6.1 Op welke manier was de nijverheid georganiseerd?
Een ambachtsman mocht niet zomaar dingen verkopen en dingen doen die hij wilde. Hij
moest lid zijn van gilde. In de nijverheid werkten ambachtslieden samen. Met strenge regels
voor de leden bewaakten ze de productie. Ambachtslieden van een gilde zorgden ook samen
voor bejaarde n zieke leden. Ze organiseerde feesten, kerkelijk bijeenkomsten en
begrafenissen.
Hoe vond internationale handel plaats?
Op markten werd gehandeld in producten tussen verschillende volken. Om deze
internationale handel te verbeteren, werkten handelssteden aan de noordzee en oostzee
samen in de Hanze. Er waren ongeveer 200 Hanzesteden. Een hanzestad had kantoren in
andere Hanzesteden. Ze vroegen geen tol maar samen bestreden ze vijanden. Ook de handel
tussen noord en zuid-europa groeide. Eerst alleen over land maar laten ook over zee.
6.2 Op welke manier werd Holland belangrijk?
Op een zomerdag in 1296 vertrok Floris V, graaf van Holland en Zeeland, uit Utrecht om op
jacht te gaan. Toen hij aankwam werd hij omringd door een groep lagere edelen. Ze hadden
de graaf gevangen en ontvoerd. Het werd ontdekt dat ze hem hadden ontvoerd dus toen
stak een van de edelen zijn zwaard in de graaf en doodde hem. Vanaf de 12e eeuw breidden
de graven van Holland hun gebied uit. Ze veroverde veel.
Hoe kregen steden stadsrechten?
Graaf floris begreep goed hoe hij de bevolking tevreden hield. Hij luisterde goed naar hun
wensen. Hij gaf de boeren voorrechten die hen beschermden. Boeren kregen een eerlijker
rechtspraak. Ook de inwoners kregen privileges, zoals het recht om zichzelf te besturen en
recht te spreken volgens eigen wetten. Als een plaats zo’n stadsrecht kreeg van een vorst,
werd het officieel een stad.
Hoe bestuurden burgers hun stad?
De stad was voor veel mensen een aantrekkelijke woonplaats. Boeren op het platteland
krgen van hun heren steeds meer rechten en vrijheden, omdat heren genoeg boeren op hun
land wilden behouden. Zo verdween de horigheid in europa. Een man kon in een stad burger
worden als hij een jaar en een dag in de stad woonde, een beroep had en een geldbedrag
betaalde. Samen vormden ze de burgerij. Vrouwen konden geen burger worden. Steden in
Holland hadden vanaf de 15e eeuw burgermeesters. Zij waren de hoogste stadsbestuurders.
Een ambachtsman mocht niet zomaar dingen verkopen en dingen doen die hij wilde. Hij
moest lid zijn van gilde. In de nijverheid werkten ambachtslieden samen. Met strenge regels
voor de leden bewaakten ze de productie. Ambachtslieden van een gilde zorgden ook samen
voor bejaarde n zieke leden. Ze organiseerde feesten, kerkelijk bijeenkomsten en
begrafenissen.
Hoe vond internationale handel plaats?
Op markten werd gehandeld in producten tussen verschillende volken. Om deze
internationale handel te verbeteren, werkten handelssteden aan de noordzee en oostzee
samen in de Hanze. Er waren ongeveer 200 Hanzesteden. Een hanzestad had kantoren in
andere Hanzesteden. Ze vroegen geen tol maar samen bestreden ze vijanden. Ook de handel
tussen noord en zuid-europa groeide. Eerst alleen over land maar laten ook over zee.
6.2 Op welke manier werd Holland belangrijk?
Op een zomerdag in 1296 vertrok Floris V, graaf van Holland en Zeeland, uit Utrecht om op
jacht te gaan. Toen hij aankwam werd hij omringd door een groep lagere edelen. Ze hadden
de graaf gevangen en ontvoerd. Het werd ontdekt dat ze hem hadden ontvoerd dus toen
stak een van de edelen zijn zwaard in de graaf en doodde hem. Vanaf de 12e eeuw breidden
de graven van Holland hun gebied uit. Ze veroverde veel.
Hoe kregen steden stadsrechten?
Graaf floris begreep goed hoe hij de bevolking tevreden hield. Hij luisterde goed naar hun
wensen. Hij gaf de boeren voorrechten die hen beschermden. Boeren kregen een eerlijker
rechtspraak. Ook de inwoners kregen privileges, zoals het recht om zichzelf te besturen en
recht te spreken volgens eigen wetten. Als een plaats zo’n stadsrecht kreeg van een vorst,
werd het officieel een stad.
Hoe bestuurden burgers hun stad?
De stad was voor veel mensen een aantrekkelijke woonplaats. Boeren op het platteland
krgen van hun heren steeds meer rechten en vrijheden, omdat heren genoeg boeren op hun
land wilden behouden. Zo verdween de horigheid in europa. Een man kon in een stad burger
worden als hij een jaar en een dag in de stad woonde, een beroep had en een geldbedrag
betaalde. Samen vormden ze de burgerij. Vrouwen konden geen burger worden. Steden in
Holland hadden vanaf de 15e eeuw burgermeesters. Zij waren de hoogste stadsbestuurders.