Hoofdstuk 1: Inventarislijst en (begin)balans
Het uitgangspunt voor een (nieuw op te zetten) boekhouding wordt gevormd door de inventarislijst.
De inventarislijst geeft een opsomming van alle bezittingen en schulden. Met behulp van de bezittingen oefent
de onderneming haar activiteiten uit (machines, gebouwen, voorraad goederen). Schulden zijn bestaande en
vaststaande verplichtingen die door betaling worden afgewikkeld (leningen en bankkrediet).
Als de voorraad (handels)goederen uit veel artikelsoorten bestaat, wordt ter wille van de overzichtelijkheid
deze voorraad in een afzonderlijke lijst gespecificeerd. In de inventarislijst wordt dan naar deze specificatie
verwezen. Een inventarislijst waarin wordt verwezen naar bijlagen wordt met beknopte inventarislijst
aangeduid.
Bij een verkoop op rekening is overeengekomen dat de afnemer pas op een later tijdstip de gekochte goederen
hoeft te betalen. Deze vorderingen op afnemers worden in de boekhouding aangeduid als debiteuren.
Schulden aan leveranciers ontstaan als de onderneming (handels)goederen op rekening inkoopt. Bij een inkoop
op rekening hoeft de onderneming de ingekochte goederen pas na enige tijd aan de leverancier te betalen.
Deze schulden aan leveranciers worden in de boekhouding aangeduid als crediteuren.
ondernemingsvormen: bv, nv, cv, vof, eenmanszaak.
Bij een eenmanszaak berust de eigendom van de onderneming bij één persoon: ook de leiding van de
onderneming is in handen van deze ene persoon.
Een onderneming die zich uitsluitend bezighoudt met handelsactiviteiten (handelsonderneming) koopt
goederen in en verkoopt deze in niet-bewerkte vorm. Bij een industriële onderneming vindt wél een
bewerkingsproces plaats. Daar worden grondstoffen met behulp van arbeid en machines omgezet in
eindproducten.
Bij de bezitting inventaris moet worden gedacht aan magazijnstellingen, kassa’s en dergelijke. Het bedrijfspand
en de inventaris zijn bezittingen die lang meegaan; ze zijn duurzaam dienstbaar aan de uitoefening van de
handelsactiviteiten.
Hypothecaire lening: hierbij dient voor de verstrekker van de lening het bedrijfspand als zekerheid
Rekening-courantkrediet: dan mag de onderneming tot een maximumbedrag vrij krediet opnemen.
Eigen vermogen: het verschil tussen bezittingen en schulden
Bezittingen – Schulden = Eigen Vermogen
Het eigen vermogen van een onderneming staat los van het privévermogen van de ondernemer. Als de
ondernemer privé een auto en een woning heeft maken deze geen onderdeel uit van zijn bedrijfsadministratie
en staan dus ook niet op de inventarislijst.
Balans: een overzicht waarop de bezittingen, de schulden en het eigen vermogen zijn vermeld per een bepaald
moment. Is dit moment het begin van een (boekings)periode, bijvoorbeeld de balans van 1 januari, dan spreekt
men van een beginbalans.
Scontrovorm: balans heeft links (debet) bezittingen en rechts (credit) schulden
Staffelvorm: bezittingen en schulden staan onder elkaar, wordt gebruikt bij externe jaarrekeningen
De balans is in evenwicht, daarom geldt:
Bezittingen = eigen vermogen + schulden