Algemene economie
Les 1
Economisch handelen
- Economie: probleem van schaarse goederen
Schaarse goederen: goederen die kunnen worden aangeschaft
door productiemiddelen aan andere gebruiksmogelijkheden te
onttrekken. (vb kraanwater, kleding)
Alternatief aanwendbaar: middelen die kunnen worden
gebruikt op verschillende manieren (zoals geld als ruilmiddel,
rekenmiddel)
Productiefactor Beloning
Arbeid Loon
Kapitaal Rente
Natuur Pachtopbrengst
Ondernemerschap Winst
milieu milieuheffing
Soorten economie:
- Budget/plan economie (overheid wel invloed) : economie
waarbij de overheid bepaalt wat en hoeveel er geproduceerd moet
worden.
- Vrije-markt economie (overheid weinig invloed) : economie
waarin vraag en aanbod bepalen wat fabrikanten produceren, wat
consumenten kopen en wat de prijs van producten is.
Nederland
Meer een vrije-markt economie.
Voorbeelden ingrijpen overheid bietenquotum , melkquotum
Meten van welvaart
wat is welvaart?
, Het kunnen voorzien in je behoefte ondanks dat te maken hebt
met schaarste.
Welvaart voor een bedrijf: maximale winst, personeel tevreden
Welvaart voor een consument: hoe erg ze in hun behoefte kunnen
voorzien.
Welvaart voor de overheid: maatschappelijk welzijn (voldoende zorg,
veilig, voldoende opleiding)
Puur economisch welvaart:
BBP (Bruto Binnenlands Product): de totale toegevoegde
waarde van alle in een land geproduceerde finale goederen en
diensten + ambtenaren salarissen. (Nederlandse bedrijven die
gevestigd zijn in het buitenland worden niet meegerekend)
Toegevoegde waarde: verschil tussen omzet en kosten, niet
precies je winst. Het is de totale waarde van geproduceerde
goederen minus de waarde van wat er bij de productie is
verbruikt. (niet alleen wat gebruikt is bij productie zoals auto-
onderdelen maar ook ingehuurd personeel enzovoorts)
BBP per hoofd van de bevolking = bruto binnenlands
product/aantal inwoners
Beperkingen:
- Houdt geen rekening met inkomensverschillen
- Zegt niets over de koopkracht (=hoeveel je kan kopen voor 1
euro/dollar)
- Houdt geen rekening met zwart werk
- Houdt geen rekening met vrijwilligerswerk
- Houdt geen rekening met negatieve externe effecten
(milieuvervuiling bijvoorbeeld)
Orde van grootte :
Hoe groot is BBP in Nederland 900/950 miljard
Inflatie: een algemene prijsstijging (betekent dat je minder kan kopen
voor 1 euro, stel inflatie is 5,2% dan kan je 5,2% minder kopen voor 1
euro)
Deflatie: daling van het algemene prijspeil (betekent dat je meer kan
kopen voor 1 euro)
, Alternatieve kosten
Alternatieve kosten= zijn de kosten van het beste niet
gezoeken alternatief.
Alternatieve kosten = opportunity costs = opofferingskosten
Arbeid wordt vaak vergeten in de primaire sector en ZZP-ers!
- Kosten voor arbeid
- Kosten voor gebruikt materiaal
- Gemiste opbrengsten (bijv: doordat je ander werk niet kon doen)
Vraagcurve
Wat bepaalt de vraag naar een bepaalt product?
- Behoefte
- Prijs van het product
- Prijzen van andere goederen en diensten
- Inkomen
Vraagfunctie
- Verband tussen vraag (q) en prijs (p)
- Andere vraagbepalende factoren
Behoefte
Prijs van het product
Prijzen van andere goederen en diensten
Inkomen
Eenvoudige vraagfunctie
Q= -X p + constante
De constante is een samenvoeging van allerlei variabelen.
Prijselasticiteit : geeft de procentuele verandering van de gevraagde
hoeveelheid van een goed als gevolg van een procentuele
prijsverandering van dat goed.
Ep = procentuele verandering van hoeveelheid (qv)/ procentuele
verandering van prijs (p)
Les 1
Economisch handelen
- Economie: probleem van schaarse goederen
Schaarse goederen: goederen die kunnen worden aangeschaft
door productiemiddelen aan andere gebruiksmogelijkheden te
onttrekken. (vb kraanwater, kleding)
Alternatief aanwendbaar: middelen die kunnen worden
gebruikt op verschillende manieren (zoals geld als ruilmiddel,
rekenmiddel)
Productiefactor Beloning
Arbeid Loon
Kapitaal Rente
Natuur Pachtopbrengst
Ondernemerschap Winst
milieu milieuheffing
Soorten economie:
- Budget/plan economie (overheid wel invloed) : economie
waarbij de overheid bepaalt wat en hoeveel er geproduceerd moet
worden.
- Vrije-markt economie (overheid weinig invloed) : economie
waarin vraag en aanbod bepalen wat fabrikanten produceren, wat
consumenten kopen en wat de prijs van producten is.
Nederland
Meer een vrije-markt economie.
Voorbeelden ingrijpen overheid bietenquotum , melkquotum
Meten van welvaart
wat is welvaart?
, Het kunnen voorzien in je behoefte ondanks dat te maken hebt
met schaarste.
Welvaart voor een bedrijf: maximale winst, personeel tevreden
Welvaart voor een consument: hoe erg ze in hun behoefte kunnen
voorzien.
Welvaart voor de overheid: maatschappelijk welzijn (voldoende zorg,
veilig, voldoende opleiding)
Puur economisch welvaart:
BBP (Bruto Binnenlands Product): de totale toegevoegde
waarde van alle in een land geproduceerde finale goederen en
diensten + ambtenaren salarissen. (Nederlandse bedrijven die
gevestigd zijn in het buitenland worden niet meegerekend)
Toegevoegde waarde: verschil tussen omzet en kosten, niet
precies je winst. Het is de totale waarde van geproduceerde
goederen minus de waarde van wat er bij de productie is
verbruikt. (niet alleen wat gebruikt is bij productie zoals auto-
onderdelen maar ook ingehuurd personeel enzovoorts)
BBP per hoofd van de bevolking = bruto binnenlands
product/aantal inwoners
Beperkingen:
- Houdt geen rekening met inkomensverschillen
- Zegt niets over de koopkracht (=hoeveel je kan kopen voor 1
euro/dollar)
- Houdt geen rekening met zwart werk
- Houdt geen rekening met vrijwilligerswerk
- Houdt geen rekening met negatieve externe effecten
(milieuvervuiling bijvoorbeeld)
Orde van grootte :
Hoe groot is BBP in Nederland 900/950 miljard
Inflatie: een algemene prijsstijging (betekent dat je minder kan kopen
voor 1 euro, stel inflatie is 5,2% dan kan je 5,2% minder kopen voor 1
euro)
Deflatie: daling van het algemene prijspeil (betekent dat je meer kan
kopen voor 1 euro)
, Alternatieve kosten
Alternatieve kosten= zijn de kosten van het beste niet
gezoeken alternatief.
Alternatieve kosten = opportunity costs = opofferingskosten
Arbeid wordt vaak vergeten in de primaire sector en ZZP-ers!
- Kosten voor arbeid
- Kosten voor gebruikt materiaal
- Gemiste opbrengsten (bijv: doordat je ander werk niet kon doen)
Vraagcurve
Wat bepaalt de vraag naar een bepaalt product?
- Behoefte
- Prijs van het product
- Prijzen van andere goederen en diensten
- Inkomen
Vraagfunctie
- Verband tussen vraag (q) en prijs (p)
- Andere vraagbepalende factoren
Behoefte
Prijs van het product
Prijzen van andere goederen en diensten
Inkomen
Eenvoudige vraagfunctie
Q= -X p + constante
De constante is een samenvoeging van allerlei variabelen.
Prijselasticiteit : geeft de procentuele verandering van de gevraagde
hoeveelheid van een goed als gevolg van een procentuele
prijsverandering van dat goed.
Ep = procentuele verandering van hoeveelheid (qv)/ procentuele
verandering van prijs (p)