Samenvatting KT4: Hartfalen & atriumfibrilleren, atherosclerose & cardiovasculair
risicomanagement ...................................................................................................................... 1
Hartfalen................................................................................................................................. 1
Atherosclerose ..................................................................................................................... 13
Atriumfibrilleren ................................................................................................................... 18
Cardiovasculair risicomanagement ...................................................................................... 21
Medicatie hart- en vaatziekten ............................................................................................ 24
Korte uitleg
In deze samenvatting vind je stof met betrekking tot hartfalen, atriumfibrilleren, atherosclerose en
cardiovasculair risicomanagement. Deze onderwerpen moet je kennen voor Kennistoets 4 in het
tweede jaar HBO Verpleegkunde op de Hogeschool Utrecht, schooljaar 2016-2017. Omdat deze
onderwerpen bij elkaar geclusterd kunnen worden, heb ik een afzonderlijke samenvatting gemaakt.
Toch liever de volledige samenvatting van Kennistoets 4 waarin (vrijwel) alle onderwerpen aan bod
komen? Deze is ook beschikbaar.
Samenvatting KT4: Hartfalen & atriumfibrilleren, atherosclerose &
cardiovasculair risicomanagement
Hartfalen & Atriumfibrilleren
Beers, M., Fletcher, A. & Jones, T. (2005). Merck Manual Medisch handboek. Hoofdstuk 27
Hartritmestoornissen (alléén Boezemfibrilleren en boezemfladderen.
Bijl, B van de. (2012) Hulpboek Medische Kennis: veelvoorkomende stoornissen. Hoofdstuk 3
Decompensatio cordis (hartfalen)
McFadden, R. (2015). Farmacologie
o Hoofdstuk 4 Het cardiovasculaire systeem (1): paragraaf 4.3
o Hoofdstuk 5 Het cardiovasculaire systeem (2): paragraaf 5.3
Overzicht medicatie bij hart- en vaatziekten (HUBL)
Atherosclerose & Cardiovasculair risicomanagement
McFadden (2015). Farmacologie
o Hoofdstuk 4 Het cardiovasculair systeem (1): paragraaf 4.2 en 4.3
o Hoofdstuk 5 Het cardiovasculair systeem (2): paragraaf 5.3
Multidisciplinaire richtlijn cardiovasculair risicomanagement (herziening 2011). Overzicht
medicatie bij hart- en vaatziekten (HUBL)
Hartfalen
1. De oorzaken, pathofysiologie, symptomen, behandeling en complicaties bij hartfalen
benoemen
1
,http://www.merckmanual.nl/mmhenl/sec03/ch025/ch025a.html --> kan je heel erg helpen door dit
gewoon goed te lezen.
Oorzaken
Aandoeningen kransslagader
o Mate van doorbloeding van het hart
o Coronaire hartziekte: hartspier krijgt onvoldoende zuurstof om normaal samen te
trekken.
o Zie je in angina pectoris
Hoge bloeddruk
o Hoge bloeddruk: hartspier wordt dunner.
o Als het hart maanden- of jarenlang abnormaal hard moet werken, wordt het groter,
net zoals de biceps na maandenlange training. In eerste instantie kan een vergroot
hart ook beter samentrekken, maar uiteindelijk kan dit leiden tot een verminderde
pompwerking en tot hartfalen. Een van de mogelijke oorzaken waardoor het hart
harder moet werken is een te hoge bloeddruk (hypertensie). Ook moet het hart extra
hard werken als de doorgang waardoor het bloed moet worden geperst, vernauwd
is. Dit is vaak het geval bij de aortaklep.
Cardiomyopathie
o Vermindering van het hartspierweefsel, pompkracht neemt af
Hartritmestoornissen
o Verminderde systolische functie
Hartklepafwijkingen
o Heb je nodig om bloed in een bepaald compartiment van het hart te laten
o Stenose
Klep opent minder ver
o Insufficiëntie
o Bloed lekt
Mitralisinsufficiëntie (linkerkant klep)
Klep is te strak
Volume overbelasting (preload)
o mitralisinsufficiëntie, aortaklepinsufficiëntie
Druk overbelasting (afterload)
o hypertensie, aortastenose
Instroom belemmering
o mitralisstenose
Verminderde spierfunctie (contractiteit)
o o.a. myocardinfarct, intoxicaties, infecties
Afwijkende frequentie
o Ritmestoornissen
De meest voorkomende oorzaak van diastolische disfunctie is niet-afdoende behandelde hoge
bloeddruk. Uiteindelijk worden de wanden van het hart dikker (hypertrofie) en stugger. Het stugge
hart vult zich niet snel of onvoldoende met bloed, zodat het hart bij elke samentrekking minder
bloed wegpompt dan normaal. Hartfalen kan ontstaan door aandoeningen die de hartwand stugger
maken, zoals infiltraties en infecties. Bepaalde hartklepaandoeningen, zoals vernauwing (stenose)
van de aortaklep, belemmeren de uitstroom van bloed uit het hart. Daardoor moet de hartspier
harder werken en wordt deze dikker, wat aanvankelijk leidt tot diastolische disfunctie. Op den duur
ontstaat ook systolische disfunctie.
De andere genoemde oorzaken leiden dus eerder tot systolische disfunctie.
2
,Pathofysiologie
Er is sprake van hartfalen wanneer de hoeveelheid bloed die het hart per minuut rondpompt
(het hartminuutvolume (hoeveelheid bloed dat het hart per minuut rondpompt, slagvolume
x hartfrequentie)) onvoldoende is om in de normale behoefte van het lichaam aan zuurstof
en voedingsstoffen te voorzien.
• De kracht waarmee het hart het bloed rond pompt hangt af van vier factoren:
– De frequentie waarmee het hart samentrekt
– De kracht waarmee het hart samentrekt (contractiliteit)
– De preload (voorbelasting) van het hart. De preload wordt in belangrijke mate
bepaald door de hoeveelheid circulerend bloed.
– De afterload (nabelasting) van het hart. Dit is de weerstand waartegen het hart het
bloed moet uitpompen.
Indeling:
Acuut/chronisch
Linkszijdig/rechtszijdig
o Rechterdeel pompt bloed naar de longen
o Linkerdeel pompt bloed naar de rest van het lichaam
o Ophoping van bloed dat aan de linkerkant van het hart binnenkomt (vanuit de
longen leidt tot stuwing in de longen, waardoor de werking van de longen wordt
belemmerd en de ademhaling wordt bemoeilijkt. Wanneer er onvoldoende bloed in
de rechter helft van het hart binnenkomt (bloed afkomstig van de rest van het
lichaam), ontstaat er stuwing in andere lichaamsdelen. Zo kan zich vocht ophopen in
de benen (oedeem) en kunnen organen als de lever worden vergroot. Bij hartfalen
zijn gewoonlijk beide harthelften in meer of mindere mate betrokken. De ene helft
kan echter sterker wordt aangetast dan de andere. In dergelijke gevallen wordt
gesproken van ‘rechtszijdig' of ‘linkszijdig hartfalen'.
Systolische/diastolische disfunctie
o Diastolisch: probleem in de ontspanningsfase van het hart. De hartkleppen richting
aorta en longarterie zijn dan gesloten, dan wordt er weer bloed in het hart gepompt.
Als je geen vulling hebt van het hart, kan je ook geen bloed meer verder pompen.
Bij diastolische disfunctie is het hart stug en kan zich na samentrekking niet
meer normaal ontspannen. Ook al kan het hart in principe een normale
hoeveelheid bloed uit de kamers wegpompen, toch kan er minder bloed
vanuit de aders de kamers binnenstromen doordat het hart stug is. Net als
bij systolische disfunctie hoopt het naar het hart terugkerende bloed zich
dan op in de aders. Deze twee vormen van hartfalen gaan vaak samen.
o Systolisch: probleem terwijl het hart in actie is.
Meest voorkomende vorm: hart trekt zich niet krachtig genoeg samen,
waardoor minder dan normaal van het naar het hart teruggevoerde bloed
kan worden weggepompt. Daardoor blijft er meer bloed achter in de
onderste hartkamers (ventrikels). Het bloed hoopt zich dan op in de aders.
3
,4
, Normaal gesproken wordt het hart opgerekt terwijl het zich met bloed vult (tijdens de diastole), waarna het
zich samentrekt om het bloed naar de slagaders te pompen (tijdens de systole).
Hartfalen als gevolg van systolische disfunctie ontstaat gewoonlijk doordat het hart zich niet normaal kan
samentrekken. Het kan zich wel met bloed vullen, maar de verzwakte hartspier is niet in staat al het bloed naar
de slagaders pompen. Daardoor vermindert de hoeveelheid bloed die naar het lichaam en naar de longen
wordt gepompt en raakt het hart, in het bijzonder de linker kamer, meestal vergroot.
Hartfalen als gevolg van diastolische disfunctie ontstaat doordat de hartwand stugger en soms dikker wordt,
zodat het hart zich onvoldoende met bloed kan vullen. Daardoor kan het bloed de linker boezem en de
longvaten niet verlaten en ontstaat er bloedstuwing (congestie). Het hart kan evenwel in staat zijn een normaal
percentage van het bloed dat binnenkomt, naar de slagaders te blijven pompen.
Doordat het hart de mate van samentrekking aanpast aan de hoeveelheid bloed die het bevat, ontstaan er
nooit lege ruimten in de hartholten. De verschillen in de hoeveelheden bloed die de hartkamers
binnenstromen en verlaten, zijn aangegeven door de dikte van de pijlen.
http://www.merckmanual.nl/mmhenl/sec03/ch025/ch025b.html
Epidemiologie
Bij ongeveer 1 op de 100 mensen ontstaat hartfalen.
Symptomen
De symptomen van hartfalen ontstaan ten gevolge van:
o een verminderde bloedcirculatie
o stuwing van het bloed in de venen en longen
o compensatiemechanismen van de circulatie die in werking treden, maar uiteindelijk
het hart nog meer verzwakken
5