Korte uitleg ............................................................................................................................................... 1
Samenvatting KT4 Pijn ............................................................................................................................. 2
OOA: AFPF Leerdoelen ......................................................................................................................... 2
Uitleggen welke aspecten van pijn worden beoordeeld ................................................................. 2
De verschillende vormen van pijn uitleggen (acuut versus chronisch, nociceptief versus
neuropathisch) ................................................................................................................................. 4
Het verschijnsel “referred pain” (uitstralingspijn) uitleggen aan de hand van de bouw van het
lichaam ............................................................................................................................................. 5
Benoemen welke niet-medicamenteuze behandelvormen er bestaan voor pijn ........................... 6
De begrippen contra-indicatie, overdosering, interactie en polyfarmacie omschrijven en kunnen
toepassen ......................................................................................................................................... 6
Verklaren hoe bijwerkingen kunnen ontstaan bij gebruik van een geneesmiddel ......................... 6
De belangrijkste geneesmiddelengroepen die worden gebruikt ter verlichting van pijn
benoemen ........................................................................................................................................ 7
Van niet-steroïde anti-inflammatoire preparaten (NSAID’s) de indicaties uitleggen, de werking
en bijwerkingen uitleggen en de belangrijke contra-indicaties van NSAID’s uitleggen .................. 8
Van opioïde analgetica de indicaties uitleggen, de werking en bijwerkingen uitleggen en de
belangrijke contra-indicaties van opioïde analgetica uitleggen ...................................................... 9
Benoemen welke groepen medicatie kan worden voorgeschreven bij patiënten met
neuropathische pijn ......................................................................................................................... 9
Ross en Wilson Anatomie en Fysiologie: H7 Afferente prikkels uit ingewanden (P174-175) ............. 9
McFadden: farmacologie ................................................................................................................... 10
Korte uitleg
In deze samenvatting vind je stof met betrekking tot pijn. Deze onderwerpen moet je kennen voor
Kennistoets 4 in het tweede jaar HBO Verpleegkunde op de Hogeschool Utrecht, schooljaar 2016-
2017. Omdat deze onderwerpen bij elkaar geclusterd kunnen worden, heb ik een afzonderlijke
samenvatting gemaakt.
Toch liever de volledige samenvatting van Kennistoets 4 waarin (vrijwel) alle onderwerpen aan bod
komen? Deze is ook beschikbaar.
1
,Samenvatting KT4 Pijn
OOA: AFPF Leerdoelen
Uitleggen welke aspecten van pijn worden beoordeeld
Pijnanamnese
Zelfrapportage
o Zelfrapportage is in de meeste gevallen een betrouwbaar assessment om pijn te
meten, waarbij het van belang is dat de meting op een vast moment van de dag
plaatsvindt.
o Voor de toediening van pijnmedicatie.
o VAS schaal
o Numeric Rating Scale
o Verbal Scale
o Faces Pain Scale-Revised
Anamnese
o ALTIS
o
o
Observatie
o Bewegingen
o Gelaatsuitdrukking
2
, o Verbalisaties/vocalisaties
o Zit- en lighouding
o Verandering in de interactie met anderen
o Routines en verandering in de mentale status
Bepalen van de gevolgen van pijn
o Meetinstrumenten
Lichamelijk onderzoek en vaststellen wat de oorzaken van pijn zijn
o Let op versnelde pols en ademhaling, verhoogde hartslag, zweten, veranderde kleur
van de huid, toegenomen spierspanning, ongewone houding, verhoogde
concentratie stresshormonen in het bloed.
Een veel gebruikt schema bij het in kaart brengen van diverse aspecten van pijn is het model van
Loeser. Het bestaat uit vier cirkels die de verschillende dimensies van pijn weergeven, namelijk de
nociceptieve (op basis van weefselbeschadiging) of neuropathische (op basis van beschadiging van
zenuwweefsel) component, de pijngewaarwording, de pijnbeleving en het pijngedrag (Loeser, 1980)
1. Nociceptie
o De eerste cirkel representeert de (dreigende) verwonding, waarbij pijnprikkels in
zenuwsignalen worden omgezet. Dit is een lichamelijk proces. De overgang van
weefselbeschadiging naar het ontstaan van een pijnprikkel is niet precies bekend. Als
er alleen sprake is van nociceptie, is men zich nog niet bewust van de pijn.
2. Pijngewaarwording
o De gewaarwording van pijn is het resultaat van de verwerking van de hersenen dat
de pijnprikkel uit cirkel 1 is aangekomen. Het centrale zenuwstelsel heeft de pijn
geregistreerd.
3. Pijnbeleving
o De pijnbeleving ontstaat als gevolg van de pijnervaring en is per persoon afhankelijk.
De ervaring van pijn wordt beïnvloed door eerdere pijnervaringen. Hierbij kunnen
verschillende externe en persoonlijke factoren een rol spelen.
4. Pijngedrag
o Een persoon vertoont pijngedrag om de pijn kenbaar te maken aan de omgeving of
hulpverlener. Dit kan zowel verbaal als non-verbaal zijn. De interactie (samenspel)
tussen nociceptie, de gewaarwording, de beleving en het pijngedrag is pijn.
Je kan met verschillende meetinstrumenten werken (gezichtjes, cijfers, VAS)
Voor soorten pijn etc. zie andere leerdoelen
3
, De verschillende vormen van pijn uitleggen (acuut versus chronisch, nociceptief versus
neuropathisch)
Soorten pijn – duur
• Acute pijn (dreigende) weefselbeschadiging
– Traumata; operaties
– Fysiologische kenmerken: sympaticus verwijde pupillen, bloeddrukverhoging, etc.
• Chronische pijn
– Langer dan 1 maand na het normale verloop van ziekte/verwonding
– Terugkerende pijn maanden/jaren
– Samenhang met chronische ziekte
– Mogelijk depressie, slaapproblemen, etc.
– “Doorbraakpijn” plotseling, max. 1 uur
Soorten pijn – pathogenese
• Nociceptieve pijn
• Nociceptoren geven prikkeling die leiden tot pijn
• Wordt veroorzaakt door een prikkeling van de zenuwuiteinden en is pijn die duidt op
weefselschade. De pijn kan stekend en/of zeurend aanvoelen en kan zowel chronisch
als acuut zijn.
• Neurogene pijn
• In de zenuwen wordt pijn geprikkeld, dus zenuwen
4