Aantekeningen colleges Inleiding staatsrecht
Verzet in Amerika basis om na te denken over staats- en bestuursrecht en fiscaliteit.
Artikel 104 Grondwet
Belastingen van het rijk krachtens de wet geheven. Wet tot stand brengen maar evt details
overlaten aan lagere overheden.
Andere heffingen (accijns, boetes etc) bij de wet geregeld. In de wet zelf alles regelen over die
heffing
Een wet is een besluit van de regering en de Staten-Generaal (vertegenwoordigd het volk)
gezamenlijk.
De eerste kamer stemt voor de tweede kamer.
De provinciale staten stemt voor de eerste kamer.
De Nederlander stemt voor de provinciale staten.
Nederlanders van de BES-eilanden hebben geen vertegenwoordiging terwijl ze wel belasting betalen:
“no taxation without representation”
BES-eilanden zijn geen Nederlanders en kunnen dus niet stemmen voor de provinciale staten… zie als
volgt stemmen hierboven.
Pas wanneer een lijsttrekker gekozen wordt, is deze van waarde voor het staats- en bestuursrecht.
Referendum: normaal kies je ene volksvertegenwoordiger die in naam der volk stemt. Bij een
referendum haal je de macht terug.
Als een minister vertrekt, dan vertrekt ook de staatssecretaris. Indien de staatssecretaris geen blaam
treft kan hij wel weer de volgende dag opnieuw aangesteld worden.
Miljoenennota: in artikel 105 Grondwet staat dat er ieder jaar een overzicht dient te komen van de
inkomsten en de uitgaven van het rijk. Bovendien moet deze worden goedgekeurd. Deze wordt op
de derde dinsdag van september aangeboden.
Staatsrecht probeert de spanning tussen gezag en individuele vrijheid op te lossen.
Een staat moet in ieder geval voldoen aan de eisen die worden gesteld aan een democratische
rechtstaat.
Grondregels voor democratie
-legaliteitsbeginsel: geen bevoegdheid van een bestuursorgaan zonder grondslag in de wet
-geen bevoegdheidsuitoefening zonder controle daarop (rechtspraak)
Grondgedachte van de rechtsstraat: je beschermt de burgers door de staat te onderwerpen aan het
recht. Eisen aan de rechtstaat:
-Grondrechten
-Legaliteitsbeginsel
-Machtenscheiding: verdeling van de macht over verschillende organen
-Onafhankelijke rechter
Democratische rechtsstraat: zeggenschap even belangrijk als bescherming
Aanvullende eisen:
-Kiesrecht
-Openbaarheid van bestuur
, Machtenscheiding
Montesquieu: “je moet de macht in drieën knippen, zo voorkom je absolute macht”
Trias Politica: 3 machten
-Wetgevende macht; parlement en regering
-Uitvoerende macht; koning
-Rechtsprekende macht; rechters
Structuur Grondwet
Hfst 1 Grondrechten
Hfst 2 Regering
hfst 3 Staten-generaal
hfst 4 adviescolleges
hfst 5 wetgeving en bestuur
hfst 6 rechtspraak
hfst 7 provincies, gemeente en waterschappen
hfst 8 herziening
Grondwetwijziging: 2 lezingen nodig, verkiezingen en dan nog een keer akkoord gaan (2/3 van de
meerderheid) Dus niet makkelijk
Ongeschreven staatsrecht: vertrouwensregel (bijvoorbeeld als regering geen vertrouwen heeft in
minister, dan moet hij wegwezen)
Nederlander art 2 lid 1 GW
Rijkswet op het Nederlanderschap is een organieke wet.
Nederlanderschap belangrijk voor (een beroep op..):
-Openbare benoeming (tot minister o.i.d.) (art 3 GW)
-Kiesrecht (art 4 GW)
-Recht op bijstand (art 20 lid 3 GW) [hier geldt een extra eis: “hier ter lande zijn”]
De organen vallen niet samen met de functies van wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende
macht.
Macht: in NL verdeeld. “macht van vuist op tafel heb je in NL niet”.
Interview willem alexander en maxima NOS op 1. Belangrijk!
Gouden regel voor de koning: “spreken is zilver, zwijgen is goud”. Kan een mening hebben, maar
moet die vaak voor zich houden.
Grondwet sinds 1815, tot stand gekomen toen Willem 1 koning werd.
Grondwet: je moet bepaalde dingen per wet regelen (organieke wetgeving) bijv. kiesrecht
Beperkt aantal onderwerpen waarbij volgens de grondwet het parlement moet meebeslissen.
Koning zegt ik doe het zelf wel, heb parlement niet nodig. Tevens kan parlement amper inzetten om
koning te corrigeren.
Verzet in Amerika basis om na te denken over staats- en bestuursrecht en fiscaliteit.
Artikel 104 Grondwet
Belastingen van het rijk krachtens de wet geheven. Wet tot stand brengen maar evt details
overlaten aan lagere overheden.
Andere heffingen (accijns, boetes etc) bij de wet geregeld. In de wet zelf alles regelen over die
heffing
Een wet is een besluit van de regering en de Staten-Generaal (vertegenwoordigd het volk)
gezamenlijk.
De eerste kamer stemt voor de tweede kamer.
De provinciale staten stemt voor de eerste kamer.
De Nederlander stemt voor de provinciale staten.
Nederlanders van de BES-eilanden hebben geen vertegenwoordiging terwijl ze wel belasting betalen:
“no taxation without representation”
BES-eilanden zijn geen Nederlanders en kunnen dus niet stemmen voor de provinciale staten… zie als
volgt stemmen hierboven.
Pas wanneer een lijsttrekker gekozen wordt, is deze van waarde voor het staats- en bestuursrecht.
Referendum: normaal kies je ene volksvertegenwoordiger die in naam der volk stemt. Bij een
referendum haal je de macht terug.
Als een minister vertrekt, dan vertrekt ook de staatssecretaris. Indien de staatssecretaris geen blaam
treft kan hij wel weer de volgende dag opnieuw aangesteld worden.
Miljoenennota: in artikel 105 Grondwet staat dat er ieder jaar een overzicht dient te komen van de
inkomsten en de uitgaven van het rijk. Bovendien moet deze worden goedgekeurd. Deze wordt op
de derde dinsdag van september aangeboden.
Staatsrecht probeert de spanning tussen gezag en individuele vrijheid op te lossen.
Een staat moet in ieder geval voldoen aan de eisen die worden gesteld aan een democratische
rechtstaat.
Grondregels voor democratie
-legaliteitsbeginsel: geen bevoegdheid van een bestuursorgaan zonder grondslag in de wet
-geen bevoegdheidsuitoefening zonder controle daarop (rechtspraak)
Grondgedachte van de rechtsstraat: je beschermt de burgers door de staat te onderwerpen aan het
recht. Eisen aan de rechtstaat:
-Grondrechten
-Legaliteitsbeginsel
-Machtenscheiding: verdeling van de macht over verschillende organen
-Onafhankelijke rechter
Democratische rechtsstraat: zeggenschap even belangrijk als bescherming
Aanvullende eisen:
-Kiesrecht
-Openbaarheid van bestuur
, Machtenscheiding
Montesquieu: “je moet de macht in drieën knippen, zo voorkom je absolute macht”
Trias Politica: 3 machten
-Wetgevende macht; parlement en regering
-Uitvoerende macht; koning
-Rechtsprekende macht; rechters
Structuur Grondwet
Hfst 1 Grondrechten
Hfst 2 Regering
hfst 3 Staten-generaal
hfst 4 adviescolleges
hfst 5 wetgeving en bestuur
hfst 6 rechtspraak
hfst 7 provincies, gemeente en waterschappen
hfst 8 herziening
Grondwetwijziging: 2 lezingen nodig, verkiezingen en dan nog een keer akkoord gaan (2/3 van de
meerderheid) Dus niet makkelijk
Ongeschreven staatsrecht: vertrouwensregel (bijvoorbeeld als regering geen vertrouwen heeft in
minister, dan moet hij wegwezen)
Nederlander art 2 lid 1 GW
Rijkswet op het Nederlanderschap is een organieke wet.
Nederlanderschap belangrijk voor (een beroep op..):
-Openbare benoeming (tot minister o.i.d.) (art 3 GW)
-Kiesrecht (art 4 GW)
-Recht op bijstand (art 20 lid 3 GW) [hier geldt een extra eis: “hier ter lande zijn”]
De organen vallen niet samen met de functies van wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende
macht.
Macht: in NL verdeeld. “macht van vuist op tafel heb je in NL niet”.
Interview willem alexander en maxima NOS op 1. Belangrijk!
Gouden regel voor de koning: “spreken is zilver, zwijgen is goud”. Kan een mening hebben, maar
moet die vaak voor zich houden.
Grondwet sinds 1815, tot stand gekomen toen Willem 1 koning werd.
Grondwet: je moet bepaalde dingen per wet regelen (organieke wetgeving) bijv. kiesrecht
Beperkt aantal onderwerpen waarbij volgens de grondwet het parlement moet meebeslissen.
Koning zegt ik doe het zelf wel, heb parlement niet nodig. Tevens kan parlement amper inzetten om
koning te corrigeren.