De DIO is in staat om een (markt) onderzoeksvraag op te stellen
De DIO is in staat om een beargumenteerde keuze te maken voor het type (markt) onderzoek
wat gekozen wordt.
De DIO is in staat om data (field research, desk research, kwantitatief, kwalitatief) te
verzamelen en te analyseren.
De DIO is in staat om de onderzoeksvraag te beantwoorden in een management rapportage
en adviespresentatie.
De DIO weet welke eisen er zijn om goed sensorisch onderzoek uit te voeren.
De DIO kan sensorisch onderzoek ten behoeve van het project opzetten en uitvoeren.
De DIO kan de juiste conclusies trekken uit sensorisch onderzoek en deze zichtbaar
meenemen in de management rapportage en adviespresentatie.
De DIO is in staat om bij zowel het marktonderzoek als het sensorisch onderzoek de principes
van het Evidence Based Handelen toe te passen.
Week 1+2+3: Trends in de voedingsbranche Diëten, super foods, Ecologisch/Biologisch/
Duurzaamheid (analyse en probleemstelling)
Houd elke week een overzicht bij van de ontwikkelingen op het gebied van zorg, voeding,
levensmiddelen (zie voor literatuurtips de literatuurlijst)
Zoek uit welke trendwatchers er zijn en ga dit semester deze trendwatcher volgen op bijv.
twitter. Noteer opmerkelijke ontwikkelingen en uitspraken en neem deze mee naar het
dagdeel.
Breng de geschiedenis van de belangrijkste ontwikkelingen op voedingsgebied in kaart en
geef aan hoe deze ontwikkeling van invloed is geweest op consumenten gedrag.
Voedselverspilling/ genetisch gemodificieerd/Mvo, biologisch/duurzaam/lokaal ondernemen
Kies een van bovenstaande termen uit. Interview zoveel mogelijk perspectieven rondom dit
thema en schrijf een column waaruit blijkt of juist voor of tegen bent.
Bestudeer het toetsformulier van het intake gesprek en de adviespresentatie en bekijk waar
dit thema getoetst wordt.
Bestudeer de genoemde stof in de literatuurlijst van de boeken Marketing de essentie en
Onderzoeksvaardigheden.
Ga in deze drie weken zoveel mogelijk bonnetjes bewaren van alle aankopen die je doet.
Bronnen week 1+2+3:
Marketing de essentie; Hoofdstuk 3 ‘Marketingomgeving’
Eerste stap van het marketingproces; de markt en de behoeften en wensen van de
afnemer doorgronden.
o De micro-omgeving bestaat binnen het bedrijf zelf (met haar beschikbare middelen), terwijl
de meso-omgeving in de directe omgeving van het bedrijf zit (zoals afnemers en
toeleveranciers) en de macro-omgeving de bredere maatschappelijke krachten omvat
(demografische, economische, sociale, technologische, politieke en culturele krachten).
o De meso-omgeving bestaat uit: de afnemers (uit de consumentenmarkten (C2C-markten), de
businesstobusiness (B2B)-markten, de overheidsmarkten en de internationale markten), de
bedrijfstak, de concurrenten, de distributiekolom (en overige intermediairs, zoals
wederverkopers, logistieke dienstverleners, marketingservicebureaus en financiële
dienstverleners) en de externe belangengroepen (financiële groepen, mediagroepen,
overheidsgroepen, belangen actiegroepen, lokale groepen, het grote publiek en interne
groepen).
, o De macro-omgeving bestaat uit de DESTEP-factoren: Demografische factoren, Economische
factoren (de economische omgeving beïnvloedt de koopkracht en het bestedingspatroon van
consumenten), Sociaal-culturele factoren (de culturele omgeving beïnvloedt de
basiswaarden, percepties, voorkeuren en het gedrag van de samenleving), Technologische
factoren (de technologische omgeving heeft een erg ingrijpende invloed op ons leven),
Ecologische factoren en Politiek-juridische factoren (de politiek-juridische omgeving bestaat
uit wetten, overheidsinstellingen en pressiegroepen).
o Veel bedrijven zien de marketingomgeving als onbeheersbaar, maar sommige bedrijven
hanteren het perspectief van omgevingsmanagement door actief stappen te ondernemen om
de marketingomgeving te beïnvloeden. Dit kan bv. door lobbyisten in de arm te nemen voor
het ontwikkelen van wetgeving voor hun bedrijfstak.
Onderzoeksvaardigheden Hoofdstuk 2 ‘Afbakenen van het onderzoek’
o Doelstelling van het onderzoek en positie als onderzoeker
Waarom doen we dit onderzoek?
Je bent zelf de initiatiefnemer en belanghebbende bij het onderzoek
Gevaar: te betrokken bij het onderzoek
Je bent als student betrokken bij een onderzoek
Alle belangen horen, zelf objectief zijn
Je doet het onderzoek vanuit de organisatie waar je zelf deel van uitmaakt
Welke rol heb je en hoe onafhankelijk kun je opereren?
Je bent als externe partij ingehuurd om onderzoek uit te voeren
Welke personen heb je nodig? Zorg voor rechtstreeks contact
Wie zijn er bij het onderzoek betrokken, wie heeft informatie, wie met de uitkomsten
iets wil c.q. moet doen? Wat zijn de achterliggende redenen om het onderzoek te
laten uitvoeren? Wat zijn de randvoorwaarden (budget/strategie/doelstellingen)?
Er zijn 2 soorten doelstellingen
Voor de organisatie
SMART geformuleerd. (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch,
Tijdsgebonden), wat wil de organisatie uiteindelijk bereiken
Voor het onderzoek zelf
Wat moet je onderzoek oplevern; ‘kennis over’, ‘inzicht in’,
‘aanbevelingen mbt’ etc.
o Centrale vraag en probleemstelling
Centralen vraag: rode draad door het onderzoek
Eisen formulering
, Breed genoeg, specifiek, open vraag, heldere termen, dient te
beantwoorden zijn, geen ‘hoe’/’waarom’/’waardoor’
Soorten
Beschrijvend onderzoek; weinig voorkennis
Exploratief onderzoek; meer voorkennis
Toetsend/evaluerend onderzoek; verwachtingen uitspreken
Probleemstelling: duidt de te onderzoeken situatie aan; vaak is het probleem dat je te
weinig kennis hebt over iets
Wat zijn de grenzen van het onderzoeksgebied (domein)?
Wie behoren er tot de onderzoekspopulatie?
Afbakenen van het onderzoeksterrein
Fuikprincipe; naar steeds een concreter thema
Enkele manieren van inperken;
o Invalshoek/plaats/sector/tijd/soort/functie
o Deelvragen en onderzoeksvragen
Deelvragen: afgeleid van de centrale vraag: wie/wat/waarom/wanneer
Onderzoeksvragen: gespecificeerde deelvragen (geoperationaliseerde), die
rechtstreek in een analyseschema kunnen worden gebruikt. Hier kun je verbanden
gaan leggen
Doelstellingprobleemstellingcentrale vraagdeelvragenonderzoeksvragen
o Conceptueel model
Bij het vertalen van de centrale vraag in deelvragen kan een theoretisch model
behulpzaam zijn. Hoe hangen dingen met elkaar samen binnen je onderzoek.
Welke onderzoeken zijn er al gedaan door verschillende wetenschappelijke
disciplines en noteer steekwoorden.
Enkele experts interviewen/mee brainstormen over het onderwerp
Alle mogelijke relevante variabelen van de vorige stappen in een model
bouwen en met elkaar in verband brengen.
Variabelen
Onafhankelijk: oorzaak
Afhankelijk: gevolg
Causaal verband als;
De onafhankelijke variabele gaat altijd vooraf aan de afhankelijke
Er een statisch verband is tussen die twee variabelen
Er is geen derde variabele die het verband verklaart
Als er sprake is van een statische samenhang, zetten we
een lijn in het model tussen de onafhankelijk en afhankelijke
variabele.
Bij een correlatie;
Vals verband, er is een derde veriabele
Theorie van Fishbein en Azjen
Attitude: cognitieve overtuiging × affectieve evaluatie
Sociale norm: hoe de omgeving het gedrag ervaart
Eigen-effectiviteit: in hoeverre diegene denkt dat hij in staat is het
nieuwe gedrag in te voeren
, Duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen:
Bedrijven richten zich op de 3 p's: people (mensen in en buiten het bedrijf), profit (economische
prestaties) en planet (rekening houdt met de natuur en het milieu). Op dit moment is mvo vooral
belangrijk voor het imago van bedrijven, maar in de toekomst kan het gaan gebeuren dat de overheid
duurzame ontwikkeling gaat verplichten.
De voordelen binnen het bedrijf zijn: het imago van het bedrijf verbetert, meer respect van de
werknemers, bedrijf kan innovatiever worden, meer positieve publiciteit en maatschappelijke
betrokkenheid. Enkele voordelen buiten het bedrijf: minder schadelijk voor de natuur, er wordt minder
afval geproduceerd en prettigere leefomgeving voor de buurt.
Een aantal nadelen van maatschappelijk verantwoord ondernemen: het is vaak duurder, niet alle
klanten hebben meer geld over voor een duurzaam ontwikkeld product, in het begin moet er veel
geïnvesteerd worden en het past niet bij alle bedrijven
Steeds meer bedrijven ontdekken dat hun zakelijk succes onlosmakelijk is verbonden met het creëren
van een gezonde en uitdagende werkomgeving, zorg voor het milieu en de mens in het algemeen. In
Nederland, Europa en de Verenigde Staten ontwikkelt maatschappelijk verantwoord ondernemen
(mvo) zich van een vaag goed-gevoel begrip tot een beproefd bedrijfsconcept.
Duurzaam ondernemen speelt zich af op het overlappingsgebied tussen milieu en economie;
maatschappelijk ondernemen bevindt zich op het grensvlak van economie en sociale aspecten;
duurzame ontwikkeling heeft zowel met economie, het milieu en allerhande sociale aspecten te
maken.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen is volgens VNO-NCW ‘een ondernemingstrategie waarbij
de aandacht voor people, planet en profit in evenwicht is’. People: worden de prestaties gerekend op
sociaal-ethisch gebied. Oftewel hoe gaat het bedrijf om met haar personeel en hoe presteert zij op het
gebied van de maatschappij in de meest ruime zin van het woord? Planet: worden de prestaties
gerekend op het gebied van milieu. Profit: worden thema’s als winst, omzet, werkgelegenheid en
winstbestemming gerekend.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen staat niet alleen bij ondernemend Nederland in de
belangstelling, ook voor politici is het een aandachtspunt. Het Ministerie van Economische Zaken
heeft er onderzoek naar laten doen. Gemiddeld 51 procent van de ondernemers in ons land doet aan
mvo. Hiervan doet 40 procent het bovendien al langer dan 10 jaar. In totaal gaat het om ongeveer
375.000 actieve bedrijven. Zij spenderen gemiddeld 0,7 procent van hun omzet aan mvo-activiteiten.
De ondernemers zetten volgens het onderzoek hun bedrijfsmiddelen voornamelijk in voor goede
doelen en het opstellen van gedragscodes. Ze besteden bovendien meer aandacht aan hun personeel
of milieunormen dan wettelijk is verplicht. Bovendien mogen werknemers vrijwilligerswerk doen in
werktijd.
Schone productietechnieken en goede omgang met personeel hebben een aantoonbaar positief effect
op de winstgevendheid van een onderneming. En duurzaam ondernemen loont niet alleen als het
bedrijven toch al voor de wind gaat. Juist in tijden van economische tegenslagen kan men er zijn
voordeel mee doen.
De beweegredenen voor bedrijven om te kiezen voor een duurzaam bedrijfsconcept, zijn divers van
aard: vaak zijn ondernemers uit eigen beweging gestart met duurzaam ondernemen, omdat ze er de
voordelen van zagen, anderen deden mee omdat het van hen werd verwacht uit hoofde van gemaakte
afspraken en intentieverklaringen en weer anderen zagen zich ertoe genoodzaakt door wet- en
regelgeving.
Duurzaamheid levert iets op en dat besef dringt in het bedrijfsleven steeds meer door. Waar veel
ondernemers het begrip duurzaam voorheen nog verwarden met ‘groen doen’, komt men steeds meer
tot het inzicht dat duurzaamheid de continuïteit van de onderneming aangaat. Het gaat verder dan
alleen het milieu en je aan de regeltjes houden. Behalve milieu-aspecten komen ook juridische,
financiële, economische, technische en sociale aspecten aan de orde.
Feitelijk beoogt duurzaam ondernemen het reduceren van kosten (ook toekomstige) om het
perspectief voor de toekomst te garanderen en de concurrentiekracht te verhogen. Duurzaamheid
raakt dus meerdere elementen in de bedrijfsvoering met als centrale gedachte: je kansen voor de
toekomst vergroten door zuinig om te springen met de beschikbare middelen en verspilling tegen te
gaan. Eigentijds ondernemen is duurzaam ondernemen.
Voorkomen/verminderen van welvaartsziekten en zoutreductie vanuit industrie
De levensmiddelenindustrie investeert in het terugdringen van overgewicht, dat gebeurt vaak
stilzwijgend en bijna als vanzelfsprekend. In 2012 hebben veel fabrikanten harde doelen voor
zoutreductie neergezet. Tevens wordt gewerkt aan variabele portiegroottes en caloriereductie.