Leerdoelen verbintenissenrecht
Week 1:
Wilsontbreken: wil en wilsverklaring komen niet overeen door bedreiging, bedrog,
dwaling of misbruik van omstandigheden.
Ogv art. 3:33 BW komt er geen rechtsgeldige rechtshandeling tot stand als er sprake is
van wilsontbreken, tenzij er sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen.
Volgens art. 2:25 BW geeft het vertrouwen dat de ene partij, door haar verklaringen of
gedragingen, heeft opgewekt bij de andere partij, bescherming door het recht. Dit
vertrouwen dient ook gerechtvaardigd te zijn. Hier is geen sprake van as de andere partij
had horen te begrijpen of te weten dat de wil van de ander niet door de verklaring werd
gedekt. Gerechtvaardigd vertrouwen vereist goede trouw in de zin van art. 3:11 BW.
In geval van wilsontbreken ten gevolge van een geestelijke stoornis, is art. 3:34 BW van
toepassing. Degene die zich hierop beroept moet kunnen aantonen dat ten tijde van de
rechtshandeling zijn geestvermogen waren gestoord en dat door deze stoornis een
relevante wil ontbrak (causaal verband). De wil wordt geacht te hebben ontbroken als de
stoornis een redelijke waardering van de bij de handeling betrokken belangen belette of
als de verklaring onder invloed van de stoornis is gedaan (geen tegenbewijs mogelijk). Als
de rechtshandeling voor de gestoorde nadelig was, dan wordt volgens art. 3:34 lid 1 BW
vermoed dat de verklaring onder invloed van de stoornis is gedaan, tenzij dit nadeel niet
voorzienbaar was.
Een beroep op art. 3:34 BW werkt niet als er sprake is van art. 3:35 BW.
Een aanbod is herroepelijk zolang het aanbod niet is aanvaardt of als er nog geen tot
aanvaarding strekkende mededeling is verzonden, tenzij uit het aanbod
onherroepelijkheid volgt, art. 6:219 BW. Een aanbod is onherroepelijk als deze een
termijn voor aanvaarding inhoudt of de onherroepelijkheid op andere wijze uit het
aanbod volgt, art. 6:219 lid 1 BW. Bevat het aanbod de mededeling dat het vrijblijvend
wordt gedaan, dan kan de herroeping onverwijld na de aanvaarding geschieden.
Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding, art. 6:217 BW.
Aanbod: een verklaring die de voornaamste elementen van de inhoud van de eventueel
te sluiten overeenkomst bevat, zodat een ‘ja’ van de wederpartij voldoende is om de
overeenkomst te sluiten. Een advertentie is pas een aanbod als het aantal en de prijs
duidelijk zijn. Voor individueel bepaalde zaken geldt dat een advertentie een uitnodiging
is om in onderhandeling te treden (Hofland/Hennis).
Aanvaarding: de verklaring van de wederpartij dat het gedane aanbod aanvaardt. Een
aanvaarding is een wilsverklaring, art. 3:37 BW. Deze verklaring is vormvrij, tenzij de wet
een vorm voorschrijft. Wanneer een aanvaarding niet of niet tijdig de ontvanger heeft
bereikt, dan komt er geen overeenkomst tot stand, tenzij dit het gevolg is van
handelingen van de ontvanger, art. 3:37 lid 3 BW, of als er vertraging is die onder het
risico van de ontvanger valt, art. 6:224 BW.
Week 1:
Wilsontbreken: wil en wilsverklaring komen niet overeen door bedreiging, bedrog,
dwaling of misbruik van omstandigheden.
Ogv art. 3:33 BW komt er geen rechtsgeldige rechtshandeling tot stand als er sprake is
van wilsontbreken, tenzij er sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen.
Volgens art. 2:25 BW geeft het vertrouwen dat de ene partij, door haar verklaringen of
gedragingen, heeft opgewekt bij de andere partij, bescherming door het recht. Dit
vertrouwen dient ook gerechtvaardigd te zijn. Hier is geen sprake van as de andere partij
had horen te begrijpen of te weten dat de wil van de ander niet door de verklaring werd
gedekt. Gerechtvaardigd vertrouwen vereist goede trouw in de zin van art. 3:11 BW.
In geval van wilsontbreken ten gevolge van een geestelijke stoornis, is art. 3:34 BW van
toepassing. Degene die zich hierop beroept moet kunnen aantonen dat ten tijde van de
rechtshandeling zijn geestvermogen waren gestoord en dat door deze stoornis een
relevante wil ontbrak (causaal verband). De wil wordt geacht te hebben ontbroken als de
stoornis een redelijke waardering van de bij de handeling betrokken belangen belette of
als de verklaring onder invloed van de stoornis is gedaan (geen tegenbewijs mogelijk). Als
de rechtshandeling voor de gestoorde nadelig was, dan wordt volgens art. 3:34 lid 1 BW
vermoed dat de verklaring onder invloed van de stoornis is gedaan, tenzij dit nadeel niet
voorzienbaar was.
Een beroep op art. 3:34 BW werkt niet als er sprake is van art. 3:35 BW.
Een aanbod is herroepelijk zolang het aanbod niet is aanvaardt of als er nog geen tot
aanvaarding strekkende mededeling is verzonden, tenzij uit het aanbod
onherroepelijkheid volgt, art. 6:219 BW. Een aanbod is onherroepelijk als deze een
termijn voor aanvaarding inhoudt of de onherroepelijkheid op andere wijze uit het
aanbod volgt, art. 6:219 lid 1 BW. Bevat het aanbod de mededeling dat het vrijblijvend
wordt gedaan, dan kan de herroeping onverwijld na de aanvaarding geschieden.
Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding, art. 6:217 BW.
Aanbod: een verklaring die de voornaamste elementen van de inhoud van de eventueel
te sluiten overeenkomst bevat, zodat een ‘ja’ van de wederpartij voldoende is om de
overeenkomst te sluiten. Een advertentie is pas een aanbod als het aantal en de prijs
duidelijk zijn. Voor individueel bepaalde zaken geldt dat een advertentie een uitnodiging
is om in onderhandeling te treden (Hofland/Hennis).
Aanvaarding: de verklaring van de wederpartij dat het gedane aanbod aanvaardt. Een
aanvaarding is een wilsverklaring, art. 3:37 BW. Deze verklaring is vormvrij, tenzij de wet
een vorm voorschrijft. Wanneer een aanvaarding niet of niet tijdig de ontvanger heeft
bereikt, dan komt er geen overeenkomst tot stand, tenzij dit het gevolg is van
handelingen van de ontvanger, art. 3:37 lid 3 BW, of als er vertraging is die onder het
risico van de ontvanger valt, art. 6:224 BW.