvatting van Kennistoets 4 waarin (vrijwel) alle onderwerpen aan bod
komen? Deze is ook beschikbaar.
In deze samenvatting is gebruik gemaakt van het boek: Hulpboek Medische Kennis: veel
voorkomende stoornissen, Barend van der Bijl. Daarnaast heb ik gebruik gemaakt van Merck Manual,
Farmacologie, McFadden (2015) en Waugh, A. & Grant, A. (2013) Ross en Wilson Anatomie en
fysiologie in gezondheid en ziekte.
Samenvatting KT4 Obesitas & Complicaties bij DM II & Zuur-
basenevenwicht
Obesitas
Om te bepalen of iemand te zwaar is, wordt gebruik gemaakt van de Body Mass Index (BMI).
Hierbij deelt men het gewicht (in kg) door het kwadraat van de lengte (in m).
o Normale BMI: 18,5 – 24,9 kg/m²
o Overgewicht (volwassenen): 25 – 29,9 kg/m²
o Obesitas (volwassenen): 30 kg/m² of hoger
Om vast te stellen of iemand te zwaar is, wordt naast de BMI ook de buikomvang gemeten.
Hierdoor kan de vetverdeling beter bepaald worden.
o Aanwezigheid van buikvet verhoogt gezondheidsrisico.
Extra toegevoegd: uitwerking van ICF: biologische processen bij obesitas:
Lichaamsgewicht bepaald door energiebalans (stofwisseling).
Set point (eikpunt): theorie dat ongeacht wat je wilt dat je gewicht is, je hersenen zelf een idee
hebben van wat je gewicht moet zijn. De hersenen hebben een complex mechanisme dat je energie
inname en verbruik heel nauwkeurig regelt. Geen controle over je stofwisseling.
Hersenen moeten weten hoeveel energie er in het lichaam is door hormonen zoals leptine
aangemaakt in vetweefsel. Botten, spieren, alvleesklier, lever, maagdarmkanaal, zintuigorganen
spelen een rol.
1
,Leptine wordt geproduceerd door vetweefsel om de opslag van vetreserves in het lichaam te
controleren en regelt de eetlust op de lange termijn (d.w.z. stimuleert om meer te eten als er weinig
vetreserve is en minder als er veel van is). Als leptine dus niet goed werkt (door bijvoorbeeld een
tekort of door een weerstand tegen leptine), dan kan het je blijven stimuleren om te eten, ook als je
vetreserve al heel hoog is. Dat kan er dus voor zorgen dat je genetische obesitas krijgt.
Stofwisseling zorgt voor setpoint. Als je probeert dieet te volgen je valt af je hormoonspiegel
verandert hersenen merken dit voorraad lichaamsvet herstellen, meer trek en verbrandt
minder calorieën dan voorheen setpoint wordt hoger, als het eenmaal verhoogd is willen
hersenen dat behouden.
Obesitas draagt aanzienlijk bij aan diverse ziekten, waaronder diabetes mellitus type 2 (44%), hart-
en vaatziekten (23%) en kanker (7-41%). De gevolgen voor de gezondheid zijn globaal in twee
categorieën te verdelen: gevolgen die toe te schrijven zijn aan een verhoogde vetgehalte (zoals
artrose, obstructieve slaapapneu, rugpijn, artrose, depressie) en die voortkomen uit een verhoogd
aantal vetcellen (diabetes, kanker en cardiovasculaire ziekte). (((((Bij een toename van het
lichaamsvet verandert de reactie van het lichaam op insuline, wat kan leiden tot insulineresistentie.
Het verhoogde vetgehalte veroorzaakt ook een pro-inflammatoire toestand[117][118] en een
protrombotische toestand.))))
Het voorkomt niet dat we niet aankomen! Samenloop van omstandigheden zorgt voor obesitas.
Moderne omgeving. Veranderingen chemische samenstelling eten, stress, te weinig beweging,
onvoldoende en verstoorde slaap, toegenomen gebruik medicijnen die gewichtstoename
veroorzaken. We reageren allemaal anders door ons DNA. Sommigen reageren door het afgeven van
hormonen die het setpoint verhogen.
Vetweefsel fungeert niet alleen als opslagplaats van energierijke stoffen, maar blijkt ook een
hormoonproducerend orgaan te zijn. Productie van Leptine is belangrijk.
Als er tijdens een maaltijd een teveel aan glucose in het bloed ontstaat, wordt dit onder invloed van
insuline opgeslagen in de vorm van glycogeen (in spieren en lever). De glycogeenopslag heeft echter
maar beperkte capaciteit en als deze vol is, wordt het teveel aan glucose omgezet in vet. Als de
bloedglucose tussen de maaltijden of bij extra inspanning te laag dreigt te worden, kan glucose weer
worden vrijgemaakt uit glycogeen, onder invloed van glucagon en adrenaline.
Een overschot aan vetzuren wordt opgeslagen in vet, vooral onderhuids. Er is veel ruimte om vet op
te slaan. Hieruit worden weer vetzuren gehaald als er tussen de maaltijden door een tekort aan
vetzuren dreigt te ontstaan. Ook als er een tijdje niet wordt gegeten, is er dus energie beschikbaar.
1. Lichamelijke, psychosociale en maatschappelijke factoren benoemen die tot overgewicht
en obesitas kunnen leiden
Lichamelijk
Energieopname > energieverbruik
Hoogenergetische voeding
Gebrek aan lichaamsbeweging
Erfelijke aanleg + gemeenschappelijke leefstijl
Leptine: regelt lichaamsgewicht
o Wordt in vetweefsel geproduceerd
o Vetcellen functioneren niet alleen als vetopslag, maar ook als hormoonklier
o Leptine verhoogt stofwisseling en beïnvloedt verzadigingsgevoel in de hypothalamus.
2
, o Gewichtstoename leidt tot stijging van de hoeveelheid leptine in het bloed,
waardoor normaal gesproken de eetlust wordt geremd. Men veronderstelt dat
leptineresistentie een rol speelt bij het ontstaan van obesitas. De hypothalamus is
dan minder gevoelig voor leptine.
Basaalmetabolisme
o Genetisch bepaald
o Schildklierhormoon +
o Man +
o Spierweefsel +
o Koorts, stress, ziekte +
o Jongeren +
o Ondervoeding –
o Lang en dun +
o Leptine +
Maatschappelijk
Voorbeeldgedrag ouders
Plaats die eten inneemt in het gezin
Dikmakende gewoonten die zijn aangeleerd bij opvoeding
o Niet sporten, veel snoepen, veel tv kijken etc.
Invloeden van reclame en modebeeld
Cultuurverschillen
o Obesitas komt vaker voor bij mensen van Turkse, Antilliaanse, Marokkaanse en
Surinaamse afkomst.
Sociaaleconomische status
o Mensen met lager sociaaleconomische status hebben vaker obesitas.
Psychosociaal
Emotie-eters (stemmen beïnvloeden eten)
Externe eters: eten als je eten ziet
o Veel eten zien om je heen
Depressie (serotoninegebrek)
Eetbuistoornis (Binge Eating Disorder)
Zelfbeeld
Rolmodellen tijdens de adolescentie
2. Benoemen welke ziektes een verhoogde kans hebben te ontstaan bij mensen met obesitas.
Diabetes mellitus type 2
Gewrichtsklachten: artrose
Hart- en vaatziekten: myocard infarct, hartfalen, beroerte
Slaapapneu
Kanker: slokdarm-, alvleesklier-, dikkedarm-, galblaas-, borst-, baarmoeder- en nierkanker
Galstenen
Onvruchtbaarheid
Depressie
Angststoornissen
3. Behandeling van overgewicht en obesitas verklaren
Realiseer je dat de behandeling van obesitas moeilijk is! Het lichaam heeft bij caloriebeperking
allerlei mechanismen om gewichtsvermindering tegen te gaan.
3
, Obesitas moet worden beschouwd als een chronische ziekte realistische doelen stellen.
Gewichtsverlies van 5-10% is al flinke gezondheidswinst! Denk bij de behandeling ook aan
psychologische factoren die ongezonde leefstijl in stand houden!
De behandeling van obesitas richt zich op verandering van de leefstijl. De drie peilers zijn dieet,
lichaamsbeweging en psychosociale factoren.
Energieopname naar beneden
o Hongergevoel naar beneden (hypothalamus):
Dieetadviezen: vezelrijke gezonde voeding, regelmatig eten, zo min mogelijk
frisdrank, alcohol, koek en snoep
Aanpassen medicatie
Depressie behandelen
o Psychosociale factoren:
Realistische doelen: 5-10% gewichtsreductie
Inzicht geven in eigen gedrag: dagboek voeding en bewegen
Aanleren gezond eetgedrag
Inzicht in psychische en sociale factoren: eten als reactie op stress, eetgedrag
binnen het gezin (systeem)
Cognitieve gedragstherapie: aanleren van realistische gedachten en zelfcontrole
Aanpak psychiatrische stoornis, bijvoorbeeld eetbuistoornis, depressie
o Bij BMI >40 operatie overwegen
Energieverbruik omhoog
o Basaalmetabolisme omhoog:
Lichaamsbeweging: spierweefsel +
Langzaam afvallen: voorkomt jojo-effect
Eventuele onderliggende ziekte behandelen, onder andere hypothyreoïdie
o Lichamelijke inspanning omhoog:
Minimaal één uur per dag matig intensieve lichaamsbeweging
Goede voorbeeld ouders voor kinderen: sporten en fietsen in plaats van
gebruik tv, computerspelletjes en auto
o Bijzondere omstandigheden:
Stimuleren borstvoeding na zwangerschap
Diabetes Mellitus (Complicaties bij DM II & zuur-basenevenwicht)
Hoe het lichaam reageert op een stijging van de glucosespiegel
Na maaltijd stijgt bloedglucosespiegel
Beta-cellen van de Eilandjes van Langerhans detecteren de stijging, waardoor ze meer
insuline aan het bloed afgeven.
Insuline stimuleert cellen (vooral vet- en spiercellen) om glucose uit het bloed op te nemen.
Glucose heeft een glucosetransporteiwit nodig om een membraan te passeren en de cel
binnen te gaan.
Wanneer insuline aan insulinereceptoren bindt, worden cellen gestimuleerd om het aantal
glucosetransporteiwitten in het celmembraan te vergroten, een proces dat translocatie
wordt genoemd. Hoe meer transporteiwitten er worden gemaakt, hoe meer glucose in de cel
kan komen en hoe meer de bloedglucosespiegel daalt.
Insuline heft ook andere effecten op lichaamscellen, die allemaal leiden tot een toename van
het glucoseverbruik en de glucoseopslag en daardoor tot een daling van de glucosespiegel.
Hoe het lichaam reageert op een daling van de glucosespiegel
4