Art 4.1 IB Blastbaar inkomen uit ab
Art 4.2 IB Aanverwantschap eindigt anders dan bij het bw gewoon door echtscheiding, niet door overlijden
Art 4.3 IB Genotsgerechtigden worden gelijkgesteld met aandeelhouders
Genotsrechten worden gelijkgesteld met aandelen
> van belang voor artikel 4.6 IB
Pas op: vruchtgebruiker en bloot eigenaar beide een ab is niet een verschil tussen juridisch eigendom
en economisch eigendom
Art 4.4 IB Koopoptie gelijkgesteld met een aandeel of winstbewijs > maar dit geld niet voor artikel 4.6 IB t/m 4.8
Is dus alleen van belang voor de meesleepregeling van artikel 4.9 IB, meetrekregeling 4.10 IB etc.
Art 4.6 IB Men heeft een ab indien >
aanhef
-al dan niet tenzamen met de partner
Partner is > art 5a AWR , 5a AWR jo 2 lid 6 AWR en 1.2 IB
-direct of indirect
indirect telt een belang alleen mee indien in de tussenliggende vennootschap een ab heeft
a) min 5% geplaatst kap
b) koopoptie min 5% geplaatst kap
c) winstbewijzen min 5% geplaatst kap of min 5% liquidatieuitkering
d) min 5% stemmen uitbrengen ava van cooperatie
moet gaan om economisch belang = kwalitatieve eis (ook certificaat houder heeft dit ondanks het
gebrek aan zeggenschap)
kwantitatieve eis daarbij is artikel 4.3 IB van belang
Art 4.7 IB Indien men geen ab heeft op grond van artikel 4.6 IB
Kan men een ab hebben op grond van artikel 4.7 lid 1 IB:
-al dan niet tezamen met partner, direct of indirect
a) min 5% geplaatst kap van 1 soort
b) koopoptie min 5% geplaatst kap 1 soort
Wanneer is sprake van 1 soort?
lid 2 > 1 soort indien verschil in benoemingsrecht etc.
HR 16 december 2011, V-N 2011/67.6 (soortaandelen)
Niet alle verschillen in zeggenschap zorgen voor de kwalificatie van verschillende soorten aandelen, HR
baseert dit op de wettekst en de wetsgeschiedenis
Art 4.8 IB Kapitaal dat nog ingetrokken moet worden telt niet mee bij het bepalen van het aanmerkelijk belang >
het geplaatst kapitaal wordt dus lager
Dit geld wel niet voor vn’s op de beurs die aandelen inkopen om gelijk weer door te verkopen = ter
belegging
Art 4.9 IB Als men eenmaal een ab heeft vallen alle overige aandelen en winstbewijzen ook onder dat ab
Art 4.10 IB Als je zelf geen ab heeft maar je partner of jouw bloed en aanverwanten in de rechtelijn van jouw of je
partner wel dan vormen jouw aandelen etc. ook een ab
> let op: meegetrokken ab kan niet meetrekken
> fictief ab kan ook niet meetrekken
Art 4.11 IB Indien men geen ab heeft en 1 van de genoemde doorschuifregelingen is toegepast wordt men geacht
toch een ab te hebben. Namelijk een fictief ab.
Dit zorgt voor claimbehoud van de fiscus
>op verzoek kan men wel afrekenen zie artikel 4.16 lid 3 IB
Pagina 1 van 7