RECHTSFILOSOFIE A – SAMENVATTING BLOK 1
Ratnapala, hoofdstuk 6 – Natural law tradition from antiquity to the Enlightenment
Natuurrecht wordt zo genoemd, omdat men ervan uitgaat dat het bestaat onafhankelijk van de menselijke wil
het is niet door mensen gemaakt.
- Natuurrechtelijke theorieën zijn theorieën over de relatie tussen het morele natuurrecht en het positieve
‘menselijke’ recht.
- Alle natuurrechtelijke theorieën hebben gemeen dat zij ervan uitgaan dat er hoger (niet-menselijke) recht
bestaat en dat het positieve recht aan de morele standaarden hiervan moet voldoen.
- Het gaat er niet om hoe het recht is, maar hoe het recht zou moeten zijn.
Natuurlijke rechten (natural rights):
Het menselijke bestaan hangt af van levensondersteunende voorwaarden. Sommige filosofen zeggen dan ook
dat een persoon bepaalde natuurlijke rechten en vrijheden heeft, puur omdat hij geboren is als mens. Het zijn
de rechten die noodzakelijk zijn om te kunnen leven als mens (denk aan het recht op zelfbeschikking en
zelfbehoud).
- Locke spreekt van een natuurlijk recht dat iedereen heeft om zijn eigendom te behouden (dus zijn leven,
vrijheid en landgoed) en Hobbes heeft het over dat iedereen zijn eigen kracht mag gebruiken om zijn
eigen natuur te behouden.
- Locke en Hobbes hebben het allebei over een natuurstaat, een staat van zijn voordat er sprake was van
burgerlijk bestuur.
- De natuurlijke rechten waar zij het over hebben, zijn inherent aan het menselijk bestaan en dat betekent
dat ze al bestonden voordat er positief recht ontstond.
- Ze zijn dus niet afgeleid van menselijk recht, dus moeten ze wel zijn afgeleid van een hogere orde
(natuurrecht).
Natuurrecht (natural law):
Het idee van natuurrecht verschilt van dat van natuurlijke rechten, maar hangt er wel mee samen. Het is voor
ons moeilijk om te denken over een recht dat niet is gebaseerd op het recht (bijv. ik heb het recht om te leven
omdat anderen de plicht hebben om mij niet van het leven te beroven).
- Een wettelijk recht is afgeleid van positief recht, een natuurlijk recht is afgeleid van natuurrecht.
- Maar wat is natuurrecht precies? Het gemeenschappelijk element in alle theorieën is dat het een
universeel recht is dat niet door mensen is gemaakt.
Twee vragen bij natuurrechtelijke theorieën:
Er zijn twee vragen die iedere geloofwaardige natuurrechtelijke theorie moet aanstippen:
1. Hoe ontdekken we het natuurrecht?
2. Wat voor effect heeft natuurrecht op menselijk recht?
Ontdekken van natuurrecht:
Iedere natuurrechtelijke theorie kent als basis het principe dat er universele morele regels zijn die menselijke
wetten niet mogen kruisen, wil zij haar legaliteit niet verliezen. Als ieder individu de vrijheid zou hebben te
beslissen welke rechten zij als moreel bindend beschouwen, zal er snel geen recht meer over zijn. Belangrijk is
dus dat een natuurrechtelijke theorie demonstreert hoe universeel geldige regels ontdekt kunnen worden.
Verschillende natuurrechtelijke theorieën verschillen in hoe ze hieraan invulling geven.
, Rechtsfilosofie A – samenvatting blok 1
Het effect van natuurrecht op heersers en onderdanen:
Natuurrechtelijke theorieën verschillen ook met betrekking tot het effect van natuurrecht op menselijke
actoren.
- Sommige theorieën stellen dat natuurrecht alleen het creëren van morele verplichtingen betreft de
wetgever heeft een morele verplichting geen recht te maken dat in strijd is met natuurrecht en individuen
hebben niet de verplichting een immorele wet te gehoorzamen.
- Sommige theorieën kennen het natuurrecht superieure rechtskracht toe, zo dat een menselijke wet die
natuurrecht schendt, geen morele of wettelijke geldigheid heeft lex injusta non est lex.
Samensmelting van recht en moraal in vroegere maatschappijen:
Dat mensen wetten maken is vrij recent. Edmund Leach wees ons erop dat als men kijkt naar de gehele
menselijke geschiedenis, wetgeving maar ongewoon is. FA Hayek herinnerde ons eraan dat mensen miljoenen
jaren in groepen leefden bijeengehouden door gemeenschappelijke regels en gedragscodes, voordat we het
verstand en de taalvaardigheden ontwikkelden om deze regels ook daadwerkelijk te kunnen ‘articuleren’.
Historici zijn het in het algemeen over eens dat vroege wetgevers – zoals Solon, Hammurabi en de schrijvers
van de Wet der Twaalf Tafels – niet probeerden nieuw recht te maken, maar juist oud recht vast wilden stellen.
Natuurrechtsdenken in de Griekse filosofie:
De Grieken geloofden in het bestaan van een hoger natuurlijk recht dat niet geschonden mocht worden door
menselijk recht of menselijke gedragingen. Natuurrecht is rechtvaardig recht, en rechtvaardig recht is dat wat
in harmonie is met de universele rechten van de natuur. Menselijke wetten kunnen verschillen van staat tot
staat, maar het hogere recht is overal hetzelfde. Wetten kunnen per land ook verschillen, zonder dat ze het
hogere recht schenden.
- Het recht van de maatschappij, gewoontelijk of gemaakt door wetgevers, moet in overeenstemming zijn
met het hogere recht.
- Iedere grote filosoof in deze tijd omarmde dit gezichtspunt, maar waarom? Het antwoord kan gevonden
worden in de teleologie.
Teleologie:
Metafysisch naturalisme de natuur gehoorzaamd bepaalde universele regels, maar deze regels zijn er niet
met een doel regen valt niet zodat boeren gewassen kunnen groeien, boeren leerden om gewassen te
kunnen groeien, omdat er regen viel.
Teleologie alles gebeurt met een doel/reden. De natuur is niet willekeurig, dingen gebeuren niet zomaar,
maar omdat er een algemeen ontwerp bestaat.
, Rechtsfilosofie A – samenvatting blok 1
Hoe heeft iets een doel? Er kan geen doel zijn zonder dat iets of iemand stelt wat het doel is dit leidt
onvermijdelijk tot de conclusie dat het universum en alles wat zich daarin bevindt functioneert overeenkomstig
een goddelijk of bovennatuurlijk plan.
Volgens de teleologie heeft ieder object twee doelen extern en intern.
- Extern ieder object dient het doel van een ander object water en aarde zorgen dat gras kan groeien,
gras is voer voor het vee en van het vee kunnen wij leven.
- Intern ieder object streeft naar de perfectie van zijn eigen natuur een boom zal wortels en bladeren
groeien en zo zullen ook mensen streven naar hun beste ‘ik’.
Het is echter zo dat planten soms níet groeien, dat een ouder zijn kinderen verwaarloost dat een wetgever een
tiran wordt. Soms is dit te wijten aan een externe oorzaak (zonder water kan een plant niet groeien). Mensen
bezitten echter het vermogen om opzettelijk de orde van de natuur te schenden dit soort schendingen
worden hubris genoemd.
Teleologen waren van mening dat het de natuurlijke neiging van de mens is om te leven volgens de orde van de
natuur. Ze geloofden dat alleen door te leven in harmonie met het universele recht, de mens een staat van
puur geluk en welzijn kan bereiken, ook bekend als eudemonia.
De sofisten:
De teleologische interpretatie geeft ons slechts een gedeeltelijk antwoord op de vraag hoe we bepalen wat
natuurecht is. Het is geen toereikend antwoord te stellen dat alles en iedereen de neiging heeft om zich te
bewegen in de richting van perfectie.
Het sofistische denken was niet gebaseerd op de teleologie, maar op rationalisme. Zij zeiden dat het Griekse
recht een kunstmatige constructie was die het belang van de machtigen diende, in tegenstelling tot
natuurrecht. Wat nodig was, was geen versnipperde wetsherziening, maar radicale herziening van het systeem.
De filosofen hadden twee antwoorden hierop, waarvan er een was dat de natuurlijke orde belichaamd was in
de wetten van de polis, de stadstaat, omdat zij door de goden gegeven waren. De wetten die de filosofen met
natuurrecht bedoelden waren de fundamentele en solide rechten van de polis, bekend als nomoi. Maar zelfs
deze rechten hadden een geraffineerdere verdediging nodig tegen de beschuldiging dat zij mensenrechten
voor andere klassen dan de rijken en machtigen ontzegden. Het tweede antwoord van de filosofen was dat het
natuurrecht ontdekt kan worden met behulp van de rede.
Rol van de wijsheid:
Volgens Socrates, Plato en Aristoteles was de morele man een rechtvaardig man, en de morele staat een
rechtvaardige staat. Wat maakt dat een persoon of staat rechtvaardig is? Vanuit een teleologisch standpunt
bezien is een rechtvaardig persoon een persoon die leeft naar zijn doel alles en iedereen heeft immers een
doel in het universum. Vraag blijft wat rechtvaardig gedrag dan precies inhoudt. Omdat de Grieken niet één
god of heilig boek hadden, gingen ze de menselijke geest onderzoeken.
Plato:
Volgens Plato bestaat de menselijke geest uit drie elementen:
- Rede (reason) de bekwaamheid om te rekenen en te beslissen het reflecterende element.
- Begeerte (appetite) bijv. dorst, honger en seksuele opwinding een vorm van irrationele en
instinctieve impuls.
- Geest (mind) bijv. verontwaardiging, koppigheid en roekeloosheid het verschilt van begeerte omdat
het een houding en niet een instinct is, het verschilt van rede omdat het niet logisch en gecalculeerd is.
De drie elementen zijn vaak in conflict met elkaar. Plato was van mening dat geest, hoewel irrationeel,
doorgaans juist is: het is de natuurlijke vijand van rede. Een rechtvaardig persoon, volgens Plato, is iemand die
, Rechtsfilosofie A – samenvatting blok 1
niet toestaat dat de drie elementen elkaar saboteren, maar ze bundelt in een gedisciplineerd en harmonieus
geheel. De kennis die vereist is om dat te kunnen is wijsheid, dus wijsheid is de sleutel tot rechtvaardig gedrag.
Plato beschouwde een rechtvaardige staat als een staat dat zijn werk doet en zich met zijn eigen zaken
bemoeide. Wat geldt voor de voor de individuele geest, geldt ook voor de staat. Ook de staat moet de drie
elementen in balans zien te houden. De elementen worden gerepresenteerd door drie klassen:
- Rede door de bewakers (guardians) (filosofen, wetgevers)
- Begeerte door de commerciële klasse (commercial class)
- Geest door de helpers (auxiliaries) (de militaire klasse)
De bewakers zijn degenen die de wijsheid hebben om de drie elementen te harmoniseren.
Er schort echter nogal wat aan Plato’s theorie:
- Hoe worden de bewakers geïdentificeerd (als we ze al nodig hebben)?
- Hoe kunnen we er zeker van zijn dat wijze mannen en vrouwen die wetgevers worden ook daadwerkelijk
wijs regeren?
- Als de bewakers corrupt worden, hoe moeten ze dan worden vervangen?
Aristoteles:
Aristoteles verwierp Plato’s theorie. Hij geloofde in de eeuwige natuurlijke orde en dat gerechtigheid zich schikt
naar de regels van die natuurlijk orde. Net als Plato geloofde hij dat de polis een deel van deze natuurlijke orde
was en dan een persoon alleen ‘goed’ kon leven door deel te nemen aan het leven in de polis. Net als Plato
geloofde hij dat de staat voorrang krijgt boven het individu. Echter, Aristotelis geloofde niet dat de beste vorm
van overheid de rule van de filosofen-bewakers is. Waarheid is niet het domein van een klasse of sekte, nee,
waarheid kan ontdekt worden door diegenen die de intellectual virtues hebben.
Aristoteles zei dat er twee soorten kennis in het spel waren bij de zoektocht naar de beginselen van
rechtvaardig gedrag:
- Kennis van dingen die onveranderlijk zijn kennis over het universum zoals het is. Er is hier geen keuze,
iets is zo, of het is niet zo.
- Kennis van dingen die wel veranderlijk zijn samenlevingen hebben verschillende wetten en morele
codes die zijn gevormd door culturele, geografische en historische factoren.
Aristoteles noemde deze kennis berekenend (calculative) in de zin dat het de afweging van
verschillende keuzes met zich meebrengt.
Aristoteles omschreef drie manieren van denken die helpen bij het ontdekken van de waarheid, of het nu gaat
om de fysieke wereld of rechtvaardig gedrag.
- Wetenschappelijk onderzoek wetenschap onthult de wereld zoals die is.
- Intuïtie afgezien van logica, zijn er veronderstellingen die we moeten maken om een feitenkwestie te
kunnen beantwoorden. Bijvoorbeeld, we moeten onze zintuigen vertrouwen, tot het tegendeel is
bewezen. Deze vorm van kennis kan niet worden gedemonstreerd, maar moet intuïtief begrepen worden.
- Kunst of technische vaardigheid dit gaat om de juiste manier om iets te maken.
- Verstandigheid (prudence) of praktische wijsheid (practical wisdom) dit gaat niet om het vinden van
feiten of het maken van dingen, maar wat zou moeten gebeuren of niet moeten gebeuren.
- Wijsheid terwijl verstandigheid zich bezighoudt met praktische (veranderlijke) dingen, gaat wijsheid
over universele en eeuwige dingen.
Receptie van natuurrecht in Rome:
Nadat de grootste filosofen (Socrates, Plato en Aristoteles) waren overleden, waren het de stoïcijnen die het
natuurrecht verder droegen. Het stoïcisme was een school gesticht door Zeno. Hij predikte dat rede
aangeboren is in de menselijke geest en dat rede, tenzij het besmet wordt door passie, overeenstemt met de
natuurlijke orde. Passie loopt in de weg van rede, dus wil men de waarheid ontdekken met behulp van de rede,
moet hij de passie bedwingen en wijs worden. De stoïcijnen pleiten dat klassen niet natuurlijk waren, maar
door mensen gemaakt. Ze pleiten voor gelijkwaardigheid van het menselijke ras waren dus tegen slavernij.
, Rechtsfilosofie A – samenvatting blok 1
De stoïcijnse natuurrechtelijke theorie kent vijf elementen:
1. Natuurrecht weerspiegelt de kosmische orde van de natuur en is niet door mensen gemaakt.
2. We hebben geen wijze mannen nodig om ons te vertellen over het natuurrecht, omdat de rede de
beginselen van natuurrecht kan achterhalen.
3. Natuurrecht is moreel recht, dus kan het niet worden ingetrokken of gewijzigd d.m.v. wetgeving.
4. Natuurrecht is moreel bindend voor zowel heersers als onderdanen, hoewel het geschonden kan worden
door staatsrecht.
5. Staatsrecht mag zeggen dat immoreel gedrag niet wordt gestraft, maar diegenen die toch immoreel
gedrag plegen betalen een hoge prijs in de vorm van de vernedering van hun eigen menselijk natuur.
De stoïcijnen beëindigden de slavernij niet, maar de conditie van de slaven verbeterde geleidelijk doordat de
stoïcijnse gedachte langzaam in het Romeinse recht binnendrong door het ius gentium (volkenrecht) en ius
naturale (natuurrecht). Het romeinse recht was zowel geschreven als ongeschreven.
- De romeinen kenden het ius civile, dat alleen gold voor onderdanen van Rome.
- Toen het rijk begon te groeien, ontstond het probleem dat onderdanen en niet-onderdanen tegenover
elkaar kwamen te staan en dat het ius civile dus alleen gold voor de onderdanen.
- De praetors kwamen tot de conclusie dat iedere staat een aantal fundamentele rechten gemeen heeft.
Deze rechten kwamen bekend te staan als het ius gentium, wat daarna werd toegepast op conflicten waar
niet-onderdanen bij betrokken waren.
- Het ius gentium en ius naturale golden eerst alleen voor niet-onderdanen, maar later ook wel voor
onderdanen omdat het werd opgenomen in het ius civile.
Christelijk natuurrecht:
Teleologisch natuurrecht werd de grondslag van de Christelijke rechtsgeleerdheid. Christelijk natuurrecht is als
eerste ontwikkeld door Sint Augustinus van Hippo, en later door Christelijke filosofen bekend als de Scholastici,
waarvan de meest bekende was Thomas van Aquino.
Sint Augustinus van Hippo:
Christenen geloven dat God de maker van het universum en al zijn regels is. De Christelijke God houdt de wacht
over zijn creatie en grijpt in wanneer hij dat nodig vindt. Augustinus verving de kosmische rede door de rede
van een doelgerichte en persoonlijke God. Het universele eeuwige recht, is het recht van God.
God maakte de mensen en gaf ze de rede. Menselijke rede is daarentegen erg gelimiteerd en is alleen in staat
tot een imperfect begrip van het eeuwige recht. Echter, een deel van het eeuwige recht zit besloten in de
menselijke ziel. We kunnen het ontdekken door in onszelf te zoeken met de ‘fakkel van rede’. Het recht dat je
dan ontdekt, is het natuurrecht.
Het menselijke recht heeft tot doel het natuurrecht te dienen, en daardoor het eeuwige recht. Wijze en
deugdzame mensen hebben het menselijke recht niet nodig, omdat zij leven naar het natuurrecht zonder
dwang. Daarom is menselijk recht niet gemaakt voor de rechtvaardigen, maar voor de goddelozen. Het doel
van het menselijke recht niet om mensen goed te maken, maar om te voorkomen dat mensen slecht worden.
Het probleem is dat niet alleen onderdanen maar ook de staat goddeloos kan zijn. Een staat maakt van tijd tot
tijd ‘duivels’ recht. Augustinus zei dat een wet onrechtvaardig is, indien het op gespannen voet staat met
natuurecht. Deze wetten moeten genegeerd worden door iedereen.
Thomas van Aquino:
In de Middeleeuwen werden de natuurrechtelijke theorieën onderhouden door de canonisten. De canonisten
waren vooral bezig met het positieve recht van de kerk en niet met filosofie. Thomas van Aquino was de
bekendste. Hij stelde dat er vijf soorten recht waren: eeuwig recht, natuurrecht, goddelijk recht en menselijk
recht.