Samenvatting voor de toets Inleiding Materieel Strafrecht
Inleiding materieel strafrecht
College 1
De regels van art. 1 Sr legaliteitsbeginsel
- Bepaaldheidsgebod de strafbepaling moet duidelijk zijn
- Verbod op terugwerkende kracht
- Verbod van analogie mag niet beredeneren het moet echt zo zijn
- Lex scripta moet in de wet staan
HR Onbehoorlijk gedrag
Bestanddelen vraag 1
Elementen vraag 3
College 2, 3 en 4
Schulduitsluitingsgronden Dader schuld
- Psychische overmacht 40
- Noodweerexces 41 lid 2
- Onbevoegd gegeven ambtelijk bevel 43 lid 2
- Ontoerekeningsvatbaarheid 39
- Afwezigheid van alle schuld
Rechtvaardigingsgronden Daad wederrechtelijkheid
- Absolute overmacht 40
- Noodweer 41 lid 1
- Bevoegd ambtelijk bevel 43 lid 2
- Wettelijk voorschrift 42
- Ontbreken materiële wederrechtelijkheid (arrest)
Zo schrijf je het op de toets:
1. Is het feit een RVG of een SUG
2. RVG tast de wederechtelijk aan SUG tast de verwijtbaarheid (= schuld) aan
3. Is het een element of een bestandsdeel. Element betekent dat het niet geschreven
staat wederrechtelijkheid of dat hele riedeltje van SUG. Bestanddeel aan wiens
schuld te wijten Redelijkerwijs moeten vermoeden ernstige reden hebben te
vermoeden staat dat er niet is het een element.
4. Vraag 3 uit 350 Sv als je spreekt over een element Vraag 1 uit 350 Sv bij een
bestandsdeel
5. OVAR bij vraag 3 VRIJSPRAAK bij vraag 1
6. 352 LID 2 SV OVAR 352 LID 1 SV VRIJSPRAAK
, Stappenplan opzet:
Stap 1 Wat staat er in de wet?
- Opzettelijk (Bijv. 157, 287 Sr)
- Met het oogmerk (225, 326 Sr)
- Wetende dat/ wist dat (174, 416 Sr)
- Ingeblikt opzet (131, 138, 141, 180, 247, 300 Sr)
Het is een subjectief bestanddeel
Stap 2 Hoe kan opzet worden bewezen?
a. Eerst de definitie vermelden: opzet = willens en wetens handelen HR Hoornse taart
b. Voorwaardelijke opzet
c. Dan deze vraag uitwerken met info uit de casus; heeft de verdachte door zijn
handelswijze wel bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het gevolg intreedt.?
d. 1. Is er een aanmerkelijke kans? Beoordelen na algemene ervaring
2. was de verdachte zich bewust van deze kans? Beoordelen aan de hand van de vraag of
een gemiddelde burger zich bewust is van deze kans. Is meestal hetzelfde
3. heeft de verdachte deze kans aanvaard? Beoordelen aan de hand van de verklaring
verdachte aard gedraging en omstandigheden. Dit moet je uit de casus opmaken want er
moet staan dat hij het niet wilde. Meestal als 1 en 2 waar zijn volgt drie ook.
Culpa
Culpa geschreven bestandsdeel
Als schuld staat geschreven is het een culpa
Niet:
- Artikel 27 Sv: ‘redelijk vermoeden van schuld’
- Schuld als element
- Is schuldig aan …
Wel:
- Als bestanddeel (culpa)
- Definitie culpa in Verpleegsterarrest: ‘aanmerkelijk, verwijtbaar onvoorzichtig gedrag’
Stap 1: wat staat er in de wet?
A. Aan wiens schuld te wijten
B. Ernstige reden hebben te vermoeden
C. Redelijkerwijs moeten vermoeden
Bij a tot en met c, culpa = bestanddeel, ga dan naar stap 2
Inleiding materieel strafrecht
College 1
De regels van art. 1 Sr legaliteitsbeginsel
- Bepaaldheidsgebod de strafbepaling moet duidelijk zijn
- Verbod op terugwerkende kracht
- Verbod van analogie mag niet beredeneren het moet echt zo zijn
- Lex scripta moet in de wet staan
HR Onbehoorlijk gedrag
Bestanddelen vraag 1
Elementen vraag 3
College 2, 3 en 4
Schulduitsluitingsgronden Dader schuld
- Psychische overmacht 40
- Noodweerexces 41 lid 2
- Onbevoegd gegeven ambtelijk bevel 43 lid 2
- Ontoerekeningsvatbaarheid 39
- Afwezigheid van alle schuld
Rechtvaardigingsgronden Daad wederrechtelijkheid
- Absolute overmacht 40
- Noodweer 41 lid 1
- Bevoegd ambtelijk bevel 43 lid 2
- Wettelijk voorschrift 42
- Ontbreken materiële wederrechtelijkheid (arrest)
Zo schrijf je het op de toets:
1. Is het feit een RVG of een SUG
2. RVG tast de wederechtelijk aan SUG tast de verwijtbaarheid (= schuld) aan
3. Is het een element of een bestandsdeel. Element betekent dat het niet geschreven
staat wederrechtelijkheid of dat hele riedeltje van SUG. Bestanddeel aan wiens
schuld te wijten Redelijkerwijs moeten vermoeden ernstige reden hebben te
vermoeden staat dat er niet is het een element.
4. Vraag 3 uit 350 Sv als je spreekt over een element Vraag 1 uit 350 Sv bij een
bestandsdeel
5. OVAR bij vraag 3 VRIJSPRAAK bij vraag 1
6. 352 LID 2 SV OVAR 352 LID 1 SV VRIJSPRAAK
, Stappenplan opzet:
Stap 1 Wat staat er in de wet?
- Opzettelijk (Bijv. 157, 287 Sr)
- Met het oogmerk (225, 326 Sr)
- Wetende dat/ wist dat (174, 416 Sr)
- Ingeblikt opzet (131, 138, 141, 180, 247, 300 Sr)
Het is een subjectief bestanddeel
Stap 2 Hoe kan opzet worden bewezen?
a. Eerst de definitie vermelden: opzet = willens en wetens handelen HR Hoornse taart
b. Voorwaardelijke opzet
c. Dan deze vraag uitwerken met info uit de casus; heeft de verdachte door zijn
handelswijze wel bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het gevolg intreedt.?
d. 1. Is er een aanmerkelijke kans? Beoordelen na algemene ervaring
2. was de verdachte zich bewust van deze kans? Beoordelen aan de hand van de vraag of
een gemiddelde burger zich bewust is van deze kans. Is meestal hetzelfde
3. heeft de verdachte deze kans aanvaard? Beoordelen aan de hand van de verklaring
verdachte aard gedraging en omstandigheden. Dit moet je uit de casus opmaken want er
moet staan dat hij het niet wilde. Meestal als 1 en 2 waar zijn volgt drie ook.
Culpa
Culpa geschreven bestandsdeel
Als schuld staat geschreven is het een culpa
Niet:
- Artikel 27 Sv: ‘redelijk vermoeden van schuld’
- Schuld als element
- Is schuldig aan …
Wel:
- Als bestanddeel (culpa)
- Definitie culpa in Verpleegsterarrest: ‘aanmerkelijk, verwijtbaar onvoorzichtig gedrag’
Stap 1: wat staat er in de wet?
A. Aan wiens schuld te wijten
B. Ernstige reden hebben te vermoeden
C. Redelijkerwijs moeten vermoeden
Bij a tot en met c, culpa = bestanddeel, ga dan naar stap 2